WELKOM BIJ HOVENIERSBEDRIJF BOORSMA TUINEN - tuinboek 
Inhoud
  • AANLEG & ONDERHOUD
  • BOERDERIJTUIN
  • BOMEN VELLEN
  • COMPOST
  • DIEREN
  • DIKKE BUIKEN
  • ERFGRENS
  • ERKENNING VAN AEQUOR
  • FRANSE TUIN
  • GAZON
  • GEWASBESCHERMING
  • GIFTIGE PLANTEN
  • GROENE STROOM
  • GRONDSOORT
  • GRONDWERK
  • HAGEN.
  • HET WEER
  • HOUT
  • JUNGLE DOME
  • KANDELABEREN
  • KAPVERGUNNING
  • KOKEN IN DE TUIN
  • LATIJNSE PLANTNAMEN
  • LINKS (ANDERE WEBSITES OP TUINGEBIED)
  • LINKS VAN STICHTINGEN
  • ONLINE-DIENSTEN
  • OPLEIDINGEN
  • PADDESTOELEN
  • PASTORIE TUIN
  • PATIO TUIN
  • PERGOLA
  • PLANTEN
  • SNOEIEN
  • SPAANSE TUIN
  • SPEELTOESTELLEN
  • TAXUS & KANKERBESTRIJDING
  • TEAK TUIN MEUBELEN
  • TEEK
  • TUINONDERHOUD
  • VERHARDING
  • VERLICHTING
  • VIJVER
  • VLAG EN WIMPEL
  • VLINDERS IN UW TUIN
  • VOGELS VOEREN
  • WATER
  • WIE ZIJN WIJ ???
  • WILDE FLORA
  • WINTER WERKZAAMHEDEN
  • ZAAIEN
  • ZWEMVIJVER
  • AANLEG & ONDERHOUD
    BESTRATINGNa een eerste kennismaking en het bespreken van uw wensen, volgen onze adviezen, weergegeven in eenschets ontwerp, dit is geen orginele ontwerp maar een ontwerp waar de nodige aanpassingen mogelijk zijn.
    uw wensen en onze adviezen vormen een prima ballans tussen natuur en mens.

    Na het tuinontwerp volgt de aanleg van de tuin. Een ruim begrip als je denkt aan de enorme diversiteit aan mogelijkheden.
    Volgens tekening en werkomschrijving wordt het plan op afgesproken tijdstip uitgewerkt.

    De uitvoer kan volledig door ons gedaan worden, maar de opdrachtgever kan ook zelf meewerken of zelfs alle werkzaamheden zelf doen, waarbij Boorsma Tuinen slechts advies en/of materialen levert. Bij de oplevering van de tuin wordt samen met de klant de werkzaamheden bekeken en worden eventuele aanpassingen verricht.
    Tevens wordt advies voor het onderhoud gegeven.

    ONDERHOUD:
    Toch wil of kan niet iedereen zijn tuin goed onderhouden. Dit is zonde, want een goed aangelegde tuin is vaak een grote investering en achterstallig onderhoud kan op termijn grote kosten met zich mee brengen. Uw tuin leeft en is constant in beweging, planten groeien, de seizoenen wisselen en strenge vorst, extreme droogte of vervelend ongedierte kunnen soms behoorlijk wat schade aanrichten. Een tuin vraagt daarom constant om begeleiding.
    Hoveniersbedrijf Boorsma Tuinen kan dit onderhoud voor u verzorgen.

    naar menu Naar boven
    BOERDERIJTUIN
    BOERDERIJ TUINBoerderijtuin
    Een oorspronkelijk boerenerf bevat veel gebruikselementen, zoals een boomgaard met diverse fruitbomen en een moestuin. Deze elementen, die belangrijk waren voor de voedselvoorziening, werden van oorsprong in de voortuin gesitueerd. Dit gedeelte van het erf was van de boerin. Snijbloemen deden op een later moment hun intrede, eerst in de groentetuin en later werd de complete voortuin een siertuin. Achter de boerderij was de gebruikhoek van de boer zelf. Hier groeiden de bomen, heesters en kruidachtigen uit de omgeving. Hier was ook de plaats voor de hond en de kippen. Het leven op een boerderij was zoveel mogelijk zelfvoorzienend en alles was praktisch ingericht. De sierwaarde nam toen duidelijk een tweede plaats in, maar waar mogelijk toch wel degelijk aanwezig. Schoonheid, orde en netheid was vaak aanwezig en de gesteldheid van de familie was hieraan af te zien. De geit zorgt ervoor dat het gras wordt kort gehouden en rottend fruit onder de fruitboom wordt opgeruimd. De tuin moet goed in het landschap passen en daarom is een natuurlijke tuin gewenst. Achter de woning is op een speelse manier bossingels langs de zijkanten aangebracht. Deze singels zorgen voor een mooie dieptewerking.

    Er ontstaat een prachtige doorkijk naar het achtergelegen landschap. Tussen de bossingel is een weilandje waar akkerbloemen en andere inheemse planten zich kunnen ontwikkelen. Rondom de woning zijn de eigentijdse elementen aangebracht. Aan de voorzijde is een ornament aangebracht als middelpunt van cirkelvormig gazon. Dit gazon is voor de helft ingesloten door een verhard pad en de andere helft wordt aangeplant met rozen. Hiervoor wordt de Austin roos gebruikt. Deze roos heeft het uiterlijk van een ouderwetse gevulde roos, maar is weinig gevoelig voor ziekten, in tegenstelling met de ouderwetse rozen. Er liggen twee hardhouten vlonders, welke aansluiten op een aanwezige sloot die daar iets verbreed wordt. Langs de sloot worden moerasplanten aangeplant die ook in het landschap passen. Naast het vlonderterras is een border gemaakt met ouderwetse boerenplanten. Aan de rand van het gazon achter de woning wordt een broodoven gebouwd. Voor de oven is een ruim terras met een landelijke uitstraling. Om daar een lekkere besloten hoek te krijgen is deze hoek van de tuin afgeschermd met een schutting gevlochten van wilgentenen.

    naar menu Naar boven
    BOMEN VELLEN
    BOMEN VELLENWanneer u overweg kunt met de kettingzaag, wordt het tijd uw eerste boom te vellen.

    Om hierbij zo veilig en efficiënt mogelijk te werk te gaan is het belangrijk alle handelingen van tevoren te plannen en altijd een stap vooruit te denken.

    Regel nummer één: werk nooit alleen bij het vellenvan bomen, zorg er altijd voor dat u iemand bij u heeft. Een mobiele telefoon is erg handig, omdat u dan in geval van nood snel hulp kunt inroepen.

    DE VALRICHTING:
    Zodra u heeft bepaald welke boom u wilt vellen, dient u te beslissen in welke richting u de boom wilt laten vallen. Hierbij dient u het volgende mee te laten wegen: hangt de boom naar één kant over? Hangen de takken voor het overgrote deel in één richting? Waar komt de wind vandaan? Staat er iets in de weg?

    Het ligt voor de hand te kiezen voor de richting waarin de boom van nature zou vallen als gevolg van helling, overhang en windrichting. Het vellen in een andere richting vereist een speciale techniek, vergt meer inspanning en is soms gewoon onmogelijk.

    Het is gunstig als u de boom over een houtblok, rots of boomstronk kunt laten vallen. Dit resulteert in een comfortabele werkhoogte wanneer u de boom van zijn takken gaat ontdoen en de stam in stukken gaat zagen. Let op: als er andere mensen in de buurt zijn, bedraagt de veilige afstand voor hen ten minste twee boomlengtes.

    LAGE TAKKEN VERWIJDEREN:
    Zaag eerst eventueel aanwezige lage takken weg die in de weg kunnen komen te zitten.
    Maar onthoud dat u nooit boven schouderhoogte zaagt. Ga nooit direct achter de zaag staan. Gebruik de stam als bescherming tussen u en de zaag.

    MAAK UW WERKTERREIN VRIJ:
    Maak de grond rond de boom en enkele meters hieromheen vrij. U dient een paar stappen achteruit te kunnen doen, omdat de onderkant van de stam alle kanten uit kan springen.

    EEN BOOM IN DE JUISTE RICHTING VELLEN:
    Om ervoor te zorgen dat een boom in de gekozen richting valt, dient u een methode te gebruiken die door professionele houthakkers "gericht vellen" wordt genoemd.
    Dit betekent dat u een soort scharnier in de stam uitzaagt, dat de boom tijdens zijn val de juiste richting uit stuurt.
    Om dit "scharnier" te kunnen maken zaagt u eerst aan de met de gewenste valrichting overeenkomende kant van de boom een wigvormig stuk uit, de zogenaamde val- of richtingkerf.
    Vervolgens maakt u de "velsnede" door de boom aan de andere kant in te zagen. Het is echter zaak dat u niet de hele stam doorzaagt, maar een scharnier van ca. 3 cm handhaaft. Dit scharnier werkt volgens hetzelfde principe als een echt scharnier.

    RICHTINGKERF:
    Plaats uw voeten uit elkaar achter de boom en laat uw linkerschouder voor een stabiele positie tegen de stam rusten. Positioneer de voorste handgreep in de valrichting. Zo krijgt u de juiste richting voor de richtingkerf, omdat de handgreep van een Jonsered-zaag loodrecht op het zaagblad staat.

    Maak eerst de bovenste zaagsnede van de richtingkerf. Houd de voorste handgreep met uw linkerduim stevig omsloten, geef vol gas en breng de zaag onder een hoek van ca. 60 graden omlaag. De diepte van de richtingkerf dient ongeveer 1/4 tot 1/5 van de middellijn van de stam te bedragen. Begin hoog genoeg op de stam zodat u straks nog voldoende ruimte heeft voor de onderste zaagsnede van de richtingkerf.

    Blijf in dezelfde positie staan en maak de onderste zaagsnede van de richtingkerf.
    Houd uw linkerduim rond de voorste handgreep en werk met vol gas (regel de gashendel met uw rechterduim). Beweeg de zaag omhoog onder een hoek van ca. 30 graden en stop precies daar waar u de bovenste zaagsnede kruist, niet eerder en niet later. Het is erg belangrijk dat beide zaagsneden precies bij elkaar uitkomen, zodat het scharnier de boom helemaal tot op de grond stuurt.
    Bij het maken van de onderste zaagsnede dient u door de bovenste zaagsnede naar binnen te kijken om te zien wanneer beide sneden bij elkaar uitkomen.
    Als u dit goed heeft gedaan moet u een perfecte richtingkerf hebben met een opening van 90 graden.

    DE VELSNEDE:
    Als u in het midden van een velsnede zonder brandstof komt te zitten, kan dit gevaarlijk zijn.
    Controleer en vul benzine & olie bij.

    De velsnede dient zich op hetzelfde niveau te bevinden als de punt van de richtingsnede, of daar iets boven. Vergeet niet een scharnier te handhaven met een dikte van overal ten minste 3 cm.
    Als de middellijn van de stam kleiner is dan de lengte van het zaagblad, kunt u de velsnede gewoon direct vanaf de achterkant van de boom en in de beoogde valrichting maken.

    Als de middellijn groter is dan de lengte van het zaagblad, dan dient u eerst de zaag vanaf de zijkant van de stam in de boom te brengen en tijdens het zagen langs de omtrek van de boom naar achteren te bewegen.

    Ga stevig staan met uw voeten uit elkaar, houd uw linkerduim rond de hendel en geef vol gas voordat u begint te zagen.

    Stop de zaag wanneer u ruwweg halverwege de velsnede bent en plaats een rolkoevoet of sla een wig in de snede. Dit voorkomt dat de boom achterover valt en de zaag vast komt te zitten. Met een rolkoevoet wordt het vellen van de boom ook gemakkelijker. Maak de velsnede vervolgens af, maar pas op dat u niet in de rolkoevoet zaagt.
    Let op: als u nog geen ervaren kettingzager bent, adviseren wij u nog geen bomen te vellen met een middellijn die groter is dan de lengte van het zaagblad, omdat het eenvoudiger en veiliger is de boom te vellen met een enkele velsnede die vanaf de achterkant van de boom wordt gemaakt.

    TERUGTREKMOGELIJKHEID:
    Wanneer de velsnede klaar is, legt u de zaag terzijde en tilt u indien nodig de rolkoevoet omhoog om de boom te laten vallen. Houd bij het tillen de rug recht en de knieën gebogen. Hef met uw bovenbeenspieren.

    Als de boom begint te vallen dient u zich enkele meters terug te trekken, naar achteren en naar links of naar rechts, zodat u veilig uit de weg staat wanneer de stam de grond raakt. De onderkant van de stam kan alle kanten uitspringen, naar opzij, omhoog, of naar achteren glijden.

    HET VELLEN VAN DIKKERE BOMEN:
    Als u geen ervaring heeft, is het verstandig geen dikke bomen te vellen. Maar met voldoende ervaring kunt u bomen vellen met een middellijn van twee keer de lengte van het zaagblad.
    De richtingkerf maakt u op dezelfde wijze als bij dunnere bomen. Maar bij het maken van de velsnede begint u met het inbrengen van de zaag in de zijkant van de stam. Handhaaf een voldoende breed scharnier

    naar menu Naar boven
    COMPOST
    Compost is gereed voor verwerking.WAT IS COMPOST ?
    Compost is een donker, zwart-bruin, kruimelachtig materiaal dat naar bosgrond ruikt. Het is een humusproduct dat levende organismen en gemineraliseerde plantenvoedende elementen bevat. Het water en nutriënten worden door de compost goed vastgehouden en langzaam en naar behoefte aan de plantenwortels ter beschikking gesteld. Na het gebruik van de compost gaat de afbraak van het organische materiaal ook nog door in of op de bodem. Daarbij worden steeds meer voedingselementen vrijgegeven. Tegelijk wordt ook humus gevormd waardoor een goede kruimelige bodemstructuur ontstaat die water, warmte en voedingsstoffen vasthoudt.

    COMPOST:
    Verrijkt de bodem met organisch materiaal en voedt het bodemleven.
    Doet een bodemstructuur ontstaan die water, warmte en voedingsstoffen vasthoudt.
    Maakt kleibodems lichter en zorgt ervoor dat zandgronden beter water vasthouden.
    Brengt de zuurtegraad van de bodem tot op optimale waarde.
    Buffert temperatuurverschillen tussen dag en nacht.
    Voorkomt erosie van de bodem door wind en water.
    Beschermt de planten tegen parasieten en ziekten.

    WAT IS COMPOSTEREN ?
    Composteren is een versnelde vorm van het natuurlijke verteringsproces, waarbij het er in essentie op neerkomt de micro-organismen en wormen die voor de afbraak zorgen, goed te voeden en te verzorgen. Dit betekent: de organische afvalstoffen goed mengen en ervoor zorgen dat er voldoende vocht en lucht aanwezig is. Maar composteren is ook een wonderlijk en leerrijk tuingebeuren dat je meer inzicht verschaft in de natuurlijke processen die rondom ons plaatsgrijpen.

    WAT KAN JE COMPOSTEREN ?
    Organische afval- of reststoffen zijn materialen van dierlijke of plantaardige afkomst. Onder natuurlijke omstandigheden komen ze op de bodem terecht en worden er verteerd door allerhande bodemorganismen. Alle organische afvalstoffen uit keuken en tuin zijn te verwerken in de composthoop. Materialen zoals mest en bladeren verteren doorgaans snel, houtige bloemstelen en dikke takken veel langzamer.
    Maar opgepast ! De mens behandelt sommige organische materialen op zodanige wijze dat ze niet meer of veel moeilijker verteren of dat ze de compost belasten met schadelijke stoffen. Hout wordt bijvoorbeeld ingestreken met verf, papier wordt bedrukt met gekleurde inkt die zware metalen bevat. Behandeld hout en gekleurd papier komen dus niet in aanmerking voor verwerking in de composthoop. We zullen er ook steeds op letten alle niet verteerbare stoffen uit ons afval te weren. In de compost leiden ze tot verontreiniging.

    Wel composteerbaar organisch materiaal
    aardappelschillen (bepoederde aardappelen eerst afspoelen), schillen van citrus- en andere vruchten, groenteresten, eierschalen, doppen van noten, theebladeren en -zakjes, koffiedik en -filters, papier van de keukenrol, kleine hoeveelheden etensresten, mest van kleine planteneters (vb.: cavia, konijn,...), snijbloemen en kamerplanten (zonder aarde), versnipperd snoeihout, haagsnoeisel, zagemeel en schaafkrullen, grasmaaisel, bladeren, onkruid, resten uit groente- en siertuin,...

    Niet composteerbaar
    timmerhout en grof ongesnipperd snoeihout, beenderen en dierlijk afval, wegwerpluiers, aarde en zand, saus, vet, olie, stof uit de stofzuiger, as van de open haard, houtskool, kunststof, ijzer, metaal en blik, kattenbakvulling, ...

    KEUZE VAN DE METHODE
    Alvorens aan de slag te gaan zal je moeten kiezen voor een bepaald systeem van composteren. Of je kiest voor een composthoop, compostbak, compostvat of wormenbak is afhankelijk van je eigen voorkeur, je budget, de oppervlakte van je tuin en de grootte van je gezin. Het systeem moet overeenkomen met jouw productie aan afval. Ook een combinatie van verschillende systemen behoort tot de mogelijkheden. Hieronder een korte uiteenzetting van de systemen. Kijk ook eens bij de alternatieven alvorens je een keuze maakt.

    HET COMPOSTVAT:
    (voor de kleinere tuin)
    Als je een tuin hebt van minder dan 100 à 200 m2 of als je weinig groenafval hebt omdat je bladeren, gemaaid gras en versnipperde takjes reeds als bodembedekker gebruikt, dan is een compostvat voor jou het beste systeem om zelf compost te maken. Een compostvat is van gerecycleerde kunststof vervaardigd en heeft een inhoud van 200 tot 500 liter. Je kunt er dus optimaal kleine hoeveelheden keuken- en tuinafval in composteren.

    DE COMPOSTHOOP:
    (voor de grote tuin)
    Als je een grote tuin hebt met veel bomen, struiken, een grasveld of een behoorlijke groentetuin, dan kies je voor een composthoop. Een composthoop aanleggen is vooral zinvol als per keer dat een hoop wordt opgezet 3 à 4 m3 materiaal kan worden verzameld. Een composthoop opzetten van minder dan 1m2 heeft echter weinig zin. Het aan de lucht blootgestelde oppervlak is dan te groot ten opzichte van het volume en zorgt ervoor dat de hoop veel vocht en warmte verliest.

    DE COMPOSTBAK:
    (voor de grote tuin)
    Voor de meeste tuinen is de compostbak het meest aangewezen systeem. Composteren in een compostbak of -silo gaat even snel als composteren op een composthoop, maar is iets eenvoudiger en netter. Een compostbak kan je kopen als bouwpakket, maar knutsel je ook snel zelf in elkaar. Maak één of meerdere bakken van zowat 1 m3. De wanden bestaan uit steen, hout of draadwerk bedekt met geotextiel en zijn voorzien van verluchtingsgaten. Zijn die gaten te groot dan kan uitdroging optreden.

    DE WORMENBAK:
    (geen of kleine tuin)
    Woon je op een appartement of heb je maar een kleine (of geen) tuin, dan is de wormenbak voor jou het ideale systeem. In de wormenbak kan je op eenvoudige wijze je keukenafval (geen vlees) composteren. Alhoewel wormen in alle systemen een belangrijke rol spelen, krijgen ze hier de hoofdrol. Hoewel een wormenbak zelfs in de keuken zou kunnen, geef je hem eerder een plaats op het terras, in de garage of in een beschutte hoek in de tuin. Zeker in de winter verdient het aanbeveling om een warm plekje te zoeken zodat de wormen niet bevriezen.

    HET COMPOSTEREN
    Veel werk vraagt thuiscomposteren niet: zo nu en dan het materiaal omzetten om het te beluchten, de rest doet de natuur. Als je je aan een paar eenvoudige regels houdt, kan er niets mis gaan. Vergeet de praatjes over stank, ratten of zurigheid. Die verhalen komen misschien wel van mensen die ooit eens wat afval op een hoop gooiden, maar nooit van mensen die een echte composthoop opzetten en echt weten waarover ze praten.

    HOE GEBRUIK JE COMPOST ?
    Compost is een uitstekende bodemverbeteraar, waarmee je in je eigen tuin heel mooie resultaten kan bereiken. Compost komt in aanmerking voor alle teelten: groenten, struiken, gazongras, bomen, eenjarige bloemen, kruiden, vaste planten, ...
    In plantgaten voor bomen en struiken, als bijmenging in zaai- of potgrond, of bij aanleg van gazon gebruik je enkel fijne, volledig verteerde compost. Uitzeven is dan aangewezen.

    IN DE GROENTE- EN FRUITTUIN
    De hoeveelheid compost die je in de groentetuin gebruikt, is afhankelijk van de kwaliteit van de compost, het bodemtype en de vruchtbaarheid van de bodem. Hoeveel compost je gebruikt, hangt dus ook af van de hoeveelheid compost die je in het verleden hebt gebruikt en van de voedselbehoefte van het fruit en de groenten die worden geteeld.
    Omdat de voedingsstoffen in de compost gedurende vele jaren vrijkomen, hoef je voor weinig eisende wortelgewassen geen compost meer bij te voegen als de voorbije jaren reeds voldoende compost werd toegediend. Dit geldt vooral voor blad- en vruchtgewassen, aardappelen en aardbeien.
    De compost wordt liefst in het voorjaar oppervlakkig ingewerkt.

    Bij grote behoefte aan voedingselementen (aardappelen, kolen, tomaten): 4 tot 8 kg/m2.
    Bij matige behoefte aan voedingselementen(sla, spinazie, andijvie, aardbei): 2 tot 4 kg/m2.
    Tussen vruchtgroenten zoals tomaat, komkommer of paprika kan de compost ook als mulchlaag van 2 cm dik worden aangebracht.
    Bij aanplant van kleinfruit en fruitbomen: 20 % compost rechtstreeks in het plantgat mengen.
    Als verzorging van fruitaanplantingen: jaarlijks 3 tot 5 kg/m2 onder de bladoppervlakte verdelen en eventueel oppervlakkig inwerken.

    IN DE SIERTUIN
    Bij de aanleg van een gazon of een siertuin kan je best een flinke dosis compost inwerken. Maar ook een bestaande siertuin reageert dankbaar op compost. Fijne, uitgezeefde compost laat zich goed uitspreiden tussen het gras.
    In de siertuin dient de bodemverbetering enkele weken op voorhand te gebeuren.

    Bij aanleg van gazon: 8 tot 10 kg/m2 oppervlakkig verdelen en 10 cm diep inwerken. Gebruik bij voorkeur fijne compost.
    Bij beplantingen: 8 tot 10 kg/m2 oppervlakkig verdelen en 15 tot 20 cm diep inwerken.
    Bij grote planten (bomen) wordt 20 % compost rechtstreeks in het plantgat gemengd.
    Bij bodembedekkers de compost liefst niet inwerken.
    Tweejaarlijkse verzorging: 2 tot 3 kg/m2 oppervlakkig verdelen tussen de beplanting en licht inschoffelen.
    Als mulchlaag (dit is een goede bescherming tegen onkruid): 3 tot 5 cm compost oppervlakkig verdelen en niet inwerken. Gebruik het liefst grove compost.

    IN BLOEMBAKKEN
    Vullen van nieuwe bakken: meng 40 % compost met gewone tuinaarde en vul hiermee de bakken.
    Hervullen van oude bakken: meng 20 % compost door de oude grond waarin reeds planten gestaan hebben. Gebruik echter geen grond afkomstig van bakken met zieke planten.

    ALTERNATIEVEN VOOR COMPOSTEREN
    Breng de natuurlijke kringloop in beweging en maak van je tuin een afvalarme tuin.

    MULCH MAAIEN
    Tijd voor de aanschaf van een nieuwe grasmaaier ? Overweeg dan eens de aankoop van een mulchmaaier. Bij het mulchmaaien wordt het grasmaaisel fijn versnipperd teruggebracht in het gazon. Je hoeft het niet meer op te vangen en af te voeren, waardoor je bespaart op afval en tijd. De voedingsstoffen keren terug naar het gras en naar het nuttige bodemleven.

    MULCHEN
    Een 5 à 10 cm dikke laag dorre bladeren of houtsnippers houdt de bodem vochtig, remt de onkruidgroei, voedt het bodemleven en verbetert de bodemstructuur. Tussen je rododendrons, azalea's of andere zuurminnende planten kan je een 5 cm dikke graslaag aanbrengen, hierdoor zal de bodem lichtjes verzuren (na een week oppervlakkig inwerken).

    OMVANG VAN BOMEN EN STRUIKEN
    Hou bij het planten van bomen en struiken rekening met hun uiteindelijke omvang, dan moet je later minder vaak snoeien.

    SNOEIHOUT
    Door het snoeihout uit je tuin tot een hekwerk te vlechten, maak je een mooie, rustieke en goedkope afsluiting. De meeste houtsoorten komen hiervoor in aanmerking. Vermijd echter doornige takken.

    KIPPEN
    Kippen zijn sterke en levendige dieren die precies graag dát afval lusten dat problemen kan opleveren in het compostvat: onkruid in zaad, grasmaaisel, tafelresten, vlees- en visresten.

    VASTE PLANTEN
    Vermijd woekerende soorten. Laat afgestorven plantendelen tijdens de winter ter plaatse liggen of staan. Door de bodem te bedekken, beschutten ze de ondergrondse plantendelen. De uigebloeide stengels lokken zaadetende vogels. 's Winters vormen de berijmde stengels een prachtig zicht.

    VERKLEIN JE GAZON
    Vervang een gedeelte van je gazon door streekeigen beplanting. Hierdoor zal er zich na enkele jaren een leuk vogelbosje ontwikkelen.
    Je kan ook een gedeelte van je gazon extensief gaan onderhouden zodat er een graslandje ontstaat waarin allerhande bloeiende kruiden verschijnen. Dit gedeelte van je gazon maai je slechts 1 à 2 maal per jaar. Het gazonmaaisel voer je af zodat de bodem verschraalt. Dit gedeelte van je tuin zal je dus ook nooit bijmesten.

    NATUURLIJK BIJMESTEN
    Chemische meststoffen hebben vaak het nadeel dat ze zeer explosief werken. Je gazon bijvoorbeeld, zal kort maar krachtig groeien wat een berg maaisel tot gevolg heeft. Na enkele weken is het effect van het bijmesten voorbij en kan je weer in je beurs tasten.
    Kies daarom voor een natuurlijke bemesting met compost. Compost geeft zijn voedingsstoffen langzaam af, heeft een langdurige werking en verbetert de bodem.

    HET COMPOSTTOILET
    Het systeem:
    Via de toiletpot komen uitwerpselen en urine rechtstreeks in het compostvat dat zich onder het grondniveau bevindt. In dit vat werd bij het opstarten van het systeem 100 liter compost gedaan; hierdoor zijn alle organismen die nodig zijn bij het composteringsproces aanwezig. Omdat uitwerpselen niet de nodige structuur hebben, is het noodzakelijk om regelmatig houtsnippers toe te voegen zodat het vocht wordt opgenomen en de lucht kan circuleren. Het overtollig vocht sijpelt door naar het vloeistofreservoir. Een ventilator zorgt voor een constante luchtcirculatie. De lucht wordt langs het toilet aangezogen, passeert het composterend materiaal en verlaat via de ventilatiebuis het vat. Hierdoor heb je in het toilet geen last van geurtjes, bovendien zorgt de circulatie voor de aanvoer van de nodige zuurstof voor het composteringsproces. Via het werkluik kan dit composteringsproces in de gaten gehouden worden. Aangezien de omvang van het materiaal tijdens het composteren vele malen wordt gereduceerd, is het slechts eens in de 2-3 jaar nodig een deel van de compost te verwijderen via het compostluik.

    Het systeem
    Op de foto ziet u dat het gaat om een eenvoudige bak, vervaardigd met zes palen en enkele meters kippegaas. Het stuk gaas dat aan de voorkant één van de twee compartimenten afsluit, kan van het ene compartiment naar het andere verplaatst worden. Onze bak heeft een verwerkingscapaciteit van ongeveer een kruiwagen grasmaaisel per week (= 100 m2 gras). De bak is 1 m 20 cm (2 x 60 cm) breed, 1 m diep en 1meter hoog.

    Het gebruik
    Bij het opstarten doe je in één compartiment drie kruiwagens fijn houthaksel.
    Dit houthaksel zet samen met je grasmengsel om naar het andere compartiment (dit duurt ongeveer 10 minuten), zo krijg je een luchtig mengsel van gras en hout.
    De volgende week zet je het verkregen mengsel samen met je verse grasmaaisel om naar het andere compartiment.
    Week na week verhuist het mengsel dus samen met het nieuw aangevoerde grasmaaisel van het ene compartiment naar het andere.
    Om het regenwater tegen te houden, dek je het gevulde compartiment bovenaan af met een waterdicht zeil.

    Werking
    Doordat de bak uit gaas bestaat en het hout-gras-mengsel luchtig is, zal de lucht gemakkelijk door het mengsel kunnen circuleren. Een gedeelte van het vocht wordt uit het gras opgenomen door de lucht, een ander gedeelte van het vocht wordt door het hout geabsorbeerd. Hierdoor verkleint het volume van het mengsel. Het volume blijft ongeveer gelijk aan het volume bij het opstarten.

    Verwerking
    Dit systeem levert je niet onmiddellijk compost op, maar een vrij droog hout-gras-mengsel. Dit materiaal kan je het volgende seizoen gewoon verder blijven gebruiken (misschien moet je wel wat nieuw hakselhout toevoegen), maar je kan het ook gebruiken als mulchlaag of je kan het tot compost verwerken in een composthoop, -vat of -bak.

    Kan ik al mijn grasmaaisel composteren ?
    De hoeveelheid gras die je kan composteren is sterk afhankelijk van de hoeveelheid ander tuinafval dat je hebt om te composteren. Je zal het grasmaaisel namelijk goed met bladeren, takjes, stengels,... moeten mengen om een luchtig geheel te verkrijgen. Doe je dit niet dan gaat het maaisel samenklitten en ontstaat een gistingsproces. Probeer daarom de hoeveelheid grasmaaisel te beperken of breng het naar het containerpark.


    Hoe zuur is compost ?
    In tegenstelling tot wat vele mensen denken is compost niet zuur. Compost heeft een gemiddelde pH-waarde van 8 en is dus geschikt om een verzuurde grond (pH-waarde < 7) terug op optimale waarde te brengen.

    Moet ik zelf wormen in het compostvat doen ?
    De compostwormen, die in iedere tuin aanwezig zijn, zullen zelf de weg naar je compostvat vinden.

    Wat is een wachthoop ?
    Materialen die je niet dadelijk kan composteren worden op een aparte hoop geplaatst tot ze gecomposteerd kunnen worden. Heb je in de herfst bijvoorbeeld veel dorre bladeren, dan kan je deze als mulchlaag gebruiken tussen je planten, maar je kan ze ook op een hoop bewaren tot je ze in de zomer samen met je grasmaaisel kan composteren.

    Mag ik schillen van bespoten fruit, bepoederde aardappelen, ... wel gebruiken in mijn composthoop, -vat of -bak ?
    Heel wat mensen vrezen dat hun compost van slechte kwaliteit zal zijn als zij schillen van bespoten fruit, bepoederde aardappelen, ... in hun vat gooien. Omdat het meestal om vrij kleine hoeveelheden gaat, hoeft u hiervoor niet te vrezen en kan u toch een zeer goede kwaliteit van compost bekomen.

    Wat doe ik met onkruid of zieke planten ?
    Door het intens afbraakproces stijgt de temperatuur in de compost en gaan de afbraakorganismen sneller werken. Bij temperaturen boven de 50 °C worden zelfs onkruidzaden en ziektekiemen vernietigd. Deze planten stopt u best midden in de hoop waar de temperatuur het hoogst oploopt. Let wel op voor te veel vocht, want daardoor daalt immers de temperatuur.

    Heeft mijn composthoop, -vat of -bak starters, versnellers of kalk nodig ?
    De micro-organismen, die door hun afbraakactiviteit de temperatuurstijging veroorzaken, komen van nature voor op de verschillende afvalstoffen en in de bodem zodat je ze niet extra aan de compost moet toevoegen. Compoststarters of -versnellers zijn dus overbodig.

    Welk vochtgehalte moet mijn compost hebben ?
    Een vochtgehalte van ongeveer 50 % is ideaal. Zorg ervoor dat de compost in droge periodes met veel wind voldoende vocht heeft. Daar kan u bv. Voor zorgen door uw koffiegruis of zelfs een beetje water toe te voegen, bv. Het water waarmee u uw compostemmertje uitspoelt.

    Hoe kan ik geurhinder vermijden ?
    Een composthoop, -vat of -bak zal absoluut geen geurhinder geven wanneer deze goed onderhouden wordt. Je zal dus voldoende moeten beluchten. Regelmatig omzetten en een goede afwisseling tussen houtige en groene materialen zorgen hiervoor. Bij het opstarten legt u onderaan steviger materiaal zoals takjes of snijbloemen, zodat de lucht ook langs daar bij de compost kan komen.

    Hoe kan ik fruitvliegjes vermijden ?
    De oorzaak is meestal de aanwezigheid van fruit- of etensresten bovenaan in het vat. Vliegjes kan u vermijden (beperken) door fruitresten af te dekken met bv. gras, bladeren of papier.

    Mag ik de uitwerpselen van mijn huisdier composteren ?
    In de officiële lijst van composteerbare materialen wordt een onderscheid gemaakt tussen mest van planteneters (composteerbaar) en de mest van vleeseters (niet of moeilijk composteerbaar). Alle contact met honden- en kattenuitwerpselen is af te raden. De kans op besmetting is immers zeer reëel (Bij de hond voornamelijk de ascariseieren; bij de kat is toxoplasmose de grote potentiële boosdoener). Daarom is het geen goed idee om ze in de compost te verwerken.

    naar menu Naar boven
    DIEREN
    De mol.
    De mol is een zeer veel voorkomend plaagdier.Mollen leven in een territorium met een oppervlakte van ca. 400m² en leven daar solitair.Dit houdt in dat een mol geen andere soortgenoot accepteert in zijn woongebied.Met uitzondering van het voorjaar, dan verlaten de mannetjes hun territorium om op zoek te gaan naar een vrouwtje. Ondergronds heeft de mol dan ook maar één vijand en dat zijn soortgenoten.Bovengronds komt hij vele vijanden tegen waaronder: Reigers, Marterachtigen, Roofvogels en natuurlijk de mens, een mol is te herkennen aan een zwarte tot blauwzwart gekleurde vacht en spitse snuit. In de vacht verborgen oren en ogen en twee grote graafpoten aan de voorzijde van het lichaam. Mollen zijn praktisch blind, maar kunnen goed horen en ruiken. Mollen zijn goede gravers en zwemmers. Hun schuilplaatsen zijn dan ook vaak te vinden in waterrijke streken. De schuilplaatsen worden gegraven onder hekwerken, afrasteringen en aan de slootkant omdat daar de minste verstoring plaatsvindt door machines of bewerkingen in de grond.

    De zelf gegraven gangen vormen een zeer uitgebreid stelsel (soms van 150 meter). In dit gangenstelsel bevinden zich voorraadkamers en nesten. Zij leven van insecten en weekdieren. Zo zijn bijvoorbeeld kevers, wormen en larven zeer populair. Met name in pas ingezaaide tuinen en akkerlanden richten zij veel schade aan omdat één mol in minder dan één jaar vijf kruiwagens grond verzet.

    Weringmaatregelen
    Wanneer ontdekt wordt dat er mollen actief zijn of men wil voorkomen dat zij zich in de buurt vestigen, zult u het gras regelmatig moeten maaien, het terrein bewerken met zaai, verticuteer en bezandingsmachines en zorgen dat er veel geluid overlast is en blijft. Maar zelfs dit garandeert geen mollen vrij terrein. Ook het hoge gras in de slootkanten moet worden verwijderd of kort worden gemaaid.
    Als u toch een mol in uw tuin of grasland krijgt, dan kunt u een klem plaatsen om hem zo proberen te vangen. Mocht dit niet lukken, neem dan een deskundige ongediertebestrijder in de hand.

    Deskundige hulp
    Loopt het werkelijk de spuigaten uit en vormen de mollen een ware plaag? Vraag dan een vakman om in te grijpen. Sommige middelen zijn zeer effectief, maar mogen alleen worden gebruikt door deskundigen die in het bezit zijn van een bewijs van deskundigheid.

    Een deskundig ongediertebestrijder herkent u aan het NVO-logo. Dit logo betekent dat de betreffende onderneming is aangesloten bij de Nederlandse Vereniging van Ongediertebestrijdingsbedrijven, een organisatie die al meer dan 25 jaar staat voor service, kwaliteit en ,waar mogelijk, het gebruik van milieuvriendelijke producten. Zij bestrijden die hinderlijke mollen, maar ook andere plaagdieren voor u met middelen die zijn toegelaten en die het milieu zo weinig mogelijk belasten.

    Egels
    Tot de egels (Erinaceidae) behoren ook een aantal zachthuidigen, stekelloze insecteneters van het rattype die haaregels of spitsratten genoemd worden. Alle egels zijn zoolgangers met een tamelijk lange kop, spits en kegelvormig. Ogen en oorschelpen zijn goed ontwikkeld. Onder de egel (Erinaceus) komen meerdere soorten voor. Genoemd worden als zelfstandige soorten de amoeregel (erinaceus koreanus), twee chinese egelsoorten (Erinaceus dealbatus en Erinaceus koreanus). Ook bij de Europees- Vooraziatische egels worden 2 soorten onderscheiden;

    De egel heeft een dikke spierkap met een stekeldragende huid op zijn rug die bij het oprollen zijn hele lijf verbergt. Dit oprollen doet hij door de spierkap samen te trekken als een zak over zijn lijfje, de pennen richten zich op. Zo wordt hij een stijve, stekelige bal. De west europese egel heeft bij de geboorte ongeveer 100 stekels, met drie weken ongeveer 2000, een volwassen exemplaar 6000 tot 8000 stekels. Een gezonde, volgroeide egel weegt tussen de 800 en 1200 gram.
    Andere insecteneters zijn o.a. mollen en spitsmuizen, dit zijn zoogdieren met een spitse snuit en scherpe tandjes. Een stekelvarken is, in tegenstelling wat veel mensen denken, geen familie van de egel. Een stekelvarken is een knaagdier.

    Muizen
    Muizenplagen in gebouwen worden meestal veroorzaakt door de huismuis. Dit zijn alleseters, met een duidelijke voorkeur voor zaden, peul-vruchten, noten en vetrijke spijzen.
    Huismuizen bestaan in allerlei kleurvarianten, zelfs albino

    naar menu Naar boven
    DIKKE BUIKEN
    DIKKE BUIKENKoud, winderig en nat, niet echt weer om veel buiten te zijn.

    Hoewel, mensen die hun boterham buiten verdienen, en dat zijn er nog al wat, hebben daar op het oog meestal geen problemen mee, het is immers hun vak (gekscherend wordt wel eens gezegd: hadden ze maar een vak moeten leren!)

    Onze fruitbomen hebben geen keus, ze horen immers buiten en je zult ze ook niet horen mopperen of toch? Fruitbomen die het goed naar hun zin hebben zullen ons dat ook laten merken door sterk te groeien en zowel lengtegroei als in diktegroei, met name van de stam.

    Bij onze fruitbomen, in de fruitbomengaard, zul je daarvan nog niet zo veel zien. Het eerste jaar na het planten is immers het jaar van settelen, pas volgend jaar zul je echt zien welke bomen zich daar thuis voelen. Niet echter van de bomen die herplant moeten worden omdat ze het eerste jaar niet hebben overleeft, die maken hopelijk weer een nieuwe wel voortvarende start.

    Bomen die zich echter niet echt thuis voelen op hun nieuwe standplaats zien er ook het eerste jaar al niet florissant uit, veel mosvorming op de stam en veelal takvorming rond de voet (aan de grond), wilde uitlopers, hetgeen ten nadele is van de (geënte) fruitboom zelf.

    Wilt u zelf fruitbomen planten, doe dit dan het liefst nog voor de jaarwisseling ook al is de tijd nog kort en het weer niet al te uitnodigend, fruitbomen voor de kortste dag geplant zullen zeker een flinke voorsprong hebben op bomen pas in het voorjaar geplant. Zet bomen even diep als ze gestaan hebben op de kwekerij. (Dieper planten is bijna altijd fataal.) Zorg voor goede steun in de jeugdfase van de boom, het liefst middels twee (tamme) kastanjehouten kniepalen per boom, deze zijn onbehandeld en heel duurzaam (een klant van mij liet door een erkende instantie fruitbomen planten voor haar biologische tuin die gesteund werden door geïmpregneerde boompalen, kun jij je voorstellen dat men 10 jaar garant staat voor dit impregneermiddel totdat deze in de grond en dus in je fruit is aanbeland!). Verder aanbinden met niet insnijdend boomband (bijv. afgekeurd autogordel band of van katoen). Bij het planten altijd wat compost of organische stof toevoegen aan de liefst ietwat rulle grond, de boom goed inschudden of aanwateren (jawel) éénmalig zodoende dat alle wortels goed vast in de nieuwe grond komen te zitten. Aandrukken met schoen of klomp doe ik zelf liever niet om te voorkomen dat de jonge wortels op één bult gedrukt worden.

    Plant ook eens een kweepeer (Cydonia) of een mispel (Mespelus). Onze fruitboom deze keer is heel toepasselijk de Winterbergamot peer.

    Een zeer oud ras met middel grote tot grote stoofperen met wit, zacht, korrelig tot ietwat stug vruchtvlees. Hij is breed platrond van vorm, met een bultje bij de steel, verder oneffen van uiterlijk en de kleur is zacht geelgroen tot geel met wat bruine vlekken. Hij geurt niet echt en is rijk aan suiker. Het vruchtvlees is bros en sappig met een fijne aroma. Een goed dragende op termijn zeer grote peren boom.

    naar menu Naar boven
    ERFGRENS
    Juridische aspecten rond heggen, hagen, bomen en struiken op of nabij erfscheidingen
    Bomen, heesters en heggen op of nabij de erfgrens kunnen een bron van geschil vormen tussen buren. Het burenrecht regelt de bevoegdheden en verplichtingen van de eigenaren van naburige erven. Handhaven en herstellen van vrede tussen eigenaren van en naburige erven is de belangrijkste doelstelling van het burenrecht (Art. 5:37 t/m 59 Burgerlijk Wetboek).
    Rond 'wat is' een heg, haag of boom bestaat veel begripsverwarring. Wanneer is er sprake van een boom en wanneer is een heg een op rij geplant aantal bomen?
    Zowel juridisch als taalkundig zijn er verschillen in definiëring te ontdekken.

    Taalkundige definitie boom en haag
    Juridische definitie van boom en haag
    Burenrecht en kettingbeding
    Verboden zone
    Gemeentelijke- en lokale (bouw-)verordening
    Verwijdering vorderen
    Aanwijzen van een bemiddelaar
    Snoeien overhangende takken en kappen wortels
    Misbruik van bevoegdheid
    Mandeligheid in verband met erfscheiding door middel van een haag
    Schikking is meestal verkieslijk!
    Adressen voor deskundige hulp en advies

    1. Taalkundige definitie van boom en haag
    Taalkundig gezien verstaan we onder een boom een houtachtig gewas op een (enkele) stam die zich op enige hoogte van de grond vertakt. Een heg of haag bestaat eveneens uit een levend, houtachtig gewas, dat al naar gelang de standplaats of verzorging te verstaan is als omheining en dat al dan niet in een regelmatige cyclus in een gewenste vorm wordt geschoren.
    In de Model Bomenverordening (in een uitgave van de Vereniging Stadswerk en de Bomenstichting) wordt in art. 1 onder a een juridische definitie gegeven.

    2. Juridische definitie van boom en haag
    Een boom is een overblijvend houtig gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 cm op een hoogte van 1,30 m boven het maaiveld. In het geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam.
    Een boom is een boom, indien de stam op een hoogte van 1,30 m boven het maaiveld
    een dikte heeft van 10 cm. De hoogte van een heg of haag mag maximaal 2 m boven het maaiveld bedragen. Een heg of haag kan ook gevormd worden door op rij staande bomen die een toelaatbare heg vormen.
    In principe kent de Nederlandse wet geen definitie van het begrip boom. De omschrijving in de Model Bomenverordening is in zijn algemeenheid wel opgenomen in de meeste gemeentelijke verordeningen. In rechtspraak over Art. 5:42 BW (oud BW Art. 714) blijkt het feit of een boom hoog kan worden belangrijker te zijn dan dat deze hoogopschietend is. Vanaf een hoogte van ca 3 m blijkt dat er sprake is van een boom, aldus het oordeel van rechters. Andere rechtspraak duidt erop dat een coniferenhaag tot 2,25 m hoogte een rij bomen is met een zodanige hoogte dat zij een toelaatbare heg vormen in de zin van Art. 5:42 BW. Uit lid 3 van Art. 5:42 BW is af te leiden dat in beginsel een heg tot 2 m hoogte toelaatbaar wordt geacht.

    3. Burenrecht en kettingbeding
    Aangezien het burenrecht een zogenaamd regelend recht is, is het belangrijk na te gaan of (ook in het verre verleden) een overeenkomst met betrekking tot beperkt zakelijk recht is gevestigd. In de praktijk blijken op schrift gestelde overeenkomsten belangrijker te zijn dan de wettelijke regels met betrekking tot burenrecht! Notariële akten, mits ingeschreven in de openbare registers, kunnen overeengekomen afspraken afdwingen en - mits niet herroepen - deze afspraken zijn ook afdwingbaar tegenover bijvoorbeeld nieuwe buren; het kettingbeding.

    4. Verboden zone
    Op grond van Art. 5:42 BW is bepaald dat het niet geoorloofd is binnen bepaalde afstanden van eens anders erf bomen, heesters of heggen te hebben. Voor bomen is deze afstand in beginsel 2 m, voor heesters en heggen 50 cm. Dit geldt echter niet voor en op openbaar gebied! De wet formuleert hiermee de zo genoemde "verboden zone".
    Hierop zijn tal van uitzonderingen. Om er een paar te noemen zonder volledig te kunnen zijn:
    * een daarop betrekking zijnde notariële akte. * een door buren onderling en afzonderlijk ondertekend briefje. * een mondeling overeengekomen toestemming welke in het bijzijn van (een) getuige(-n) is uitgesproken.
    Langdurig gedogen en niet protesteren tegen een bepaalde beplanting vormt echter geen argument voor de rechter.

    5. Gemeentelijke en lokale (bouw)verordening
    De wetgever heeft 'bewust' ruimte gelaten voor lagere overheden om afwijkingen te formuleren ten aanzien van de verboden zone in bijvoorbeeld een gemeentelijke of plaatselijke verordening. Dit kan inhouden dat de in Art. 5:42 BW genoemde afstanden voor heggen, hagen en heesters nihil kunnen zijn!
    Een heg of haag geplant op het midden van de erfscheiding.
    Er is sprake van 'mandeligheid'.
    De afstand van de erfgrens ten opzichte van het hart van een (boom)stam moet in beginsel minimaal 2 m bedragen.
    Een heg of haag moet in beginsel minimaal op 50 cm afstand van een erfgrens staan.
    Uitgaande van Art. 5:44 BW wordt verticaal gemeten op de erfgrens.
    In Art. 5:42 BW wordt uitgegaan van een horizontale meting vanaf de erfgrens tot het hart van de (boom)stam.
    De roodgele baan vormt de verboden zone, zoals deze in de wet is geformuleerd. De wettelijk minimale afstand van boom en/of haag is gelijk aan wat bij de tekening in het midden is vermeld.
    Uitgaande van Art. 5:42 BW wordt horizontaal gemeten over een zone van 2 m vanaf de erfgrens op het erf van de ander.

    6. Verwijdering vorderen
    Een buur kan verwijdering vorderen van bomen, heesters of heggen die hoger zijn dan een scheidsmuur, indien lucht, licht (geen zonlicht) of uitzicht wordt ontnomen. Meestal is in een lokale (bouw-)verordening of door plaatselijk gebruik de maximaal toegestane hoogte van een scheidsmuur bepaald. Op grond van Art. 5:49 BW is die hoogte bepaald op 2 m bij afwezigheid van een verordening of plaatselijke gewoonte. In beginsel betekent een en ander dat een haag slechts 2 m hoog mag zijn. Echter... afstanden tussen gevels, indien deze ruim zijn, kunnen een hogere haaghoogte aannemelijk maken.

    7. Aanwijzen van een bemiddelaar
    Om een burengeschil over een boom of heghoogte niet te laten escaleren en om te voorkomen dat men moet procederen, kan een voor beide partijen acceptabele derde persoon als bemiddelaar in het geschil worden aangesteld. Een (boom- of groen-) verzorgingsdeskundige kan men bijvoorbeeld vragen voor het geven van een bemiddelend snoei-advies. Voor adressen voor advies en hulp: zie onder 12.

    8. Snoeien van overhangende takken en het kappen van wortels
    Art.5:44 BW geeft iemand het recht om na schriftelijke aanmaning met termijnstelling aan zijn nabuur zelf de over de erfgrens overhangende takken die buiten de 2 m zone staan te kappen of te snoeien. De rechten op grond van Art.5:44 BW worden recht omhoog gemeten op de erfgrens. Hetzelfde is van toepassing op buurman's wortels die doorschieten op het eigen erf. De verplichting tot schriftelijke aanmaning is hiervoor niet nodig. Dit laatste is uiteraard sterk aanvechtbaar.

    9. Misbruik van bevoegdheid
    Art. 3:13 BW handelt over misbruik van bevoegdheid. Het kan hierbij gaan over het kennelijk willen dwarsbomen van de nabuur. Dat moet dan wel bewezen kunnen worden! Het bijvoorbeeld in eigen hand rigoureus terugzetten van wortels of een boomkroon op een zodanige wijze behandelen dat schade wordt toegebracht aan het voortbestaan van een boom of ook dat een boom uit esthetisch oogpunt 'onwenselijk' is behandeld, is strafbaar!

    10. Mandeligheid in verband met erfscheiding door middel van een heg of haag
    In het voorgaande is steeds uitgegaan van het feit dat het onomstotelijk duidelijk was, wie de eigenaar van een boom of heg is.
    Een bijzonder soort gemeenschappelijk eigendom is ontstaan, wanneer de erfgrens ergens door de voet van een stam loopt of ook wanneer de grens van twee erven, die aan verschillende eigenaren toebehoren, er in de lengterichting onderdoor loopt. In dit geval is er sprake van 'mandeligheid' hetgeen in de artikelen 5:60 tot en met 5:68 BW is geregeld. Bepaald is dat in geval van gemeenschappelijk eigendom of mede-eigendom geen der beide eigenaren iets aan dit eigendom (boom of heg) mag veranderen zonder de uitdrukkelijke toestemming van de ander. Als een heg dus een erfscheiding van twee erven vormt, wordt vermoed dat het midden van de heg de erfgrens is (Art. 5:36 BW). Tenzij ander bewijs van erfloop wordt dit vermoeden ook gerekend tot mandeligheid i.c. quasi-mandeligheid.

    11. Schikking meestal verkieslijk!
    Het geheel overziend is het raadzaam bij het planten van een boom, heester of een haag zorgvuldig te werk te gaan en goed na te denken over de eventuele consequenties en juridische gevolgen van zo'n daad:
    * inachtneming van het geregelde recht op dit gebied voorkomt problemen op termijn. * zijn er problemen, dan is het raadzaam tot een wederzijdse, aantrekkelijke schikking te komen. Dit voorkomt moeilijke en dure juridische procedures. * inschakelen van een onafhankelijk deskundige kan voor de juiste bemiddeling en bovendien voor een praktisch advies zorgen.

    12. Adressen voor deskundige hulp en advies.
    Bomenstichting,
    tel. 030 2303510 (tussen 9.00 en 13.00 uur) - fax 030 2310331.
    De Bomenstichting geeft advies aan particulieren, bedrijven en overheidsinstellingen. Via de site van de Bomenstichting is ook haar uitgave Bomen met je Buren te bestellen.
    Nederlandse Vereniging voor Tuin- en Landschapsarchitectuur NVTL, Oudebrugsteeg 11-2, 1012 JN Amsterdam,
    tel. 020 4275590 - fax 020 4217172.
    Bij deze vereniging kunt u het adres krijgen van een onafhankelijke adviseur in uw omgeving.
    De Vereniging van Hoveniers en Groenvoorzieners VHG,
    John F. Kennedylaan 99, postbus 85, 3980 CB Bunnik,
    tel. 030 6595650 - fax 030 - 659 56 55.

    naar menu Naar boven
    ERKENNING VAN AEQUOR
    MMAequor ...natuurlijk!
    Aequor is het kennis- en communicatiecentrum voedsel en leefomgeving. Aequor is van oorsprong een Latijns woord. De betekenis en symboliek passen bij onze werkterreinen en de vernieuwingen. Zoals open vlakte, aardbodem en waterspiegel. Op een heel natuurlijke manier typeert het onze vernieuwde organisatie. We geven invulling aan een verbindende rol tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven. Daarbij past een open dialoog met onze omgeving. Kwaliteitsbewustzijn en klantgerichtheid hebben we daarbij hoog in ons vaandel. Natuurlijk blijven ook de kwalificatiestructuur en de beroepspraktijkvorming aandachtsterreinen van Aequor.

    Praktijkervaring is onmisbaar in de beroepsopleiding; met theorie alleen kom je er niet. Het bedrijfsleven, de beste plaats voor deze ervaring, wil daar zeker aan bijdragen. Het praktijkleren (voorheen stage of leerlingwezen) heeft alleen zin als een deelnemer op het bedrijf met zoveel mogelijk aspecten in aanraking komt en daar goed wordt begeleid. Bij voorkeur door een geschoolde praktijkopleider. Dat kan niet in elk bedrijf.

    Er is een reglement waarin exact staat aan welke eisen een bedrijf moet voldoen dat een opleidingsbedrijf voor het middelbaar groen onderwijs wil zijn. Sinds 1 augustus 1997 moeten zij een erkenning hebben. Dat is voor de kenniscentra bedrijfsleven beroepsonderwijs een instrument om de kwaliteit van de beroepspraktijkvorming te bewaken. Aequor heeft de verantwoordelijkheid voor de groene sectoren. De criteria voor opleidingsbedrijven zijn vastgesteld door vertegenwoordigers van het onderwijs en het bedrijfsleven.

    Aequor inventariseert de beschikbare (erkende) bedrijven voor het praktijkleren. Bedrijfsadviseurs vanuit de aoc's of vanuit het kennis- en communicatiecentrum Aequor spelen daarin een cruciale rol. Zij gaan bij bedrijven langs voor intake en advisering. Zij noteren de gegevens van bedrijven die als erkend leerbedrijf geregistreerd willen worden met een speciaal ontwikkeld computerprogramma; het Aequor intakeprogramma leerbedrijven (Lipo). Nadat er voldoende leerbedrijven zijn bezocht, wordt er een uitspraak gedaan over de gemiddelde opleidingskwaliteit en opleidingsbereidheid.

    Kennis- en communicatiecentrum voedsel en leefomgeving Aequor maakt zich sterk voor de goede afstemming van het middelbaar beroepsonderwijs op de behoeften van het groene bedrijfsleven. Wij vormen een brug tussen vraag en aanbod, tussen bedrijfsleven en onderwijs. Wij analyseren systematisch de ontwikkelingen in de beroepspraktijk en op de arbeidsmarkt. In overleg met deskundige vertegenwoordigers van de verschillende sectoren en onderwijsinstellingen bekijken wij welke gevolgen dit heeft voor de kwalificaties waaraan men moet voldoen.

    De praktische vorming van de toekomstige medewerkers en ondernemers vindt plaats op de leerbedrijven die door Aequor zijn erkend. Aequor stelt vast of bedrijven geschikt zijn als leerbedrijf op basis van door de branche vastgestelde criteria. Deze bedrijven worden opgenomen in een landelijk register.

    Aequor beweegt zich op het grensvlak van het groene bedrijfsleven en het onderwijs. De betrokken partijen zijn vertegenwoordigd in het bestuur van de organisatie. Vertegenwoordigers van de werkgevers, werknemers en het onderwijs hebben ook zitting in de sectorcommissies en de Paritaire Commissie. In de bedrijfseenheden heeft alleen het bedrijfsleven zitting.

    naar menu Naar boven
    FRANSE TUIN
    SPAANSE TUINEen Franse tuin (Jardin à la Française) of baroktuin is een formele tuin die is aangelegd in een Franse stijl, naar een model uit de Italiaanse Rennaissance-tuin.

    De tuin is een levend en teer erfgoed, de uitdrukking van ervaring en kunst. Elke tijd heeft zijn eigen stijl. In de Middeleeuwen wordt de ontginning van de moerassen rond de abdijen met christelijke symboliek omgeven. Tijdens de Renaissance krijgen de tuinen en terrassen een hoog decoratief gehalte, dat het belang van de kastelen als politieke en artistieke centra benadrukt. In de 17de eeuw wordt de tuinier van Lodewijk XIV, Le Nôtre, het voorbeeld voor heel Europa: hij ontwerpt tuinen met regelmatige vormen, waar de perken en lanen een strakke onderverdeling vormen en de beelden naar Antiek model perfect thuishoren. Aan het einde van de 18de eeuw, in de tijd van Rousseau en het ideaal van een natuurlijke levenstijl, zorgen de Engelse en Chinese invloeden voor een opleving van het "landelijke", dat soms kunstmatig pittoresk aandoet.

    Van Middeleeuwen tot Renaissance:
    De middeleeuwse tuin heeft het tweeledige doel van nuttige tuin en plaats voor religieuze meditatie, en combineert de teelt van fruit, groenten en geneeskrachtige planten met godsdienstige symbolen zoals labyrinten, paradijselijke plantentuinen, bloemen die zijn opgedragen aan de Maagd ...

    Het is een beschutte en afgezonderde plaats waar het schone en het nuttige prachtig samengaan. Tijdens de Renaissance (15de en 16de eeuw) ondergaan de Franse kastelen en tuinen de Italiaanse invloed. De verdedigende wallen worden vervangen door lanen met bomen (meestal iepen) die tot wandelen uitnodigen.

    De tuin wordt groter en in dit type park zijn de lanen en perken aangepast aan de architectuur van de renaissancekastelen, met afgestemde terrassen en vijvers en reeds de speciale aandacht voor perspectief en geometrie die later het hoofdkenmerk van de Franse tuinen zal zijn. In de laatste plaats worden de stichtelijke en religieuze beelden vervangen door mythische figuren uit de Oudheid.

    De Franse tuinen
    In Ile-de-France zijn de eerste Franse tuinen tot stand gekomen en kunnen nog steeds de mooiste voorbeelden van deze parken worden bewonderd. Deze typische tuinstijl is in de 17de eeuw door André Le Nôtre ontwikkeld met als doel de rebelse en wanordelijke natuur aan de wetten van de menselijke geest te onderwerpen.

    De tuin moet plotseling aan strikte regels van geometrie, ordening en maat voldoen, met strakke terrassen, rechte lanen en borders, fonteinen en beelden die haast wetenschappelijk worden geplaatst, geordende buxuspatronen, doolhoven, perken en boomgroepen, waarbij tuin en kasteel naadloos op elkaar moeten aansluiten.

    Water speelt een essentiële rol in dit type tuin, met harde en klaterende stralen of vijvers waarin de hemel en planten worden weerspiegeld. Le Nôtre staat aan de oorsprong van talrijke tuinen in Ile-de-France.

    De tuin van Vaux-le-Vicomte, met Fouquet als opdrachtgever, was zijn eerste creatie en de tuinen van Versailles zijn meesterwerk. Ook de parken van Sceaux, Saint-Cloud, Dampierre en Fontainebleau zijn door de tuinier van de Zonnekoning aangelegd of opnieuw ingericht. De kunst van Le Nôtre heeft de inrichting van talrijke andere tuinen in de streek beïnvloed, zoals Thoiry, Courances of Saint-Jean-de-Beauregard.

    De Franse tuinen worden in de 18de en 19de eeuw door de parken in Engelse stijl overschaduwd, maar komen weer in zwang aan het begin van de 20ste eeuw dankzij tuinarchitecten als Henri en Achille Duchêne, die de parken van Champs en Breteuil opnieuw inrichten volgens de principes van Le Nôtre en een nieuwe Frans tuin aanleggen in Marais.

    De Romantische parken
    In de 19de eeuw ondergaat heel Europa de invloed van de romantiek, die in alle artistieke uitingen voelbaar is, inclusief de architectuur en tuininrichting. Deze nieuwe mode staat aan de oorsprong van een ander type tuin: de romantische parken.

    In tegenstelling tot de Franse tuin wordt in de romantische tuin aansluiting met de oorspronkelijke natuur gezocht door middel van een ongedwongen en wetteloze benadering, ver van elk spoor van de beschaving. De geometrische patronen en rechte lanen worden verlaten. Men probeert échter dan de natuur te zijn en tuinen aan te leggen voor de solitaire of verliefde wandelaar, in parken waar de mens onopgemerkt met de plantenwereld kan versmelten.

    Water is nog steeds heel nadrukkelijk aanwezig, maar eerder in de vorm van rivieren met bruggetjes, vijvers of watervallen. De gazons zijn uitgestrekt, vaak heuvelachtig en hebben afgeronde randen. Aan het einde van de 18de eeuw is de romantische invloed reeds voelbaar in sommige parken van Ile-de-France. Marie-Antoinette laat de tuinen van het Petit Trianon (Versailles) en Trocadéro in Saint-Cloud aanleggen volgens de romantische opvattingen.

    Tijdens het Keizerrijk wordt deze invloed naar de meeste tuinen uitgebreid. De Franse tuinen worden soms zelfs geruimd om plaats te maken voor dit nieuwe type landschap. Napoleon laat bijvoorbeeld een gedeelte van de tuinen van Fontainebleau veranderen.

    naar menu Naar boven
    GAZON
    MOSDe functie van een gazon in het tuinontwerp
    Het meest kenmerkende van een gazon is dat het naar beeld gezien een open ruimte verbeeldt. Het gazon gevormd door grassprieten is de stoffering, waarmee de openheid is belegd. Een gazon is in feite het middel om de openheid in stand te houden. De gunstige eigenschap van die grassprietjes is dat ze zich laten temmen en nooit zo hoog worden - ook al geven we ze alle ruimte, dat het zicht over de ruimte wordt ontnomen. Het gazon verschaft ruimte met het oog op zicht op de border of groepen planten. Mits goed toegepast, bedient de ruimtekunst zich ervan om ruimte te vormen, dingen van elkaar te scheiden of in de meest geraffineerde vorm om de ruimte groter te laten lijken dan ze is.
    In de barokke tuinkunst werden zichtassen toegepast om aan een tuin het majestueuze karakter te verschaffen. Langs de zichtas lagen de gazons met daarin een stelsel van broderies en parterres. Het geheim van de geformeerde, centraal liggende ruimte bestaat uit de afwijking ten opzichte van het perspectief: bij het kijken in de verte over of door de ruimte, tussen twee wanden in, lijkt het of aan de einder die ruimte zich vernauwt, ondanks dat bij nameting van die ruimte tussen de wanden deze overal even breed is!
    In de barokke tuinkunst werd dit perspectivisch bedrog opgeheven door de wanden naar het einde van de tuin toe zich te laten verwijden. De gemiddelde Nederlandse tuin is zelden zo groot of vooral lang dat met het opheffen van dit perspectivisch bedrog gegoocheld hoeft te worden.

    Gazon
    In principe groeien grassen wel op alle gronden. Wat we ervan verwachten of ermee willen bereiken, is een andere zaak. Belangrijk is te weten wat voor eisen we stellen aan het uiterlijk van deze begroeiing.Als we de grasvegetatie definiëren naar beeld, weten we ook hoe het eruit moet zien. Een ruigte ofwel bermvegetatie is in hoofdzaak ook een verzameling grassen met daarbij gevoegd een aantal andere, meest kruidachtige planten.
    Naar beeld gespecificeerd is zo'n vegetatie opgaand en vaak ook kleurrijk. Het ziet er dus echt anders uit dan een 'green' in een golfterrein of een lapje gazon in welke tuin dan ook. Is in de ene situatie het gras hoog, in het andere geval wordt het gras door de wijze van onderhoud kort gehouden. Door middel van beheer en onderhoud kunnen we het beeld dus sturen: lang of kort houden is de keuze.
    In de tuin houden we het beeld van een gazon als een biljartlaken dus in stand door de grasvegetatie regelmatig te maaien. In de weide doen de koeien dat door te grazen. Door maaien en grazen vindt selectie plaats welke grassprietjes dit proces kunnen overleven. Al het overige aan vegetatie dat niet tegen deze bewerking kan, legt het loodje en houdt het dus voor gezien.

    Mengsel voor speelgazon en siergazon
    Wie flink wil kunnen (laten) ravotten op het gazon of vaak over het gazon loopt, kan het beste een speciaal mengsel kopen: het speelgazonmengsel. Het mengsel kan op alle grondsoorten worden ingezaaid. Het bestaat uit sterke grassoorten en geeft als resultaat een dichte groene grasmat. Het mengsel bestaat uit 25% Engels raaigras, 20% gewoon roodzwenkgras, 15% fijn roodzwenkgras en 25% veldbeemdgras.
    Om een mooi biljartlaken te krijgen valt de keuze op een siergazonmengsel. Het mengsel levert een fijnbladig gazon met een dichte zode op. Geef dit type gazon regelmatig een stikstofgift. Dit mengsel kan ook op beschaduwde plaatsen worden gezaaid. Op een schrale (humusarme) grond neemt het aantal fijne grassen toe. De samenstelling bestaat uit 30% fijn roodzwenkgras, 50% gewoon roodzwenkgras en 20% veldbeemdgras.
    Beide mengsels zijn er in een verpakking vanaf 250 gram tot 1000 gram. Per tien vierkante meter wordt 250 gram gebruikt.
    Voor een gazon in de schaduw heeft Pokon & Chrysal een speciaal graszaadmengsel. Dit bestaat uit 35% fijn roodzwenkgras, 45% gewoon roodzwenkgras en 20% veldbeemdgras. Per vijfentwintig vierkante meter wordt 450 gram graszaad gebruikt. Dit mengsel maakt deel uit van de Pokon Tuin Vital lijn.

    3. Aanleg van een gazon in de tuin
    Grassen stellen niet veel eisen aan de bodem. Wel willen ze het liefste wat voedzame grond tot hun beschikking hebben. Dit is te bereiken door humus in de vorm van een goede tuinaarde toe te voegen en dit te vermengen met de bestaande ondergrond. Dit mengen hoeft niet verder te gaan dan zo'n vijftien centimeter. Bij een leemachtige of kleirijke grond is het verstandig om op een onderlinge afstand van circa een meter gaten te graven tot zo'n tachtig centimeter diep. Deze gaten worden gevuld met matig grof puin of grof zand. De bedoeling hiervan is om na neerslag in korte tijd het water af te voeren.
    Na de grondbewerking moet de aarde fijngeharkt worden, zodat een kruimelige structuur ontstaat. Let erop dat de grond, waarin het gras gezaaid moet worden, hoger of lager komt te liggen dan de eventuele borders erlangs. Uw keuze is van invloed op de ruimtelijke werking van het gazon en ook op de hoeveelheid tijd die u later moet besteden aan het onderhoud van de gazonrand.
    De ruimtelijke werking van een verdiept gazon ten opzichte van een border is groter dan van de hoge ligging van een gazon. Naar onderhoud gezien is een lagere ligging van het gazon meer te prefereren: je ziet minder van de uitstekende sprietjes langs de gazonrand.
    Na fijnharken en egaliseren, kan het graszaad uitgestrooid worden. Handig is het, vooral bij wat winderig weer, het grasmengsel te vermengen met scherp zand. Dat strooit wat makkelijker en ook worden de graszaadjes wat gelijkmatiger verdeeld over het oppervlak. Hierna kunt u de oppervlakte walsen of door middel van plankjes bij voorbeeld gemaakt van triplexplaatjes (zo'n 35 bij 35 centimeter) aantrappen.
    Zorg ervoor dat in de begintijd, vooral bij droogte, het toekomstige gazon dagelijks besproeid wordt met water. De beste tijd om gras te zaaien ligt in de periode april - mei of eind augustus - september.
    In tuincentra zijn vele goede gazonmengsels te koop. Let bij aankoop op de hoeveelheid die u nodig hebt. Dat staat op de verpakking. Daarop staat ook aangegeven wat u met het mengsel zoal kunt bereiken. Grofweg worden twee typen mengsels onderscheiden: gazon waarop gespeeld gaat worden of dat intensief belopen zal worden en mengsels die een heel fijne grasmat opleveren. Als stelregel kunt u ervan uitgaan dat dertig gram gazonmengsel per vierkante meter een goed gesloten grasmat oplevert. Na zo'n vier tot zes weken wordt het eerste gras geknipt (heggenschaar) of indien uw lapje een echt groot gazon is, voorzichtig met een goed scherpe maaimachine afgeschoren. Let erop, dat de sprieten in beide gevallen de eerste keer bij maaien toch zo'n vijf centimeter lang blijven.
    Veel mensen die een gazon ingezaaid hebben, beklagen zich over het feit dat mussen zo'n toekomstig weitje als goed gevulde tafel beschouwen: men is bang dat al het graszaad wordt opgegeten. Wees barmhartig. De hoeveelheid zaad die mussen weten te verschalken, is miniem. Bovendien zou u een handje graszaad eens goed moeten bekijken. Minuscuul kleine zaadjes, nauwelijks met het blote oog te zien, bevinden zich daartussen. Zelfs een mus ziet deze graszaadjes niet tussen al die aardkorreltjes liggen.
    Hebt u niet het geduld om het opkomen van het gras af te wachten, dan kunt u probleemloos gazon 'op de rol' bij elk tuincentrum kopen. De noodzakelijke voorafgaande grondbewerking is hetzelfde als hierboven beschreven.

    4. Onderhoud gazon en hulpmiddelen
    Het hebben van een sappig groen en mooi gazon stelt veel eisen en vraagt permanente zorg. Een gazon moet ten minste eens in de acht tot tien dagen gemaaid worden. Belangrijk is dat het grasmaaisel afgevoerd wordt. Spiegel u niet aan openbare plantsoenen, daar laat men het maaisel liggen. Het afvoeren is tegenwoordig heel gemakkelijk. Aan elke maaimachine kan een opvangbak voor het maaisel gekoppeld worden. Uw tuincentrum weet, wanneer u de breedtemaat van het messenrondsel opgeeft, welke opvangbak daarbij past. Zelfs als u met zo'n opvangbak werkt, is het toch verstandig de allerkleinste sprietjes daarna uit te vegen met een (zachte) bezem. Achterblijvende grassprietjes zullen ongetwijfeld vergaan, maar zorgen ervoor dat de oppervlakte van de grond steeds 'vetter' wordt. Uiteindelijk slaat de grond dicht en krijgt het gras het steeds moeilijker verder uit te stoelen. De groei en de kleur van het gras verandert; het groeit slechter en de kleur wordt lichter.

    5. Bijmesten
    Na het maaien moet het grasplantje telkens maar weer zorgen voor genoeg groene delen (assimilatie) om te kunnen overleven. Regelmatig bijmesten (eens per drie weken) met een mengmeststof is daarom voor een goed groeiend en mooi uitziend gazon van uitermate groot belang. Koop een N+P+K (stikstof + fosfor + kalium) meststof. Even goed zijn zogenaamde greenkeepers; een mengmeststof met vaak bijmengingen om ziekten, onkruid en mossen te bestrijden.

    6. Dressen, verticuteren en bezanden
    Ontstaan er oneffenheden of zelfs kuilen in het gazon, dan kan dit door dressen verholpen worden. Dressen is niets anders dan goede en fijngemaakte tuingrond over het gazon uitspreiden. Dit egaal uitspreiden kan eenvoudigweg met de achterkant van een hark plaatsvinden. Zijn er diepe kuiltjes ontstaan in het gazon of gaat het om grote oppervlakten, dan is bijzaaien noodzakelijk. In de overige gevallen is het gras in staat om door de opgebrachte laag heen te groeien. Dressen kan het hele jaar plaatsvinden, maar het liefste voor april of vanaf augustus tot oktober. Voor wat zwaardere gronden (klei, zavel, leemachtig of zwaar humeuze gronden) en vooral ook voor elke grond, waarvan het de bedoeling is dat er een goed en dicht grastapijt op groeit, is het uitstekend deze van tijd tot tijd te bezanden. Bezanden slaat letterlijk op: 'zand erover'. Voordat u dit doet, dient u wel op regelmatige afstanden gaten te prikken in het gazon. Die prikt u door de tanden van een riek of greep in het gazon te duwen en telkens even te wrikken. Zo komt er niet alleen wat meer lucht in de grond, maar kunnen bij het bezanden ook de zandkorreltjes in deze gaatjes komen. Dit zorgt voor een betere ontwatering van het gazon en vooral ook voor een broodnodige verschraling van de bodem.
    Een luxe vervanging voor riek of greep, die vooral handig is als u over een groot gazon beschikt, is een prikrolmachine. Zo'n machine bestaat uit een (verzwaarde) trommel met verspreid daarop gelaste pinnen. Al rollend over het gazon ontstaan dus her en der gaatjes in de grond. Na het bezanden is een (extra) kunstmestgift heel effectief. Bezanden kan gedurende het gehele groeiseizoen van gras plaatsvinden.
    Ondanks alle zorg die u aan het gazon zult besteden, zullen andere (on)kruiden en vooral mossen zich proberen te vestigen tussen de grasplantjes. De grotere kruiden zoals paardebloem en madelieven kunt u voor lief nemen of ze met wortel en al uitsteken. Bedenk wel dat paardebloemen en madelieven agressieve groeiers zijn en vooral plat groeien. Ze verdringen daardoor zoetjesaan de graspollen. Hardnekkiger zijn boterbloemen en mossen. Deze twee soorten komen op alle gronden voor. Verwijderen hiervan kan het beste gebeuren met speciaal gereedschap en wel met een verticuteerhark. De verticuteerhark zorgt ervoor dat ongewenst groeisel en de bodem worden losgesneden. Het harken gebeurt in meer richtingen, zodat het groeisel en de bodem goed los worden gemaakt. Daarna de ongewenste begroeiing afruimen. Vaak blijkt na zo'n behandeling er niets beters op te zitten dan de behandelde plek opnieuw in te zaaien.
    Mossen vormen de meest gevreesde aantasting van het gazon. Op vrijwel elke bodemsoort komen ze voor. Een strikt afdoende behandeling ertegen bestaat eigenlijk niet. Soms helpt een extra kalkgift in de vorm van calcium (Ca) of kalium (K) of er moet ferrosulfaat (Fe(so4)2) aan te pas komen. In dit laatste geval is een hoeveelheid van 250 gram/10 m2 voldoende. Helaas blijft het gras na deze behandeling lange tijd wat bruinachtig. De belangrijkste oorzaak van het optreden van mossen in het gazon is echter, dat de bodem te weinig 'open' is; vaak een gevolg van vet worden of dichtslibben. De oorzaak van vet worden is hiervoor al uiteengezet. Dichtslibben heeft ook te maken met vertering van achterblijvende maairesten, maar wordt ook veroorzaakt door het regelmatig belopen van het gazon of door het langdurig nadruppen na een regenbui via bomen, struiken of (vaste) planten langs de rand van het gazon.

    Nu wilt u waarschijnlijk niet overgaan tot het rooien van deze beplanting en ook niet uw gazon eraan geven. Het beste is het daarom dit artikel van A tot en met Z goed te lezen en vooral uit te voeren.
    Om u het bestrijden van mossen gemakkelijk te maken zijn er kant-en-klare mosdodende middelen. Goede resultaten zijn bijvoorbeeld te krijgen met 'Pokon Antimos'. Dit is in twee verpakkingen verkrijgbaar, nl. voor gazons tot 30 m2 en tot 75 m2. Ook 'Fison Greenkeeper' bevat naast mengmeststoffen een mosdodend middel.

    Eens wat anders dan een gazon
    Een onberispelijk gazon is voor velen een droom. De keurig geschoren grassprieten moeten aanvoelen als een zachte borstel en er mogen geen (on)kruiden in staan. Het is een hele toer om zo'n ideaalbeeld jaren lang in stand te houden. De werkelijkheid is weerbarstiger zoals menigeen weet: mossen en kruiden sluipen binnen en het ideaalbeeld wordt steeds moeilijker te handhaven. Soms is het maar beter het roer volledig om te gooien en te kiezen voor een tapijt met kleurige kruiden.

    Een veelkleurig tapijt is wel even wennen
    Aan het hebben en houden van een perfect gazon zijn veel voorwaarden verbonden. Voor het zaaien of leggen van de zode moet de grond goed zijn voorbewerkt, er is regelmatig bemesting nodig en ook is bestrijden van onkruidgroei een regelmatig terugkerende bezigheid. Bedekking met een kruidenvegetatie stelt heel andere eisen.

    Wanneer je beter kunt kiezen voor een bedekking met kruiden in plaats van een gazon aanleggen, zijn daarvoor geen regels. Bovenal moet zo'n keuze gebaseerd worden op harmonie. Als er sprake van ook een bloemrijke border als onderdeel van de tuin, dan wordt een bedekking met kruiden er niet gemakkelijker op. Kies je voor een bedekking met een niet bloeiend kruid, dan komen de verschillende bloemkleuren in de border beter tot hun recht. Kies je voor een kleurrijke bodembedekking, dan zouden de tinten van de kruiden harmonieus in die van de borderplanten moeten overlopen of ten minste daaraan verwant moeten zijn. Voor beide gevallen is er wel een kruidachtige vegetatie te bedenken.

    Madeliefje (Bellis perennis) dringt zich vaak op in gazons Scherpe boterbloem (Ranunculus acris)
    en klaversoorten komen ook veel voor in het gazon.

    Een overweging om te besluiten voor een kruidachtige bodembedekking zou de grootte van de tuin kunnen zijn. Een voortuintje leent zich minder goed om daar zowel een border als ook nog een gazon te hebben. Het onderhoud van een gazon is een wekelijks terugkerende bezigheid en ook moet er een maaimachine voor worden aangeschaft. Wie opziet tegen het vele werk dat aan een goed onderhouden gazon vastzit, kiest voor een bedekking met kruiden. Een mooi gazon bestaat bij de gratie van dikwijls maaien, onkruidbestrijding en speciale bemesting, waardoor een monocultuur van grassen in stand kan blijven. Mooi is in dit verband dus betrekkelijk. Kruiden, die komen aanwaaien, worden systematisch geweerd en verwijderd om het ideaalbeeld in stand te houden. De natuur is weerbarstiger en vindingrijker dan de mens. Daaraan toegeven is de eerste stap naar een kruidenrijke bedekking van de grond. Maar daarin is ook selectie mogelijk. En nog een stapje verder gaan betekent een weloverwogen keuze van kruiden, die geschikt zijn om zo'n kleurrijk tapijt te realiseren.

    Met stinkende gouwe (Chelidonium majus) en soorten ooievaarsbek (Geranium) maak je al een eenvoudige, kleurrijke bedekking Klaproos (Papaver nudicaule), korenbloem (Centaurea cyanus) en gele ganzenbloem (Chrysanthemum segetum) zijn een goede basis voor een kleurrijk, zomers tapijt

    Is een gazon gebaat bij een voedselrijke bodem, een kruidachtige vegetatie moet die juist niet hebben. Wie aan een kruidachtige bodembedekking wil beginnen, doet er goed aan de grond vooral te verschralen met zand. Een laagdikte van tien tot vijftien centimeter zand moet worden gemengd met tien centimeter van de (bestaande) ondergrond. Pas na deze bewerking kan er worden gezaaid of geplant.
    Je kunt ervoor kiezen om te zaaien met één- of tweejarigen, dan komen er niet elk jaar weer dezelfde planten op. Ieder jaar (bij)zaaien is dan nodig om het kleurrijke effect in stand te houden. Een ander principe is om als basis een aantal vaste planten te kiezen en dan één- of tweejarigen bij te zaaien. De simpelste bodembedekking bestaat uit één soort vaste plant, die ieder jaar weer trouw opkomt of wintergroen is. Daarin kunnen diverse andere (vaste) planten worden gezet, die al of niet één- of tweejarig zijn.

    naar menu Naar boven
    GEWASBESCHERMING
    LARVE KOOLVLIEGLarve van de koolvlieg
    Jonge koolplanten worden loodkleurig en verwelken. Plant staat los in de grond. De wortelen zijn voor een groot deel afgevreten en de wortelhals is verstoord. Alleen een zwarte stomp van de hoofdwortel blijft over.
    In de stengelbasis treft u witte maden aan. Radijzen en rettich zijn vol vreetgangen.
    Oorzaak: de larven van de koolvlieg.
    Oplossing
    Birlane® strooimiddel


    Larve van de uienvlieg
    De vlieg zet aan de basis van de plant eieren af. Hieruit komen witte maden die, vooral in het jeugdstadium van het gewas, veel schade kunnen veroorzaken. De aangevreten plantjes vallen om en sterven daarna af. Bij een latere eiafzetting is wegval als regel minder groot. De op dit tijdstip aangevreten bollen zijn vaak misvormd.
    Oplossing
    Birlane® strooimiddel

    Larve van de wortel-vlieg
    Kool, wortelen, uien en ook prei worden aan de bodemgedeelten aangevreten door de maden van de groentevliegen. De groenteplanten verwelken en sterven af.
    Oplossing
    Birlane® strooimiddel

    Slakken
    Het gevaarlijkst voor de tuinbezitter zijn de naaktslakken. Naaktslakken, maar ook huisjesslakken vreten aan groente, fruit en siergewassen. Ze hebben een voorkeur voor kiemplanten, jonge planten en gewassen met zachte, tere bladeren.
    Duidelijke kenmerken van slakkenschade zijn de typische venster- en gatenvraat aan de bladeren, en de typische slijmsporen. Vochtig weer bevordert de slakkenactiviteit.
    Van maart tot april kruipen de jonge nakomelingen uit de overwinterde eieren en beginnen direct met de vraat aan tuinplanten. In de zomer zijn de slakken uitgegroeid. Tussen augustus en september volgt de paring. Zes tot acht weken later leggen de slakken hun eieren, bij voorkeur in spleten in de grond.

    Insecten op Groenten
    Aardvlooien in groenten
    Aardvlooien kunnen in meerder gewassen optreden. Vooral de onderste bladeren vertonen vensters en later gaatjes. Deze worden veroorzaakt door de kleine metaal glanzende of geel gestreepte, springende kevertjes. De schade is alleen van belang wanneer aardvlooien direct bij opkomst in grote aantallen actief zijn. Aantasting gebeurt vooral onder droge omstandigheden.
    Oplossing
    Decis® vloeibaar, Pyrethrum vloeibaar

    Bladluizen in groenten
    Treden bij veel plantensoorten op. Het zijn kleine insecten die sap uit de planten zuigen. Ze kunnen, afhankelijk van de soort, groen, geelachtig, witgrijs, roodachtig of zwart zijn.
    De aangetaste bladeren zijn gekruld en ingerold, de scheuten zijn gekromd. Bovendien bevuilen bladluizen het gewas met een kleverig uitscheidingsproduct (honingdauw) waarin gemakkelijk roetdauw ontstaat. Bladluizen brengen ook virusziekten over.
    Oplossing
    Bayer Anti-Bladluis, Decis® vloeibaar, Duoflor spray, Duoflor concentraat, Pyrethrum vloeibaar.

    Coloradokever
    Kevers van 1 cm groot, helder geel met overlangs 10 zwarte strepen. De larven zijn oranje-rood.
    Zowel de larven als de kevers vreten aan de aardappelbladeren. De kevers overwinteren in de grond. In warme jaren kan in augustus een tweede generatie voorkomen.
    Oplossing
    Decis® vloeibaar

    Erwtenkever
    Bij het openen van de peulen ontdekt u dikwijls dat de jonge erwten door kleine groene rupsen zijn aangevreten. Het zijn de larven van de erwtenpeulboorder, een kleine vlinder. Deze legt zijn eieren in mei en juni tijdens de bloei van de erwt. Bijzonder opvallend zijn de rijkelijke, vermaalde poepresten.
    Oplossing
    Vruchtwisseling en mengteelt met tomaten. Tijdens de bloei groentenbeschermnetten aanbrengen.
    Decis vloeibaar, Pyrethrum vloeibaar.

    Kever
    In Nederland kennen we ca. 3800 soorten kevers. Een aantal daarvan is schadelijk, zoals de taxuskever of de gegroefde lapsnuitkever. Deze is zwart of bruinzwart van kleur en ca. 10 mm lang. Zij zijn vooral

    naar menu Naar boven
    GIFTIGE PLANTEN
    Giftige planten zijn planten die vergiftigingsverschijnselen veroorzaken wanneer kleine hoeveelheden ervan worden opgegeten, of planten die ontstekingen of andere huidaandoeningen veroorzaken wanneer ze worden aangeraakt. Giftige planten kunnen slaap verwekken, de huid irriteren, de slijmvliezen aantasten, kramp of buikloop veroorzaken... en zelfs dodelijk zijn. Gelukkig komt dit laatste maar weinig voor.

    De giftigheid betreft niet altijd de hele plant. Bij sommige planten zijn alleen bladeren, bessen, wortel, tak, bloem of sap giftig. De schadelijkheid van giftige planten is ook van verschillende factoren afhankelijk. De leeftijd van de persoon speelt een rol, zijn gewicht, zijn gevoeligheid. Hoe jonger, hoe gevoeliger. Ook de groei- en bloeiomstandigheden en de omvang van de ingenomen hoeveelheid heeft belang. Zo worden vele plantenstoffen als geneesmiddel gebruikt en zijn ze maar giftig wanneer ze, zoals andere geneesmiddelen, verkeerd of in te grote hoeveelheden worden ingenomen.

    Vooral kleine kinderen (0-4 jaar) worden slachtoffer van vergiftiging door planten. Het nieuwsgierige kind onderzoekt niet alleen met zijn ogen en zijn handen, maar ook met zijn mond. Voorwerpen worden niet alleen bekeken en betast maar ook geproefd. Kinderen kunnen geen onderscheid maken tussen giftige en eetbare vruchten. De meeste ongevallen gebeuren dan ook door het eten van giftige bessen. En omdat kleine kinderen doorgaans in huis of in de tuin spelen is het niet verwonderlijk dat vooral ongevallen met kamer- en tuinplanten gebeuren. Om deze reden beperken we ons hier tot deze planten.

    Ongevallen voorkomen
    De meest drastische vorm om vergiftiging door planten te voorkomen is alle giftige planten uit de woonkamer en de tuin te verwijderen. Dit is niet altijd prettig. In sommige omstandigheden kan het een noodzakelijke voorzorgsmaatregel zijn. Giftige planten wegnemen betekent niet dat alle groen en iedere bloem moeten verdwijnen. Er zijn meer niet-giftige dan giftige planten.
    Wanneer er kleine kinderen zijn, verwijder je toch best de giftige planten. Indien je dit niet wenst te doen: Zorg dat kinderen niet bij giftige planten kunnen komen. Hou er rekening mee dat kinderen graag ergens op klauteren.
    Leer de kinderen zo vroeg mogelijk dat ze niet van kamer- en tuinplanten mogen eten.
    Leer hen ten gepaste tijde het verschil tussen eetbare en niet-eetbare, giftige planten en vruchten kennen.
    Leer de kinderenwat er gevaarlijk is. Laat kinderen bij voorbeeld nooit fluitjes maken uit de holle stengel van de reuzenbereklauw.
    Gebruik bij het snoeien, kappen of wieden handschoenen en wrijf niet in je ogen.

    Wat doe je bij vergiftiging?
    Algemeen
    Blijf kalm.
    Indien het slachtoffer braakt, het braaksel bijhouden.
    Verwittig onmiddellijk gespecialiseerde hulp: de huisarts of het ziekenhuis en het Antigifcentrum Tel.: (070)245.245
    Concreet
    De aanbevelingen hieronder gelden enkel voor vergiftiging door planten, indien het slachtoffer bij bewustzijn is. Voor verdere informatie over eerste hulp bij vergiftigingen (bij voorbeeld wat doen wanneer het slachtoffer bewusteloos is?) raden we aan een eerstehulpopleiding te volgen. Om efficiënt eerste hulp te kunnen toepassen moet men de technieken immers op een praktische manier aanleren.

    Bij vergiftiging door het eten van planten, of delen ervan, waarbij het slachtoffer bij bewustzijn is:
    Verwijder de plantenresten uit de mond en houd ze bij.
    Laat het slachtoffer veel water drinken en doe het braken. Dit kan op volgende manier: geef het slachtoffer zoveel mogelijk water, laat het hoofd voorover buigen en met een omwonden vinger (met zuiver linnen) in de keel wrijven (de huig prikkelen). Gebruik nooit zout water: dit zou kunnen aanleiding geven tot andere vergiftigingsverschijnselen.
    Bij aanraking met giftige planten die huidirritatie veroorzaken:
    De huid overvloedig spoelen met water (10 tot 15 minuten).
    Het slachtoffer uit de zon houden.
    Niet experimenteren met zalfjes en lotions.
    Voor de arts of het Antigifcentrum is het nuttig als je de volgende inlichtingen kan geven:

    De naam van de plant. Ken je de naam niet, neem dan een stukje van de plant mee en/of beschrijf ze nauwkeurig.
    Het deel van de plant dat de oorzaak kan zijn van vergiftiging: bes, tak, blad, wortel, bloem...
    De (vermoedelijke) hoeveelheid: enkele bessen...
    De manier waarop het contact met het gif tot stand kwam: eten, zuigen, aanraken, inslikken...
    Het tijdstip waarop het gebeurde.
    De reacties die het slachtoffer vertoont: buikloop, jeuk, huiduitslag, verwijding van de pupillen...
    Leeftijd en gewicht van het slachtoffer.
    Typische bijzonderheden in verband met de gezondheid van het slachtoffer: geneesmiddelen die ingenomen worden, doorgemaakte ziekten...

    Hou ondertussen steeds de vitale functies van het slachtoffer in het oog: bewustzijn, ademhaling en hartslag.

    Giftige tuinplanten
    Op alfabetische volgorde naar de Nederlandse naam:

    Naam plant: Giftigheid:
    Bastaardridderspoor Gehele plant zeer giftig, vooral blad en zaad
    Bilzekruid Gehele plant zeer giftig
    Doornappel Gehele plant zeer giftig, vooral de zaden
    Gevlekte aronskelk Gehele plant zeer giftig (enkele bessen kunnen voor een kind al dodelijk zijn)
    Gevlekte scheerling Gehele plant zeer giftig
    Goudenregen Gehele plant zeer giftig, vooral de rijpe zaden (acht zaden kunnen reeds dodelijk zijn)
    Herfsttijloos Gehele plant zeer giftig
    Karmozijnbes Gehele plant zeer giftig, vooral de onrijpe bessen
    Lelietje-der-dalen Gehele plant zeer giftig
    Monnikskap Gehele plant zeer giftig, vooral de knollen
    Peperboompje Gehele plant zeer giftig, vooral de bessen
    Slaapbol/Blauwmaanszaad Gehele plant zeer giftig, alleen de bladen niet giftig
    Taxus Gehele plant zeer giftig, alleen de zadenmantel niet
    Thuja Gehele plant zeer giftig
    Vingerhoedskruid Gehele plant zeer giftig
    Waterscheerling Gehele plant zeer giftig
    Wolfskers Gehele plant, vooral de bessen, zeer giftig
    Wonderboom Vooral zaden zeer giftig
    Zevenboom Gehele plant zeer giftig

    Giftige kamerplanten.
    Op alfabetische volgorde met de Nederlandse naam:

    Naam plant: Giftigheid:
    Allamanda Waarschijnlijk de gehele plant giftig
    Anturium Vooral zeer jonge bladen en kolven giftig
    Asclepias Waarschijnlijk de gehele plant giftig
    Azalea Bladen en bloemen giftig
    Cristusdoorn Gehele plant giftig vanwege giftig melksap
    Clerodendrum Waarschijlijk de gehele plant giftig
    Clivia Wortelstok en bladen giftig
    Croton Melksap mogelijk giftig
    Dieffenbachia Gehele plant giftig
    Gatenplant Bladen en stengels waarschijnlijk giftig
    Gloriosa GEHELE PLANT ZEER GIFTIG!!
    Herfsttijloos GEHELE PLANT ZEER GIFTIG!!
    Hoya Gehele plant in meer of mindere mate giftig
    Hyacint Vooral bollen en zaad giftig
    Kamerbrem Gehele plant giftig
    Kegelsleutelbloem Waarschijnlijk alle delen van de plant giftig
    Lelietje-van dalen GEHELE PLANT ZEER GIFTIG!!
    Klimop Bessen en bladen giftig
    Narcis Vooral de bol zeer giftig
    Oleander GEHELE PLANT, VOORAL DE BLADEN, ZEER GIFTIG!!
    Oranjeboompje Gehele plant giftig
    Philodendron Gehele plant giftig
    Poinsettia/Kerstster Gehele plant giftig vanwege giftige melksap
    Sierpeper Vruchten mogelijk giftig, zeer scherp smakend
    Sneeuwklokje Bol en blad giftig
    Vincia Waarschijnlijk gehele plant giftig
    Vogellijm/Maretak Gehele plant giftig

    naar menu Naar boven
    GROENE STROOM
    De markt voor groene stroom is op 1 juli 2001 vrijgegeven door de overheid, waarna veel consumenten overstapten op groene stroom.

    Het streven is 20 procent duurzame energie te produceren in 2020 en te besparen op energieverbruik. De overheid subsidieerde tot 2005 het gebruik van groene stroom waardoor het ongeveer net zo duur werd als normale of grijze stroom. Momenteel is er alleen subsidie voor de energiebedrijven als de groene stroom in Nederland wordt opgewekt.

    Producenten van groene stroom leveren hun elektriciteit aan het elektriciteitsnet. De stroom is daarna niet meer te onderscheiden bij de afnemers. Echter, de gebruikers sluiten een contract met een leverancier van groene stroom, daardoor kan een gebruiker toch groene stroom verbruiken.

    Het systeem van groencertificaten is per 1 januari 2004 vervangen door garanties van oorsprong omdat groencertificaten in de praktijk fraudegevoelig bleken.

    De garantie van oorsprong zou een beter bewijs zijn dat de groene stroom op een duurzame wijze is opgewekt. Per 1 januari 2005 is daar de regeling stroometikettering aan toegevoegd.

    In Nederland zijn er (januari 2007) zo'n 5,3 miljoen huishoudens die groene stroom gebruiken. Ongeveer de helft hiervan wordt in Nederland opgewekt, de andere helft wordt geïmporteerd.

    De tweede kamer heeft besloten dat de overheid vanaf 2010, al zijn inkopen duurzaam moet doen. Ca 25% van alle elektriciteit wordt gebruikt voor infrastructuur of door overheidsorganisaties. Aangezien in 2007 slechts een paar procent van het totale elektriciteitsverbruik duurzaam is, zal in de komende jaren een grote verandering gaan optreden. Of een sterke groei in de opwekking van groene stroom, of in de definitie wat duurzaam is.

    Het Groninger waterschap Noorderzijlvest kondigde eind november 2007 aan een nieuwe biogas energiecentrale te willen bouwen voor de opwekking van elektriciteit bij de rioolwaterzuivering in Garmerwolde. Deze zal door een biologisch proces elektriciteit en warmte opwekken uit menselijke uitwerpselen.

    De installatie kost een miljoen euro, maar door de hoge energieprijzen verwacht het waterschap dat geld binnen drie jaar terug te verdienen. Er staat nu al een warmtekrachtkoppeling maar het rendement van de nieuwe installatie is veel beter. Naar verwachting levert dat een besparing op van 300.000 euro per jaar.
    Op dit moment, 2008, komt de meeste groene stroom uit biomassa uit bijstook, wind en waterkracht, in deze volgorde. De komende 20 tot 30 jaar zijn windmolens de enige techniek waarmee veel groene stroom is op te wekken. Bijna alle deskundigen spreken de verwachting uit dat elektriciteit uit de zon, met zonnepanelen, nog wel 4 tot 7 jaar op zich zal laten wachten. Zo lang duurt het voordat de zonnepanelen goedkoop genoeg zijn geworden om de stroom in prijs te laten concurreren met stroom uit wind of gewone centrales die aardgas, steenkool of biomassa verstoken. In 2007 voorspelden Europese deskundigen dat zonnestroom vanaf 2015 of 2017 volledig kan concurreren met marktprijzen van conventioneel opgewekte elektriciteit.

    Groene stroom kan ook uit ouderwetse centrales komen. Daarin wordt vooral aardgas of steenkool verstookt. Als door de steenkool een deel biomassa wordt bijgemengd, mag een deel van de stroom als groene stroom worden verkocht.

    Achter opwekking van groene stroom door middel van verbranding van biomassa worden echter kanttekeningen geplaatst, bij de verbranding van biomassa komen ook vervuilende stoffen vrij. In veel tropische landen worden grondstoffen voor biomassa niet milieuvriendelijk verkregen. Zo wordt palmolie geproduceerd op plantages die zich bevinden op grond waarvoor tropische bossen gekapt moeten worden.

    Dit leidde er in Nederland toe dat de subsidie op sommige vormen van biomassa-groene stroom werd stopgezet.

    Het idee achter groene stroom is dat daarmee de uitstoot van koolstofdioxide (CO2) en andere schadelijke emissies (NOx, SO2, roet,

    naar menu Naar boven
    GRONDSOORT
    De scheikunde van de grond omvat de kennis van de bestandsdelen van de grond en hun onderlinge relaties. In de bodemkunde en de bemestingsleer wordt de scheikunde van de grond gebruikt om de geschiktheid voor een bepaalde teelt te onderzoeken. Het gebruik van meststoffen in de grond vergt chemische kennis. De grond bestaat uit vaste delen, bodemoplossing, en bodemlucht. De vaste bestandsdelen kunnen we indelen in mineralen, organische stoffen, en goed oplosbare zouten die neergeslagen zijn. Organische stof wordt meestal aan de grond toegevoegd bij bemesting.
    De organische stof wordt door bodemorganismen afgebroken, dit proces wordt vertering genoemd. De vertering van organische stof wordt beïnvloedt door de hoeveelheid water en zuurstof, de pH, het zoutgehalte en de vorm en de aard van de organische stof. Organische stof wordt omgezet in Co2 H2o. Een klein gedeelte wordt omgezet in humus. Organische stof en humus geven de grond een bruine tot zwarte kleur, de samenstelling van de humus is verschillend,meestal is bruine humus chemisch rijker dan de zwarte grond.

    Het grondonderzoek
    Het toetsen van de bruikbaarheid van een methode van chemisch grondonderzoek voor de hovenierssector, gaat altijd samen met een proefveldonderzoeken onderzoek met behulp van potproeven, de te onderzoeken grond wordt meestal in contact gebracht met oplossingen van zuren en of zouten.

    Kleigrond
    Kleigrond blijft lang nat en koud, u kunt pas later planten en zaaien. Kleigrond is vaak kalkrijk en bevat veel voedingstoffen, deze grond is onder andere geschikt voor fruitbomen en koolsoorten.

    Schrale grond
    Zandgrond is in de regel arm aan voedingsstoffen en organische stof en droogt daarom ook snel uit, verbetering van de grond bereikt u doororganische mest en turfmolm of tuinturf toe te voegen omdat zandgrond droog is en dus gauw warm, kunt u al vroeg beginnen met zaaien en beplanten.

    Veengrond
    Droogt niet snel uit, omdat ze bestaat uit humus, de grond houdt dus veel water vast. Veen grond is zure grond omdat deze kalkarm is. Rododendrons en heideachtige doen het erg goed in veengrond. U kunt het kalkgehalte verhogen door jaarlijks in de winter kalk te strooien.

    Voedingsstoffen
    Compost, mest, bladaarde, en turf toedienen aan de bodem is goed voor het humusgehalte,humus wordt gevormd door verteerde planten en dieren resten en vormt een opslagplaats voor voedingsstoffen en vocht. Sommige grondsoorten bezitten van nature veel voedingsstoffen, maar op sommige momenten moeten er toch nog voedingsstoffen toegevoegd worden organische meststoffen of anorganische. Het gebruik van alleen anorganische meststoffen is niet goed, omdat dan de humus en daarmee ook de bodemorganismen en bacteriën verdwijnen.
    Overzicht over het leven in de grond:

    Voorkomen in de bodem
    *Bacteriën
    *Stikstofbindende bacteriën
    *Vrij levende Stikstofbindende bacteriën
    *Actinomyceten
    *Mycorrhiza
    *Schimmels
    *Protozoën
    *Mijten
    *Springstaarten
    *Potwormen
    *Regenwormen

    Het bodemleven is van grote invloed op de plantengroei. Uit organische mest, gewasresten en groenbemesters moet het bodemleven de voedingsstoffen vrijmaken die onmisbaar zijn voor de plant. Daarnaast heeft het bodemleven nog diverse andere functies. Te onderscheiden zijn de volgende:
    Afbraak van plantenresten, mest en dode bodemorganismen en vrijmaken van voedingsstoffen hieruit (mineralisatie)
    Opbouw van organische stof die slechts traag wordt afgebroken (humusopbouw, humificatie)

    Opbouw van een goede bodemstructuur:
    losmaken van een te dichte grond door het graven van gangen en de vorming van slijmstoffen die de bodemdeeltjes aan elkaar kitten het mengen van organische en anorganische bodemdelen.
    Beperken van te grote aantallen ziekteverwekkende organismen.
    De mate waarin de verschillende soorten aan bovenstaande effecten bijdragen wisselt sterk per soort. Ook de mate waarin de verschillende soorten in een grond voorkomen varieert sterk afhankelijk van grondsoort en bodemgebruik.

    Te onderscheiden zijn:
    bacteriën en actinomyceten 10.080
    schimmels 10.000
    algen 39
    protozoën 379
    nematoden 50
    springstaarten 6,5
    mijten 4,4
    enchytraeen 15
    duizendpoten, insecten spinnen 67
    regenwormen 4000

    De organische resten van plantaardige of dierlijke herkomst worden het eerst door bacteriën en schimmels omgezet. Hierbij kunnen voedingsstoffen vrijkomen die
    voor de plant beschikbaar zijn. Veel voedingsstoffen worden evenwel ook door deze schimmels en bacteriën opgenomen en zijn dan niet voor de plant beschikbaar. Bacteriën en schimmels worden door veel organismen gegeten en hierbij komen de gebonden voedingsstoffen dan weer vrij.

    Een belangrijke groep die bacteriën en schimmels tot voedsel heeft zijn organismen die uit slechts een cel bestaan: de protozoën. Deze leven in een dunnen waterfilm rond de bodemdeeltjes. Wanneer de grond voldoende vochtig is kunnen ze zich optimaal ontwikkelen en kan vrijmaking van voedingsstoffen plaatsvinden.

    Na de protozoën zijn de aaltjes wat betreft gewicht een belangrijke groep. Deze leven in het algemeen van levende organismen en kunnen schadelijk zijn wanneer ze de wortels van cultuurgewassen aantasten. De meeste aaltjes zijn evenwel niet schadelijk en leven van bacteriën, schimmels, aaltjes en algen.

    De eerste groep die we met het ook kunnen waarnemen zijn de springstaarten en mijten. Springstaarten kunnen we in de herfst in plassen op het land vaak dood aantreffen. Ook de kleine grijze beestjes die opspringen wanneer een kamerplant water krijgt zijn springstaarten.

    Springstaarten en mijten voeden zich met schimmels en bacteriën. Een deel kruipt door bestaande gangen; anderen maken zelf gangen en hebben dan invloed op de bodemstructuur. Er zijn ook roofmijten die van andere bodemdieren leven.

    Een hele belangrijke groep zijn de wormen. Vooral door hun graafactiviteit, hun grootte en hun vermogen om grovere plantenresten te verkleinen zijn ze van belang. Er zijn meerdere soorten, alle met specifieke levenswijzen.

    Vaak wordt er gesproken over een voedselweb. Dit moet niet de indruk wekken dat er een soort web met actief bodemleven homogeen door de grond aanwezig is.
    Het bodemleven concentreert zich op specifieke plaatsen waar soms sterk van elkaar geïsoleerde ecologische evenwichten ontstaan.
    Bij gronden die geploegd worden is er in de bouwvoor een hogere biologische activiteit dan eronder. Bij niet geploegde gronden concentreert het bodemleven zich in de bovenste 5 cm.
    Steeds zijn er evenwel grote plaatselijke verschillen. Vlak bij de wortels zijn veel organismen die van de steeds afstervende buitenste delen van de wortel leven. In kruimelige aggregaten zijn lucht en voedsel aanwezig die plaatselijk tot een hogere activiteit aanleiding geven. Ook waar mest en plantenresten aanwezig zijn, is plaatselijk een hogere activiteit.
    Ook in wormgangen komen plaatselijk meer organismen voor. Door deze plaatselijke verschillen bevindt 90 % van het bodemleven zich maar in 10% van het volume van de grond.

    Bacteriën
    In de bodem komen vele soorten bacteriën voor met de meest uiteenlopende functies:
    Door omzetting van organische materialen komen voedingsstoffen vrij (vooral stikstof, fosfor en sporenelementen)
    Door slijmvorming wordt de bodemstructuur beïnvloed de binding van stikstof door de wortelknolletjes bacteriën is een belangrijke stikstofbron.
    Er is een duidelijke tendens tot hogere bacterieactiviteit wanneer de grond minder zuur; de pH hoger wordt. Omdat bacteriën de neiging hebben organisch materiaal af te breken kan dit tot humusafbraak leiden.
    Te sterk bekalken kan hierdoor een negatieve invloed op de grond hebben.

    Stikstofbindende bacteriën
    Net als bij een stikstofbindingsbedrijf maken de stikstofbindende bacteriën uit de vrije luchtstikstof eerst ammonium. Dit wordt dan weer tot aminozuren en eiwit omgezet. Hoe de stikstofbinding precies in zijn werk gaat is niet bekend maar het sporenelement molybdeen speelt hierbij een belangrijke rol. van groot belang is dat de stikstofbindende bacteriën veel meer stikstof binden dan voor hun eigen groei nodig is. Het overschot is voor de plant beschikbaar. De stikstofbindende bacteriën komen vrij in de grond voor. Wanneer er een vlinderbloemige wordt gezaaid gaan deze bacteriën door de wortelharen naar binnen, waarbij ze zeer lang worden vergeleken met hun normale staafvormige uiterlijk. De wortelcellen gaan zich na een infectie snel delen en zo ontstaan de wortelknolletjes. De vorm en grootte wisselt per plant. Na enige tijd verlaten de bacteriën de knolletjes weer en gaan de grond in. Knolletjes die stikstof binden hebben een roodachtige kleur. Deze kleur wordt veroorzaakt door een stof die nauw aan de rode bloedkleusrtof verwant is.
    Door de bacteriën kunnen aanzienlijke hoeveelheden stikstof worden gebonden:
    Klaver of luzerne als hoofdgewas ca 300 kg N per ha per jaar.
    Klaver onder tarwe gezaaid ca 150 kg N per ha per jaar.
    Wikke voor 10 augustus gezaaid ca 100 kg N per ha per jaar.
    Landbouwkundig
    Van belang voor een goede stikstofbinding zijn;

    Zuurgraad.
    Op zure grond ontwikkelen de knolletjes zich slecht. Per vlinderbloemige ligt dit weer wat anders. Voor rode klaver is een hogere pH-waarde bijvoorbeeld belangrijker dan voor witte klaver. In het algemeen is een pH-KCl van 5,5 of hoger wenselijk.

    Organische mest.
    Toediening van stalmest verhoogt de stikstofbinding door vlinderbloemigen.

    Enten van bacteriën.
    In Nederland heeft enten in het algemeen geen zin. Er zijn vrijwel steeds voldoende bacteriën aanwezig. Bij luzerne op zandgrond is gebleken dat enten wel van belang is.

    Koolzuur.
    Koolzuur is van groot belang voor de stikstofbinding. Dit is mogelijk een reden dat stalmest de binding bevordert. Bij een lage pH-waarde is de stikstofbinding beter wanneer er maar voldoende koolzuur in de grond is.

    Stikstof.
    Wanneer het stikstofgehalte in de grond hoger is wordt er minder stikstof gebonden.

    Sporenelementen.
    Voldoende borium en molybdeen zijn belangrijk. Borium voor de groei van de wortelknolletjes en molybdeen voor de binding van stikstof.

    Vrij levende stikstofbindende bacteriën
    Azotobacter chroococcum is de belangrijkste stikstofbindende bacterie die vrij in de grond leeft. Hierboven een 1000 x vergrootte afbeelding. Deze bacterie komt over de hele wereld in de grond voor. Een andere stikstofbindende vrij levende bacterie is Clostridium butyricum. Deze komt evenwel veel minder voor.
    De vrij levende stikstofbindende bacteriën hebben veel koolhydraten nodig om hun substantie op te bouwen, wel 5 keer zo veel als andere bacteriën. Voor deze omzetting en opbouw is veel lucht nodig. Veel lucht en veel koolhydraten zijn omstandigheden die niet veel voorkomen en de stikstofbinding door deze bacteriën stelt daarom niet zoveel voor. Voor de binding van 10 kg stikstof is ca 1000 kg koolhydraten nodig.
    Wanneer er evenwel wat minder lucht in de grond aanwezig is wordt de stikstofbinding efficiënter en het is niet uitgesloten dat er in bepaalde situaties toch aanzienlijk meer dan de gebruikelijke 5 kg stikstof per ha kan worden gebonden.

    Een enigszins luchtige grond en een ruime beschikbaarheid van koolstofrijke oogstresten zijn een voorwaarde voor de stikstofbinding door vrij levende bacteriën.

    Actinomyceten
    Actinomyceten zijn niet direct zichtbaar, maar toch kennen we ze wel. Ze zijn in belangrijke mate verantwoordelijk voor de typische geur van grond; de bosgrondgeur.

    Actinomyceten hebben veel gemeen met bacteriën. Ze onderscheiden zich ervan doordat ze als schimmels in strengen voorkomen. Het is wel zo dat ze alleen daar voorkomen waar voldoende lucht in de grond is. Als afweerstof tegen bacteriën produceren ze antibiotica (bijv. het geslacht Streptomyces produceert streptomycine en aureomycine). In de wortels van Elzen leeft Frankia. Een actinomyceet die vrije luchtstikstof bindt.

    Actinomyceten breken plantenresten af en zijn ook in luchtige compost zeer actief
    Luchtige omstandigheden stimuleren de actinomyceten.
    Mycorrhiza
    VAM schimmels (Vesiculair Arbusculair Mycorrhiza) leven gedeeltelijk in de plantewortel en gedeeltelijk in de bodem. De plant voorziet de schimmel van koolhydraten. De schimmel helpt de plant bij de opname van water en voedingsstoffen, maar vooral fosfor. Verder neemt de ziektewerendheid van de wortel toe. Het wortelstelsel wordt als het ware groter. Bij veel landbouwgewasen komen VAM schimmels voor, maar niet bij de kruisbloemigen (kool, mosterd, bladramenas) en bij de ganzevoetfamilie (boekweit, akkermelde). Omdat deze planten goed kunnen groeien zonder VAM, groeien deze het beste op opgespoten terreinen en pas aangelegde bermen en dijken.

    VAM schimmels zijn bij granen en uien te zien doordat de wortels er geel van worden.
    Bij hogere gehaltes aan beschikbare stikstof en fosfor neemt de activiteit van de VAM schimmels af. Om deze reden speelt bij de intensieve teelten VAM waarschijnlijk geen grote rol. Bij lagere bemestingsniveaus in de akkerbouw ligt dit anders.

    Schimmels zijn naast bacteriën de belangrijkste bodemorganismen wat invloed op de bodemeigenschappen betreft. Schimmels groeien in draden. Deze kunnen enkele centimeters tot enkele meters lang worden. Aan deze draden verschijnen conidia waar de sporen in gevormd worden. Bij de basidiomyceten (de paddestoelen) ontwikkelen deze conidia zich boven de grond. Vrijwel alle schimmels leven van dode planten. Er zijn enkele uitzonderingen. Pythium, Fusarium, Verticillium e.d groeien de plant in en vertragen de groei of doden de plant. Ook zijn er schimmels die de planten ingroeien en daarmee de groei stimuleren door het wortelstelsel als het ware uit te breiden: de mycorrhiza. Schimmels die aaltjes doden die in een lus kruipen komen ook voor.

    Planten bestaan vaak voor een belangrijk deel uit cellulose en lignine. cellulose kan door veel organismen worden afgebroken. Lignine vrijwel alleen door een beperkt aantal schimmels. Uit deze lignine wordt de stabiele humus gevormd. Schimmels zijn belangrijk voor de humusopbouw.

    Wanner de grond zuurder is worden schimmels gestimuleerd en daarmee de humusopbouw. Wanneer de grond meer basisch is worden bacteriën gestimuleerd en daarmee de humusafbraak en de vrijmaking van voedingsstoffen. Voor schimmels is een luchtige grond een voorwaarde voor een goede ontwikkeling. Dit in tegenstelling tot bacteriën. Veel soorten bacteriën kunnen ook bij minder of geen zuurstof leven.

    Protozoën
    Protozoën zijn eencellige organismen die zich vooral met bacteriën en schimmels voeden. Ze kunnen zich vrij bewegen mits er voldoende vocht in de grond is. Onder droge omstandigheden vormen ze cysten.
    Protozoën hebben twee belangrijke functies in de grond. enerzijds reguleren ze de ontwikkeling van bacteriën en schimmels en zorgen ervoor dat bepaalde groepen zich niet te extreem kunnen ontwikkelen. Anderzijds maken ze bij het verteren van bacteriën en schimmels voedingsstoffen vrij en spelen daardoor een belangrijke rol bij de plantenvoeding.
    Protozoën hebben een vloeistoffilm nodig om zich te kunnen bewegen. De grond moet dus vochtig zijnvoor een goede groei. Bij de het verteren van schimmels en bacteriën komen voedingsstoffen, vooral stikstof en fosfor vrij. Wanneer door regen of beregening een droge grond vochtig wordt stimuleert dit de groei. Dit is niet alleen het gevolg van een toegenomen beschikbaarheid van vocht, maar ook van een toegenomen beschikbaarheid van voedingsstoffen waar protozoën een belangrijke rol bij spelen.

    Aaltjes
    Aaltjes zijn bekend om hun schadelijke effecten, maar toch is het merendeel van de aaltjes in de grond onschuldig en leven van plantenresten. Het is gebruikelijk dat er 10 tot 20 miljoen aaltjes per m2 voorkomen. Ze leven vooral bovenin de grond. Ze zijn meestal minder dan 1 mm lang.
    Een divers bodemleven met veel verschillende soorten organismen o.a. belagers van aaltjes is van belang. Een constante toevoer van makkelijk omzetbaar organisch materiaal (mest, groenbemesters, oogstresten) is van belang.

    Mijten
    Mijten zijn in de bodem in grote aantallen aanwezig en zijn belangrijk voor de afbraak van organische materialen. Ze behoren tot de spinachtigen net als spint die in de kasteelt voor problemen kan zorgen.
    In de strooisellaag en in graslanden bereiken ze hun hoogste aantallen. Dode resten van planten en mest zijn voor veel soorten het belangrijkste voedsel, maar er zijn ook mijten die leven van schimmels, springstaarten, aaltjes en enchytraeen. Om deze reden zijn ze van veel belang voor het ecologisch evenwicht in de grond. Een aspect hiervan is ook dat mijten van belang zijn voor het transport van bacteriën en schimmels door de grond.

    Mijten zijn onder meer van belang vanwege de grote aantallen waarin ze voorkomen. Een strooisellaag (mulchlaag) is voor veel soorten van belang. Doordat een deel van de mijten roofmijten zijn reguleren ze het bodemleven.

    Springstaarten
    Naast mijten zijn springstaarten ook een belangrijke groep die plantenresten en mest afbreekt. Ze komen in grote aantallen en in veel soorten voor. Het meest bekend is de springstaart die in bloempotten bij het watergeven opspringt.

    De edaphische groep.
    Ze zijn behaard, hebben een grijze of bruine kleur, lange sprieten en onder het lijf een springorgaan dat ze in een holte onder het lijf kunnen steken en bij gevaar los kunnen laten springen waardoor ze zelf plotseling wegspringen. Deze groep leeft in bestaande gangen in de grond en eet plantenresten en mest. Bij afbraak komen koolzuur, water en mineralen, onder meer stikstof en fosfor vrij.

    De hemiedafische groep.
    Deze zijn minder behaard, minder gekleurd en hebben kortere sprieten dan de edaphische.

    De euedaphische groep.
    Haren ontbreken, ze zijn wit, hebben geen ogen meer en kunnen niet meer springen. Typisch is dat ze naast plantenresten en mest ook minerale delen; klei en zand tot zich nemen. In de darmen kunnen ze daardoor humus aan klei binden en zo stabiele humus vormen.

    Potwormen
    Potwormen (Enchytraeen) zijn kleine witte wormen van 4 tot 40 mm lang. Ze kunnen in grote aantallen in grond, strooisellaag of compost voorkomen. Belangrijk zijn hun levensomstandig heden en hun invloed op de bodem. Wat de levensomstandigheden betreft is het van belang dat ze bij een veel lagere pH-waarde kunnen leven dan regenwormen. De rol die regenwormen bij hogere pH-waarden spelen wordt door de potwormen bij lagere pH-waarden ingenomen.

    Het voedsel van potwormen bestaat uit weinig of licht voorverteerd voedsel. Het wordt in de mondholte opgenomen en daar enzymatisch voorverteerd. Een dergelijk soort voorvertering vinden we bij regenwormen niet; wel bij loopkevers en spinnen. Het opgeloste voedsel wordt nu opgezogen tezamen met micro-organismen en grond. In de uitwerpselen zijn de bodemdeeltjes en het verteerde voedsel aan elkaar gebonden. Op deze wijze wordt humus aan klei gebonden en de uitwerpselen van de potwormen hebben een veel grotere stabiliteit dan bodemdeeltjes die mechanisch verkleind zijn.

    Wanneer de bodem niet te dicht is kunnen de potwormen kleine gangen graven. In het algemeen worden evenwel bestaande gangen gebruikt.

    Een interessante eigenschap is nog dat wortelcellen die door nematoden zijn aangetast door potwormen bereikt kunnen worden. Hierbij wordt de nematode gedood en de wormen hebben op deze wijze een gezond makend effect op de plant. Vanwege de mogelijkheid om in wat zuurdere grond te leven, vanwege de grotere aantallen en vanwege de gunstige invloed op humusopbouw en bodemstructuur zijn potwormen van veel betekenis voor een vruchtbare bodem.

    Regenwormen
    De groep van de regenwormen is een van de belangrijkste groepen dieren in de bodem. In voedselrijke graslanden bereiken de regenwormen de grootste dichtheden tot ca. 300-500 per m2 en hier worden ook de meeste soorten gevonden. De grootste soort (Lunbricus terrestris) kan wel 30 cm lang worden. Binnen de regenwormen kunnen drie groepen worden onderscheiden:
    De voornamelijk rode wormen (epigeische wormen, Lumbricus, Dendrobaena, Dendrodrilus, Satchellius) leven in de bouwvoor en de strooisellaag. ze eten vers afgevallen plantmateriaal en mest aan de oppervlakte. De rode wormen gaan bij slechte omstandigheden: kou, droogte, voedselgebrek, snel dood, maar ze kunnen zich relatief snel vermenigvuldigen.

    De voornamelijk grauwe wormen (endogeiscbe regenwormen ,Allolobophora, Aporrectodea, Eiseniella, Eisenia, Helodrilus en Octolasium) leven wat dieper, tot 40 cm diepte, en graven zich al etend door de aarde. De grauwe wormen kunnen bij ongunstige omstandigheden in een soort slaaptoestand overgaan in afwachting van beter tijden. De grauwe hebben dit ook wel nodig want ze vermenigvuldigen zich traag.
    De in verticale gangen levende wormen leeft van plantenresten die op de grond liggen en trekt deze de gang in. Iedere soort worm heeft weer een andere invloed op de grond. Deze invloed is bijna altijd een positieve. De rode wormen breken mest en plantenresten af en produceren daarbij voedingsstoffen, maar voorkomen ook ophoping van organisch materiaal zoals bij vervilting van de graszode. De grauwe eten zich door de grond heen en bevorderen zo de bodemstructuur, maar doordat ze zo humus aan klei binden en daarmee stabiele humus vormen bevorderen ze zo de bodemvruchtbaarheid op lange termijn.

    Wormen die verticale gangen maken hebben weer een heel andere functie. Deze wormen leven hun hele leven in een enkele gang en dragen op deze wijze weinig bij aan een goede bodemstructuur. Wanneer er een verdichte laag onder de bouwvoor aanwezig is kunnen zij deze evenwel doorbreken. Enerzijds kunnen de wortels door deze poorten weer naar diepere lagen, anderzijds kan er zo ook lucht in de ondergrond komen en kan overtollig regenwater snel afgevoerd worden zonder daarbij veel voedingsstoffen mee te nemen.

    Grondbewerkingen zijn vaak funest voor wormen. Het is niet zo dat een doodgefreesde of geploegde worm snel weer vervangen kan worden door een andere. Hoe oud ze precies in de grond kunnen worden is niet bekend. Bij teelt in bakken worden leeftijden van 7 tot 8 jaar gevonden.

    Wormen moeten worden gevoerd. Vers of kort verteerd materiaal is voer voor de rode; verder verteerd organisch materiaal voer voorde grauwe.

    Lumbricus terrestris
    Lumbricus terrestris is de grootste in Nederland voorkomende regenworm. Leeft in verticale gangen. Bij uitstek de worm die verdichte ploegzolen losmaakt, grootte 9 tot 30 cm lang,
    kleur bovenzijde rood, onderzijde lichter, vorm heeft een platte staart, levenswijze leeft in een verticale gang, voedsel strooisel dat aan de oppervlakte ligt, leeftijd 3 tot 6 jaar, volwassen in 350 dagen, cocons 38 per jaar per worm, verspreiding 3 tot 5 meter per kolonie per jaar

    Aporrectodea calliginosa
    Aporectodea calliginosa is de meest voorkomende worm in Nederland. Leeft in de bovenste 40 cm. Doordat hij grond en plantenresten tegelijk eet is het een belangrijke structuurverbeteraar en vormer van stabiele aan klei gebonden humus.
    Grootte 8 tot 14 cm lang, kleur variabel, grauw, soms wat blauw of roze, vorm heeft een enigszins platte staart, levenswijze leeft in bovenste 40 cm; structuurvormer.

    Diapauze gaat bij kou en droogte in een soort winterslaap en kan zo overleven kan ook overstroming met water overleven.
    Voedsel meest al wat voorverteerd voedsel.

    Lumbricus rubellus
    Lumbricus rubellus is een veel voorkomende donker gekleurde rode worm, grootte 6 tot 15 cm lang, kleur roodbruin tot roodviolet, levenswijze leeft veel in de strooisellaag, maar ook in de grond, diapauze op 45 cm diepte opgerold, voedsel vrij vers materiaal, leeftijd ca 3 jaar, volwassen in 180 dagen, cocons 80-110 per jaar per worm

    Eisenia foetida
    Eisenia foetida is de typische mestworm. Kan in de grond wel overleven maar vermenigvuldigt zich daar niet. De kleur is fel donkerrood. Op de hand zeer beweeglijk. Stelt hoge eisen aan levensomstandigheden (vocht, voedsel, temperatuur). Kan zich relatief zeer snel vermenigvuldigen.
    Grootte 3 tot 13 cm lang, kleur donkerrood tot purper. Soms gelige strepen tussen de segmenten, levenswijze plantaardige compost, dierlijke mest, strooisellaag. Bijna nooit in de grond. Voedsel weinig verteerde planten en mest. Leeftijd 1 tot 4 jaar volwassen na ca 2 maanden eieren 900 per worm per jaar.

    naar menu Naar boven
    GRONDWERK
    Om te beginnen met het maken van het straatwerk moet bekend zijn wat u wilt.
    We gaan er vanuit dat we een terras gaan maken.
    Belangrijk is dat er genoeg zand onder het straatwerk zit, min. 20 cm.
    Zet de maten uit, en wees niet te zuinig met de afmetingen.

    Uitgraven op een diepte van de dikte van de steen uitgaande van een steen 6 cm hoog.
    Plus 20 cm zand is 26 cm diep, gemeten vanaf de bovenkant terras.

    Let erop dat er op de plaatsen waar de opsluitbanden komen diep genoeg is uitgegraven
    10 cm zand onder de opsluitbanden is voldoende.
    Bij een opsluitband van 20cm hoog moet min 32cm diep uitgegraven worden.

    20cm van de hoogte opsluitband, plus2cm klik.
    Plus 10 zand onder de band. Gemeten vanaf de bovenkant terras.
    Klik is de hoogte van het straatwerk boven de opsluiting.

    Nu zand inbrengen en uitvlakken.
    Bij een steen van 6 cm 4 cm onder bovenkant terras.

    Dit betekent een over hoogte van 2 cm i.v.m het verdichten van het zandbed.

    naar menu Naar boven
    HAGEN.
    Vanaf nu is het mogelijk om uw tuin, project, balkon of terras direct de groene uitstraling te geven die u wenst. Niet meer jaren wachten op een volgroeide erfafscheiding maar direct een volwassen en groen resultaat!

    Op bestelling kunnen wij u elk type haagplant of leiboom leveren. De direct groene, volgroeide hagen geven elke tuin of project de uitstraling, allure en privacy die normaliter jaren geduld zou vereisen. De hagen zijn leverbaar tot hoogten van maar liefst twee meter. Dat betekent geen jaren meer wachten maar direct het gewenste resultaat!

    Laten plaatsen
    Naast de levering kan Boorsma tuinen ook de plaatsing van uw volgroeide haag verzorgen. Wij komen in dit geval allereerst de situatie ter plekke beoordelen. Van invloed zijn onder andere de locatie, bereikbaarheid en grondsoort. Op basis van dit bezoek kan op een reële wijze de hoeveelheid werk worden ingeschat en zal er geheel vrijblijvend offerte worden uitgebracht.

    Onderhoud
    Ook is het mogelijk om een onderhoudscontract voor elk van onze producten af te sluiten. In dat geval nemen wij al het onderhoud voor onze rekening. Te noemen vallen bijvoorbeeld snoeiwerk, bemesting, bestrijding en watergeven.

    naar menu Naar boven
    HET WEER
    Regen:
    Vorm van neerslag waarbij waterdruppels uit een wolk vallen. Als de temperatuur van de wolk en de lucht onder de wolk boven nul is bestaat de wolk geheel uit water. Door botsing van waterdruppeltjes kunnen de druppels verder aangroeien. Voor één regendruppel zijn miljoenen kleine wolkendruppeltjes nodig. Pas als de druppels groot genoeg zijn geworden vallen ze uit de wolk en regent het. In een buienwolk die tot grote hoogte in de atmosfeer reikt waar het vriest bevinden zich naast druppels ook ijskristalletjes en onderkoelde watdruppeltjes. De ijskristallen kunnen dan aangroeien door water van (onderkoelde) wolkendruppels te onttrekken (proces Wagener-Bergeron). Daardoor ontstaan grotere neerslagdeeltjes en regent of sneeuwt het uit een bui meestal harder.

    Zonkracht :
    De zonkracht is een maat voor de hoeveelheid ultraviolette straling (UV) in het zonlicht die de aarde bereikt. Het UV-zonlicht neemt toe naarmate de zon hoger staat en varieert met de seizoenen en het moment van de dag. Warmte heeft geen invloed: op een koele zonnige dag kan de zonkracht even sterk of sterker zijn dan op een warme dag. Wel is de hoeveelheid UV afhankelijk van wolken, vocht of stof in de atmosfeer en van de hoeveelheid ozon. De ozonlaag op grote hoogte in de atmosfeer beschermt het aardoppervlak tegen UV.

    De verwachte hoeveelheid UV wordt uitgedrukt in de zonkracht, een UV-index die in ons land kan variëren van 0, wanneer er geen UV is, tot 10 voor de maximale hoeveelheid UV-zonlicht. In landen dichter bij de evenaar en in de bergen kan de zonkracht een waarde van 15 of hoger halen. Bij een lage zonkracht (0-4) verbrandt de huid minder snel dan bij een hoge zonkracht (7-10 en hoger). De zonkracht hangt ook af van de hoeveelheid bewolking: op een zonnige dag is er meer UV-zonlicht dan wanneer er bewolking is.

    's Zomers vanaf 30 april worden de verwachtingen voor de zonkracht dagelijks op NOS Teletekst vermeld. In de weerberichten van het KNMI die via andere media worden verspreid, wordt dit gegeven alleen vermeld als de verwachte zonkracht 5 of groter is. Het is raadzaam om dan zeker tussen 12 en 15 uur de zon zo mogelijk te mijden of de schaduw te zoeken.

    U kunt de huid het best beschermen door het dragen van een pet, zonbeschermende kleding of het gebruik van crèmes met factor 10 of 12. In de tabel van de zonkracht is globaal aangegeven hoe lang de huid van een gemiddelde Nederlander midden op de dag zon kan verdragen. Voor wie snel verbrandt is de tijd korter, voor wie van nature een getinte huid heeft langer. De vermelde tijd geeft aan na hoeveel minuten een onbeschermde huid zoveel UV heeft gekregen dat deze na 8 tot 24 uur rood kleurt. Dat is het maximum voor wie verstandig wil zonnen.

    Sneeuw:
    Sneeuw veroorzaakt de grootste problemen wanneer de neerslag valt bij vorst, vooral bij matige tot strenge vorst. Als het dan ook hard waait, gaat de sneeuw stuiven en ontstaan sneeuwduinen. Wanneer sneeuw wordt verwacht bij windkracht 6 of 7 geeft het KNMI een weeralarm uit voor sneeuwjacht. Bij windkracht 8 of meer en sneeuw geldt een weeralarm voor sneeuwstorm. Ook bij aanhoudend zware sneeuwval met op grote schaal meer dan 3 cm per uur of 10 cm in 6 uur in een groot gebied van minstens 50 bij 50 kilometer of geclusterd langs een buienlijn van minstens 50 kilometer geeft het KNMI een weeralarm voor zware sneeuwval uit. Dat is gevaarlijk voor het verkeer en leidt tot grote overlast. Sneeuw zelf is niet glad, maar wordt door het verkeer tot glad ijs gereden.

    Sneeuw die grotendeels uit water bestaat, wordt natte sneeuw genoemd. De vlokken zijn dan in de regel groter dan bij temperaturen onder het vriespunt. De plaksneeuw is ideaal voor sneeuwballen, sneeuwpoppen en glijbanen. Bij strenge vorst kunnen de sneeuwvlokjes zeer klein zijn en worden ze aangeduid als poedersneeuw of motsneeuw. Bij rustig weer en temperaturen van meer dan 8 graden onder nul kan er zelfs bij een wolkenloze hemel ook poolsneeuw vallen. De ijsnaaldjes of ijsplaatjes schitteren in het zonlicht.

    Veranderen de sneeuwvlokken plotseling van grootte dan wijst dat op een temperatuurverandering op enige hoogte in de atmosfeer. Dat kan invallende dooi zijn of invallende vorst. Bij temperaturen rond het vriespunt en buiig weer kan er ook korrelsneeuw vallen. Dat zijn witte ondoorzichtige en meestal ronde of kegelvormige korreltjes, die op de harde grond opspringen. Korrelsneeuw is in tegenstelling tot hagel nogal bros en samendrukbaar en kan gemakkelijk uiteenspatten. In tegenstelling tot ijs heeft sneeuw een witte kleur. Dat komt omdat sneeuw een veel minder dichte samenstelling heeft dan ijs. Sneeuw bevat lucht waardoor het licht weerkaatst wordt. Bij sneeuw is de weerkaatsing van licht voor alle kleuren gelijk en dat verklaart de witte kleur. Sneeuw kan soms echter ook een heel andere kleur hebben. Zo lijkt de sneeuw tegen de achtergrond van een donkere lucht een grijze kleur te hebben.

    naar menu Naar boven
    HOUT
    PERGOLA MONTAGEHout is een van de meest toegepaste bouwmaterialen. Het is een veelzijdig materiaal, dat zeer geschikt is voor de uiteenlopende toepassingen. Naaldhout wordt ook vaak "Zachthout" en loofhout "hardhout" genoemd. Dit is een verwarrende aanduiding omdat hardhout zachter dan zachthout kan zijn. De term hardhout is tamelijk verwarrend omdat het in feite niks zegt over de hardheid en duurzaamheid van het hout. Onder Hardhout bevinden zich ook zachte en/of niet duurzame soorten als Redwood, Western Red ceder, en populieren.

    Geimpregneerd hout
    Tuinhout moet beschermd worden tegen houtrot. Weersinvloeden kunnen aantasting veroorzaken met schimmels en houtrot als gevolg. Door het tuinhout te impregneren wordt aantasting van het hout voorkomen. Het tuinhout wordt in Nederland onder Komo Keur geïmpregneerd. Hierdoor ontstaat de natuurlijke, groene kleur. Houtverduurzaming onder Komo Keur houdt in dat er gewerkt wordt volgens de eisen van het ministerie van V.R.O.M. Deze eisen worden tot de strengste van Europa gerekend. Komo Keur geeft dus de garantie op een milieu verantwoorde verduurzaming. Hout dat buiten wordt toegepast verweert, ook indien het geïmpregneerd is. Van tijd tot tijd nabehandelen met onderhoudsproducten, zorgt er voor dat u jarenlang plezier houdt van uw tuinhout.

    Hardhout
    Hardhoutproducten afkomstig van ecologisch verantwoorde duurzame bosbouw. Dit is beter voor het milieu en voor de economie van het exporterend land. Duurzaamheidsklasse 1 van ons hardhout betekent dat het tientallen jaren bestand is tegen vocht en weersinvloeden. Daarom adviseren wij voor in de grond ook altijd hardhouten palen te gebruiken. Wij garanderen u dat hardhout uitsluitend afkomstig is van natuurvriendelijke beheerde bossen. Daar hardhout een natuurproduct is kunnen er kleurverschillen in het hout voorkomen. De kleur van het hardhout loopt van licht-geel tot rood-bruin. Dit maakt het product uiterst levendig.

    TIPS
    Van alle voorkomende werkzaamheden in uw tuin, is het plaatsen van een blokhut de leukste. Natuurlijk kunt u de plaatsing aan een derde overlaten, maar waarom eigenlijk, u zult versteld staan van de snelheid en het gemak waarmee u uw blokhut zelf kunt opbouwen. Uw blokhut wordt afgeleverd met een duidelijke opbouwhandleiding. Hieronder vindt u alvast enige handige tips voor het plaatsen van een blokhut.

    Een blokhut kan uitsluitend worden geplaatst op een voldoende draagkrachtige ondergrond. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een tegelbestrating of een houten vlonder. Ook plaatsing op een betonnen of houten ringbalk is mogelijk;

    De ondergrond moet geheel vlak en waterpas zijn uitgevoerd;
    Om optrekkend vocht te voorkomen, adviseren wij een blokhut te plaatsen op een geïmpregneerd afwateringsprofiel of een hardhouten ligger;
    Een dakverankeringset voorkomt het opwaaien van de dakconstructie. Bovendien wordt kiervorming in grote mate beperkt;
    Een blokhut wordt vervaardigd van onbehandelde houten delen. Na plaatsing dient deze dan ook direct behandeld te worden met beschermende blokhutbeits. Wij adviseren u om de mes en groef reeds vóór of tijdens de montage te behandelen met beits.

    onderhoudsproducten
    Periodiek onderhoud waarborgt langdurig plezier van de door u aangekochte artikelen. Sommige van onze producten behoeven nauwelijks onderhoud. Bij andere echter, valt of staat de levensduur met een regelmatige behandeling met een onderhoudsmiddel. Hieronder vindt u een scala aan onderhoudsmiddelen, benodigd voor het behoud of ter verfraaiing van sierbestrating, tuinmeubelen, blokhutten en overig tuinhout.

    naar menu Naar boven
    JUNGLE DOME
    JUNGLE DOMEDe jungle is een soort bos maar dan heel erg dicht begroeit. Als je in een jungle loopt zie je haast geen hand voor ogen. De bomen houden namelijk het zonlicht tegen.

    Er worden ook veel jungles gekapt daarom is de jungle een soort van bedreigd natuurgebied. Er bestaan ook nog andere namen voor een jungle dat zijn; het oerwoud en het tropische regenwoud.




    Hoe zit een jungle in elkaar ?

    Een jungle bestaan uit 3 lagen. De bovenste laag bestaat uit; een altijd groen bladerdak van boomkronen. De middelste laag bestaat uit; een laag kleine bomen en planten. De onderste laag is de woudbodem. Op de woudbodem beginnen alle bomen dus zit het vol met de wortels van die bomen. Ook liggen er allemaal takjes bladeren en modder. Je heb ook nog soorten jungles; dat zijn de jungles van het laagland, het bergland, en mangrovewouden.


    3) Verspreiding

    De jungle ligt over de hele wereld verspreid. Het ligt in de werelddelen;Midden-Amerika, Zuid-Amerika, Afrika, Azië, Australië en op het eiland Madagascar. Nieuw Guinea heeft de dicht begroeide jungle. Dat ligt in Zuid-Oost-Azië. De jungle in Australië zijn nog maar klein. In Zuid-Amerika ligt de grootste jungle. Die jungle ligt in het Amazonegebied. De jungle neemt ongeveer 10 miljoen vierkante kilometer van de wereld in beslag.


    De jungle heeft een tropische regenwoud klimaat. Het regent er bijna elke dag. Het is er meestal ook warm want jungles liggen vlak bij de evenaar dus staat de zon er recht boven.Ook liggen alle jungle tussen de kreeftskeerkring en de steenbokskeerkring. De gemiddelde temperatuur is 38ºC. Het is er nooit onder de 18ºC.

    Bescherming:
    Langzaam merken veel mensen dat de jungle belangrijk is voor de aarde. Er leven veel dieren en planten. Steeds meer landen maken er natuurreservaten van. Ze verbieden over de hele wereld handel in bedreigde diersoorten, ook controleren ze daar beter op. Er zijn ook organisaties die zich er voor in hebben gezet.

    Dat zijn; De Wold Rainforest Movement, Greenpeace, Milieufensie, NOVIB en het Wereld Natuur Fonds. De milieufensie, NOVIB en het Wereld Natuur Fonds hielden de actie: HART VOOR HOUT en KAP MET KAPPEN. het Wereld Natuur Fonds hield ook nog de actie: Help de jaguar aan z’n jungle !!

    Rampen:
    de rampen zijn allemaal gebeurd in het Amazonegebied. Tussen 1500 en 1970 dat is dus 470 jaar is er 1% gekapt. Tussen 1970 en nu dat is 34 jaar is er 14% gekapt. In 1997 zijn er zo’n 47000 branden geweest. Een jaar later in 1998 zijn er wel 77000 branden geweest dat is bijna het dubbele. In 2001 schatten greenpeace dat zo’n 80% van de houtkap illegaal gekapt is.

    Oerwoudproducten:
    Er bestaan veel product die uit het oerwoud komen. Veel vruchten zoals de ananas, Broodvrucht, De stervrucht en de zoete aardappel. Maar wist je dat rubber, kruidnagel, nootmuskaat, cacaobonen kaneel en gember ook uit de jungle komt. Ook veel medicijnen komen uit de jungle. Een paar voorbeelden zijn; poeder van de Yamwortel dat word gebruik bij gewrichtspijn,Bast van de rode cinchona boom dat word gebruikt voor malaria en de vrucht van een Hydnocarpusboom word gebruikt voor lepra en huidontstekingen.



    bomen en planten:
    Op een hectare staan ongeveer 50-200 verschillende bomen. In een jungle staan heel veel grote dikke bomen met grote wortels. Ook kom je er veel wurgers tegen. Dat zijn een soort platen die om een boom omhoog klimmen en dan wurgen ze die boom door dat ze het licht tegen houden en dan gaat de boom uiteindelijk dood. Lianen kom je er ook veel tegen. Bekende planten zijn Epifyten. Zij klemmen zich vast aan een andere boom of plant en gebruiken die als vervoermiddel om bij het licht te komen.

    Dieren:
    In een jungle leven duizenden diersoorten, zoals de tijger de papegaai en de vlinder. Er leven ook nog giftige dieren
    zoals; slangen, spinnen en schorpioenen. Bedreigde dieren vindt je er ook een paar voorbeelden zijn; chimpansee,
    dwergnijlpaard, Javaanse neushoorn, het liszt-aapje en de orang-oetang.

    Jungle Dome: Heyderbos ( Centerparcs)
    Het overdekte tropische speelparadijs Jungle Dome is een uniek stukje tropen. Ontdek dit speelparadijs, tijdens uw bezoek aan bungalowpark Het Heijderbos.

    Onlangs is de Jungle Dome nog tropischer gemaakt met nieuwe bloemen, planten en vogels!

    Met o.a.:

    Oerwoud met exotische struiken, bloemen en vogels.
    Tropische temperaturen.
    Klaterende watervallen, wiebelende touwbruggen.
    Safari Camp in een bamboehut.
    Jungle Expedition in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds.

    Jungle Expedition :
    Beleef in Jungle Dome de Jungle Expedition. Een spannende en leerzame speurtocht voor kinderen langs alle geheimen van het oerwoud, opgezet in samenwerking met het Wereld Natuur Fonds. De kinderen vermaken zich hier de hele dag!

    Picknicken in een tropische omgeving?
    In de Jungle Dome kan het. Met het Jungle Dome Arrangement kunt u genieten van een speciale picknick op het terras van de Safari Camp in Jungle Dome: u wordt omringd door tientallen vogels. Een onvergetelijke belevenis voor jong én oud! Met sandwiches en heerlijke shakes van vers fruit.

    naar menu Naar boven
    KANDELABEREN
    Kandelaberen
    Kandelaberen is een snoeitechniek, waarbij de takken van een boom afgezaagd worden waardoor de boom het uiterlijk van een kandelaar krijgt.

    De techniek heeft diverse functies. Zo wordt deze toegepast bij bomen die moeilijk toegang hebben tot lucht en water in de grond vanwege het vele asfalt dat hen omringt. Door het kandelaberen wordt de behoefte aan vocht verminderd. Kandelaberen wordt om diezelfde reden gebruikt bij het verplanten van volwassen bomen.

    Het knotten van wilgen heeft weer een andere achtergrond; hier is het een manier om regelmatig wilgentenen te kunnen oogsten, tevens voorkomt het dat de wilg last krijgt van watermerkziekte.

    Sommige bomen kunnen uitstekend gekandelaberd worden; de plataan en de robinia zijn hier voorbeelden van. Anderen verdragen dit soort ingrepen slecht; de beuk met name krijgt last van verbrandingsverschijnselen op haar bast. Bij fruitbomen leidt het ertoe dat er het volgende jaar geen bloemen of fruit aan zal groeien; zij bloeien immers op het tweejarige hout.

    Kroon op stam
    Een plataan met een kroon op stam heeft alleen in de jeugdfase snoei nodig om een goede harttak te vormen. De kroon van een dergelijke boom moet zich op een hoogte van drie meter kunnen gaan vormen. Alle scheuten vanuit de stam die lager groeien dan drie meter, worden in de herfst tot het einde van de winter systematisch weggesnoeid. Staat de boom in een gazon of moet er geen verkeer onderdoor, dan kunnen scheuten vanaf 1.20 mtr boven de grond de kroon inluiden. Hierna is in principe geen snoei meer nodig.

    Kroonreductie
    De kroon van een plataan die te veel schaduw geeft of te groot is geworden, kan worden gesnoeid door takken uit de kroon te lichten. Dit is
    vakwerk en kan daarom beter worden overgelaten aan een hovenier. Enkele zijtakken worden in dit geval direct bij de stam afgezaagd. Er komt meer licht in de boom, de kroon wordt transparant. Alle zijscheuten kunnen iets worden ingekort, behoud van de kroonvorm staat in alle gevallen voorop.

    Knotten of kandelaberen
    Drastisch inkorten van zijscheuten met bijvoorbeeld tweederde van de lengte wordt knotten of kandelaberen genoemd. In de straten
    van Parijs worden platanen elke drie jaar teruggezet of geknot. Op deze wijze blijft de kroon van een plataan binnen de perken.

    Verjongingssnoei
    Is alleen nodig als oude zijtakken gevaar gaan opleveren, als takbreuk dreigt of als rotte plekken in de zijtakken zijn ontstaan en takbreuk voorspelbaar is. Verjongingssnoei uitvoeren is gelijk aan knotten met dien verstande dat het knotten/kandelaberen niet periodiek plaatsvindt.

    Vormsnoei
    Dak- en leiplataan moeten ieder jaar worden gesnoeid om de hoofdvorm te behouden. Bij een dakplataan worden alle verticaal gegroeide scheuten op de liggers weggesnoeid. De topeinden van de liggers worden teruggeknipt tot de gewenste uiterste lengte (op een buitenoog). Of ze worden, als ze het uiteinde nog niet hebben bereikt, met eenderde van de laatst gegroeide scheutlengte ingekort. Loszittende of jonge scheuten op de liggers (opnieuw) aanbinden.
    Bij een leiplataan worden jonge scheuteinden van de liggers met eenderde van hun lengte ingekort. Is de uiterste lengte bereikt, behandel de ligger dan als een verticaal gegroeide scheut op een ligger. Die wordt ieder jaar teruggezet op twee ogen gerekend vanaf de ligger. Alle overige, haaks op de ligger groeiende scheuten worden radicaal verwijderd.

    naar menu Naar boven
    KAPVERGUNNING
    Bomen kappen
    Als u een houtopstand (meestal een boom) wilt kappen, moet u een kapvergunning hebben. Van kappen kan ook sprake zijn als er zeer drastisch wordt gesnoeid, bijvoorbeeld het verwijderen van de kroon uit een boom.
    Alleen de eigenaar van een boom kan een kapvergunning aanvragen (of moet daarvoor toestemming geven).

    Een kapvergunning vraagt u bij de gemeente aan.

    Het verlenen van een kapvergunning duurt maximaal 8 weken, na verlening gaat een bezwarentermijn in van 6 weken. Pas daarna kan er gekapt worden.


    Voorwaarden

    1.Voor het kappen van gemeentebomen moet altijd een kapvergunning worden aangevraagd.
    2.Voor bomen in de wijken Walsberg en Wiegershof (zie Openbare documenten voor tekening) moet altijd een kapvergunning worden aangevraagd.
    3.Voor de overige bomen geldt dat alleen particuliere bomen met een stamomtrek van meer dan 1 meter op 1.30 meter hoogte kapvergunningplichtig zijn. (Dus voor bomen met een stamomtrek minder dan 1 meter op een hoogte van 1.30 meter, mag u zonder vergunning kappen.)

    Meenemen

    Neem het ingevulde aanvraagformulier mee of stuur hem op naar de gemeente Deurne.

    Óf,

    kom naar het gemeentehuis met de volgende gegevens:

    1.De soort en het aantal te kappen bomen.
    2.De omtrek van de boom (of bomen) op 1,30 meter hoogte.
    3.De situering van de te kappen bomen.
    4.De reden voor het kapverzoek.
    5.Indien u niet de eigenaar bent is een schriftelijke toestemming van de eigenaar verplicht.

    Kosten
    Er worden geen kosten in rekening gebracht voor het in behandeling nemen van een aanvraag.

    Formulieren
    Klik hier voor het kapvergunningformulier.

    Indien u een kapvergunning aanvraagt, dan kunnen derden bezwaar tegen de eventuele vergunningverlening indienen. Overleg eerst met omwonenden of zij bezwaar hebben tegen het kappen van een boom.

    De gemeente kan over een lijst met waardevolle bomen beschikken. Controleer bij de gemeente eerst of de boom die u wilt kappen op deze lijst staat.

    De eis van een kapvergunning kan voortvloeien uit de Algemene Plaatselijke Verordening, de Boswet of het bestemmingsplan. In het laatste geval wordt niet gesproken van een kapvergunning maar van een aanlegvergunning of een vrijstelling van de gebruiksvoorschriften.

    Algemene Plaatselijke Verordening

    In de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is door de gemeenteraad een regeling opgenomen op grond waarvan het verboden is houtopstanden te kappen. De houtopstand zal meestal een boom zijn, maar kan ook een houtwal zijn. Een houtwal is bijvoorbeeld een lint van struiken en bosjes. Heggen of hagen worden niet gezien als houtwal. Solitaire struiken en heesters worden niet gezien als boom omdat er geen stam gevormd wordt. Struiken en heesters vertakken zich direct boven de grond. De APV beoogt waardevolle houtopstanden te beschermen.

    Niet in alle gemeenten zal de regeling voor het kappen van houtopstanden hetzelfde zijn. De bepalingen zullen worden toegespitst op de plaatselijke situatie.

    Boswet

    De Boswet beoogt het Nederlandse bosareaal en de houtopstanden in stand te houden. In het kader van de Boswet is daarom met name het herplanten van bomen van belang. Door herplanting blijft het bosgebied in stand. De Boswet zondert bepaalde categorieën bomen uit van de gemeentelijke regelgeving, dit betreft o.a. wilgen en populieren langs landbouwgronden en wegen, bomen van bosbouwondernemingen, fruitbomen en windschermen langs boomgaarden. Op deze bomen is de APV dus niet van toepassing.

    Bestemmingsplan

    In bestemmingsplannen kunnen regelingen worden getroffen ter bescherming van houtopstanden. De regeling in het bestemmingsplan moet aangeven waarom bescherming van een houtopstand vanuit planologisch of stedenbouwkundig oogpunt gewenst is. Bestemmingsplannen worden echter steeds globaler opgesteld. Het treffen van een regeling voor de handhaving van een specifieke houtopstand past niet in het globale bestemmingsplan. Bovendien bestrijkt de regeling in de APV het gehele grondgebied van de gemeente. Bij een bestemmingsplan is dit vrijwel nooit het geval.

    Uitzonderingen

    In de meeste gevallen zal voor het kappen van een houtopstand of boom een vergunning benodigd zijn op grond van de APV. Dit geldt zowel binnen als buiten de bebouwde kom. In de model-APV, de voorbeeldverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, worden onder andere de volgende uitzonderingen op het verbod gemaakt:

    1.Wegbeplantingen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden, beiden voor zover niet bestaand uit niet-geknotte populieren of wilgen.
    2.Vruchtbomen en windschermen rond boomgaarden.
    3.Fijnsparren, niet ouder dan twaalf jaar en bestemd en gekweekt als kerstboom op een hiertoe bestemd terrein.
    4.Kweekgoed.
    5.Houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld.
    6.Houtopstand die geveld wordt krachtens de Plantenziektewet of krachtens aanschrijving van de gemeente.
    De eerste vier uitzonderingen vloeien voort uit de Boswet. In deze gevallen is geen kapvergunning vereist maar moet een melding gedaan worden bij het bureau Laser van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Voor het kappen van alle andere houtopstanden is op grond van de APV een vergunning vereist van de gemeente. In bijzondere gevallen kan zowel een kapvergunning als een melding zijn vereist. Het gaat dan om houtopstanden buiten de bebouwde kom.

    naar menu Naar boven
    KOKEN IN DE TUIN
    Recepten met blauwe bosbessen.

    Bosbessen confituur/ jam

    Confituur/ jam (1):
    Nodig: 1 kg blauwe bessen, 1 kg suiker, pectine.
    Bereiding: De blauwe bosbessen mengen met de suiker en een dag laten staan.
    In een kookpot doen (groot genoeg, zodat de pot maar half gevuld is). Al roerend aan de kook brengen. Dan pectine toevoegen, goed mengen, en nog even laten doorkoken. Zo warm mogelijk in confituurpotjes doen. Potjes zo hoog mogelijk opvullen en direct voorzien van schroefdeksel. Potjes onmiddelijk omdraaien en zo laten afkoelen. Etiketteren en donker bewaren.

    Confituur (2)
    Nodig: 1 kg blauwe bessen, 500 g suiker en 2 zakjes pectine (pecplus).
    Bereiding: De blauwe bessen zacht laten koken met een beetje water.
    Zodra de bessen mals zijn, de pectine toevoegen en goed doormengen met houten lepel.
    Zodra alles goed kookt, al roerend de suiker toevoegen en goed laten doorkoken. Goed blijven roeren in de kom en 1 minuut laten doorkoken.
    Zo snel mogelijk de schroefbokalen opvullen met de hete confituur. Zo hoog mogelijk vullen. (Tot 2 mm van de bovenrand). Direct voorzien van schroefdeksel en de bokalen omdraaien. Etiketteren, laten afkoelen en donker bewaren. Ongeopend kan deze confituur zonder problemen een jaar bewaard worden.

    IJsrecepten met bosbessen.

    IJsrecepten:
    TIPS VOOR HET IJSMAKEN
    Al het materiaal dient koud te zijn van te voren. Zet het bijv. een half uur van te voren in de koelkast. Zet de koelkast op de hoogste stand. Het vriesvak moet schoon zijn, zonder een dikke laag ijs. Tijdens het invriezen moet het ijs minstens twee keer worden doorgeslagen met de mixer.

    IJS (1):
    Nodig: 250 gram bosbessen - 120 gram suiker - 1/2 citroen - 5 dl slagroom
    Bereiding: Doe de blauwe bosbessen met een beetje water en het sap van de halve citroen in een pannetje en verwarm dit onder af en toe roeren gedurende 5 minuten. Maal de bessen met de mixer fijn en passeer ze dan door een zeef. Voeg de suiker toe aan de bessenpuree. Klop de slagroom stijf en werk deze voorzichtig door de puree. Doe het mengsel in een vorm en vries het in de vrieskast in. Klop het af en toe op met de garde of vork, zolang het nog niet stijf bevroren is.

    IJs (2): Coupe Mr. Blueberry
    Nodig voor 4 personen: 8 bolletjes vanilleijs, 300 gr. blauwe bessen (bevroren), klontje roomboter, borrelglaasje marasquin
    Bereiding: Smelt het klontje boter in een steelpannetje. Voeg de bevroren blauwe bessen toe en verwarm ze, al roerend. Verdeel het ijs alvast over de coupés, voor de grote eters een bolletje extra. Wacht tot de bessen bijna ontdooid zijn. Zet het vuur even wat hoger en giet op het laatst het glaasje drank erbij. Schenk de warme saus over het ijs en smullen maar!

    IJs (3): Bessenroomijs
    Nodig: 280 gram bosbessen, suiker (vlg. smaak), het sap van 1 citroen, 1/4 liter slagroom, 1 blad rode gelatine.
    Bereiding: De bosbessenvruchten door een zeef wrijven of met een blender pureren. Suiker naar smaak toevoegen. Verhit dit, zonder het te laten koken. Voeg dan de gelatine toe en breng het op smaak met het citroensap.
    Zodra de massa begint te binden, voeg je stijfgeklopte slagroom toe. Doe deze creme in een ijsschaal en zet ze in het vriesvak van een koelkast.
    Tijdens het eerste kwartier moet men de massa regelmatig omspatelen. Laat dit zo'n 1 1/2 a 2 uur invriezen.

    IJs (4): Bosbessenroomijs
    Nodig: 500 gram bosbessen (of aardbeien), 250 gram suiker, 1/2 liter slagroom, 3 eierdooiers, 1 blaadje gelatine
    1 metalen bak waar ruim een liter in past.
    Bereiding: Begin met de metalen bak en een lepel in de vriezer te zetten, deze moeten goed koud zijn zodat het ijs straks direkt bevriest.
    Pureer de bosbessen, met de hand, met een blender of door een zeef
    Los de suiker op in de aardbeienpuree (hard roeren). Week de gelatine in koud water. Klop de eidooiers los met een klein beetje slagroom, voorzichtig verwarmen en dan de rest van de slagroom toevoegen, flink roeren, niet laten koken!
    Gelatineblaadje uitknijpen en bij de warme slagroom/ei-vla voegen slagroom/ei/gelatine-vla bij de aardbeien/suiker-puree voegen. Dit helemaal laten afkoelen, in de koelkast Dan dit in de metalen bak in de vriezer doen. Elk half uur de massa goed doorroeren met de koude lepel, vooral alles goed van de zijkant schrapen.
    Na +/- anderhalf uur is het softijs na een uur of drie is het heerlijk schepijs.
    Luchtdicht bewaren in de vriezer waarbij zo weinig mogelijk lucht bij het zit (kortom: in een passende tupperware bak).
    Ook te maken: Frambozenijs, perenijs, bosbessenijs, bananenijs, perzikijs.

    IJs (5): Bosbessen en yoghurtijs
    Nodig: 6 dl. yoghurt, 1 theelepel vanille-essence, 2 eetlepels klaverhoning, 100-175 gr. bosbessen, 2 eetlepels sinaasappelsap, 25 gr. grove suiker, 2 eiwitten
    Bereiding: Meng de yoghurt, vanille-extract en honing door elkaar en vries het in totdat het schuimend wordt. (Ongeveer een uur.) Doe de bosbessen in een pan met het sinaasappelsap en de suiker. Laat het boven een laag vuur met de deksel erop 5 minuten pruttelen. (Klapbessen zo'n 10 minuten.) Haal van het vuur af en laat het fruit 30 minuten trekken. Giet dan af en laat het helemaal afkoelen. Roer dit mengsel door de yoghurt. Zet het een uur koud. Klop het eiwit met een garde tot het stijf is en doe het al roerende erbij.
    Zet het opnieuw 1-2 uur koud of tot het vast is.

    Bosbessen moes

    Mousse (1)
    Nodig: 400 g blauwe bessen, suiker, 1/2 l room
    Bereiding: Pureer de bosbessen door een zeef (± 100 g sap). Strooi er naar smaak suiker op en roer tot het sap en de suiker goed vermengd zijn. Klop de room stijf en schep de blauwe bessenpuree langzaam door de room. Meng de overige bessen met een weinig suiker. Leg ze in diepe glazen en vul verder met het slagroom-bessenmengsel.Zet de mousse zeker 2 uur in de koelkast.

    Moes (2)
    (Kisel iz klubniki, maliny, cherniki ) Dit Russische recept is afkomstig uit het bestverkochte kookboek uit het Stalintijdperk.
    Nodig: 250 g bosbessen schoongemaakt en door een zeef gepureerd, 150 g suiker, 9 dl. water, 2 eetl. aardappelmeel.

    Bereiding: Breng twee derde van het water en alle suiker al roerend aan de kook. Los het aardappelmeel in de rest van het water op en roer het door het suikerwater. Breng dit weer aan de kook en laat het 2 minuten borrelen. Neem het mengsel van het vuur en roer er de bosbessen-vruchtenpuree goed door. Laat het even afkoelen voordat u het in de glazen giet.
    Dien dit nagerecht heet of gekoeld op, desgewenst met slagroom.

    Yoghurt met bosbessen

    Yoghurt nagerecht (1)
    Nodig: 150 g bosbessen (blauwe bosbessen, braambessen, frambozen) - 25 g suiker - 1 eetlepel cognac of brandewijn - 2 eetlepels advocaat - 100 g volle yoghurt
    Bereiding:
    Was alle vruchten behalve de gesorteerd frambozen, laat ze op keukenpapier uitlekken. Los de suiker op in de cognac of brandewijn en marineer daarin de vruchten gedurende 30 minuten. Roer de advocaat en de yoghurt krachtig met een garde. Schep laagjes vruchten en yoghurt in dessertschaaltjes. Zet 2 uur in de koelkast alvorens op te dienen.
    Tip: Dit recept kan uiteraard ook met ander seizoenfruit worden bereid.
    Tijd 40 min. (+ koelen 2 uur)
    Infobron: Koken met Floor (Snelle en lekkere nagerechten)

    Blauwe bessen met dunne room

    Nodig: 400 g blauwe bessen, 50 g suiker en 2,25 dl room
    Bereiding: Was de blauwe bessen en laat ze uitlekken. Vermeng ze met de suiker en de vanillesuiker en zet ze afgedekt een half uurtje koud weg. Zorg dat de room of de room en melk ijskoud zijn. Verdeel de Blauwe bessen over 4 schaaltjes en serveer de room of het mengsel er in een kannetje bij zodat ieder naar believen dit over de bessen kan schenken.

    Bosbessendrank

    Sap (1)
    Nodig: flesje blauwe bosbessensap, kaneelstokje, suiker, maizena
    2 volkoren of andere beschuiten
    Bereiding: Breng het bosbessensap met een klein beetje water en het kaneelstokje aan de kook en laat het 10 minuten superzachtjes doorkoken. Dan even binden met wat water aangelengde maizena, suiker naar smaak toevoegen en over de beschuit gieten. Lauw of juist ijskoud opdienen.
    Opmerking: Bosbessensap is te vervangen door rode bessensap (Is goedkoper)
    Suiker is te vervangen door zoetstof. Losjes geklopte room erop is ook lekker.

    Sap (2)
    Nodig: 500g blauwe bessen, 1/2 liter water, vruchtenpers/ sapcentrifuge/ zeef, flessen met schroefdeksel.
    Bereiding: 500 gram bosbessen verwarmen met 0,5 liter water en 10 minuten zachtjes laten koken. De brij daarna in een vruchtenpers of sapcentrifuge bewerken of door een zeef of doek uitpersen. Het sap nog ongeveer 4 minuten laten koken, (zonder toevoeging van suiker) en zo warm mogelijk in flessen gieten. Flessen zo vol mogelijk doen. Het ongesuikerde sap kan onbeperkte tijd worden bewaard, wanneer de flessen luchtdicht zijn afgesloten. Vóór gebruik kan suiker naar smaak aan het sap worden toegevoegd en kan het eventueel worden verdund.

    Bosbessensaus

    Saus (1)
    Nodig: 500 gr bosbessen, 2 1/2 dl water, 1 eetl. maizena, 200 gr suiker, mespunt zout, 1 theel citroensap
    Bereiding: Maak de bosbessen schoon. Breng het water aan de kook, voeg de bessen toe en breng opnieuw aan de kook. Meng de maizena intussen met wat koud water tot een papje. Roer het met het zout en de suiker door de bosbessen. Blijf roeren tot de saus dik wordt en voeg dan citroensap toe. Te gebruiken bij ijs en pudding. (Voor ongeveer 7 dl)

    Saus (2): Flensjesvulling
    Nodig: 1 eetlepel boter of margarine, 2 eetl.suiker, 50 gr. ontpitte morellen, 50 gr. bramen, 50 gr. aalbessen, 50 gr. bosbessen, 1 kopje rode wijn, 1 eetl. aardappelmeel, het sap van 1 sinaasappel, 1 zakje vanillesuiker, 1 snuifje kaneel, een paar druppels brandewijn.
    Bereiding: Doe de boter of margarine in de braadslede en strooi er de suiker over. Laat diet 2-3 min.bij vol vermogen in de microgolfoven karameliseren. Maak de morellen, de bramen, de bessen en de bosbessen schoon, was ze, laat ze uitlekken en leg ze in de karamel. Giet er de rode wijn bij, maak het aardappelmeel aan met het sinaasappelsap, en roer dit ook door de karamel. Maak alles op smaak af met vanillesuiker, kaneel en brandewijn, doe het deksel op de braadslede en warm dit 6-8 min bij vol vermogen op. Vul de flensjes met de bessenpuree en dien ze op!

    Diverse soorten gebak met bosbessen/ blauwe bosbessen

    Taart (Finse blauwe bessentaart)(1)
    Nodig: Voor de bodem: 225 gr boter, 225 gr suiker, 250 gr bloem, 150 gr volkoren bloem, bakpoeder, 3 eieren Voor de vulling: 500 gr Blauwe bessen (natuurlijk kun je ook andere bessen of ander fruit gebruiken), 100 gr suiker, 1 ei, 2 dl zure room, vanille suiker
    Bereiding: De bodem: Laat de boter zacht worden en doe het samen met de suiker in een kom. Klop het met een mixer tot een romige massa. Klop een voor een de eieren door de romige massa. Zeef de bloem en meng het samen met het bakpoeder door het prutje in de kom. Spreid de massa uit over een met bakpapier bedekte bakplaat. De vulling: Doe de bessen in een kom en maak ze een beetje fijn (druk gewoon wat met een vork op de bessen zodat er wat sap vrijkomt). Doe dat totdat 50% van de bessen nog heel zijn. Klop de bessen, de suiker, de vanille suiker, het ei en de zure room tot een papje. Spreid het geheel uit over het deeg op de bakplaat. Bak de taart in ongeveer 20 to 30 minuten in een oven van 225 graden celcius. Serveer het geheel (warm) met geklopte slagroom (nog beter met vanille room) en koffie.

    Taart (2): Bosvruchtenpunt met gelei
    Nodig: 9 eieren, 200 gr. bosbes, 50 gr. framboos, 150 gr. suiker, 500 gr. bloem, 200 gr. boter, 100 gr. basterdsuiker (witte), 10 gr. citroenrasp, 350 gr. yoghurt (volle), 1 l. slagroom, 12 vellen gelatine (geweekte), 5 gr. zout
    Benodigde materialen: een zeef, taartvormen met een doorsnede 24 centimeter (voor 12 personen) en een spatel.
    Bereiding: Voor het harde Wenerdeeg, dat we een dag tevoren al maken, de boter mengen met 100 gram basterdsuiker, 1 ei en 5 gram zout. Voeg, als dit goed gemengd is, 300 gram bloem toe. Een nacht in de koelkast op laten stijven.

    Kneed het deeg een dag later tot het ietss soepeler is en rol het uit op 3 millimeter dikte. Steek hier twee plakken van 24 centimeter uit en bak deze op 175 graden Celsius in 25 minuten goudgeel en gaar. Voor het koude beslag 8 eieren in dooiers en witten scheiden. Roer de dooiers met 50 gram suiker en de citroenrasp iets luchtig. Klop de eiwitten onder geleidelijke toevoeging van nog 150 gram suiker stevig en luchtig. Bij het kloppen van de eiwitten moet al het gereedschap goed vetvrij zijn. Meng voorzichtig eerst een gedeelte van het eiwit door de dooiermassa. Daarna voegt u de rest toe en tot slot de rest van de gezeefde bloem. Voorzichtig mengen in verband met de luchtigheid van het beslag. Verdeel het beslag over twee taartvormen van 24 centimeter en bak het beslag op 190 graden Celsius in 25 minuten gaar. Voor de bavaroisvulling de bosbessen en de frambozen pureren en verwarmen tot 70 graden Celsius. Knijp de geweekte blaadjes gelatine uit en roer deze door de puree. Meng dit met de niet te koude yoghurt. Klop de slagroom met 150 gram suiker luchtig maar niet te stijf, en spatel dat door de bavarois. Houd een beetje slagroom achter voor de afwerking. Voor de samenstelling van de taart nemen we een plak harde Wener. Bestrijk deze met confiture en leg dit in een ring van 24 centimeter. Snijd de beslagtaart horizontaal door en leg een plak op de confiture. Strijk hierop 2 centimeter bavarois. De bovenkant moet goed recht en strak zijn. Plaats de taart in de koeling en laat die goed opstijven. Voor de afwerking de taart uit de ring snijden en aan de zijkant dun bestrijken met slagroom. Garneer de bovenkant royaal met bosbessen en frambozen en geleer het geheel af met gelei. Als finishing touch, naar smaak, een lekkere rozet slagroom.
    Om de aardbei- of sinaasappelpunt te makeen kunnen de bosbessen en frambozen vervangen worden door aardbeienpuree of sinaasappelsap. Om het keukengereedschap goed vetvrij te krijgen, kunt u het beste het even afwassen met azijn. Was het daarna wel weer goed af met water.

    Taart (3)
    Gebakken in combinatie-magnetron.

    Nodig: 300 gr. bloem, 225 gr. boter, 150 gr. suiker, 2 eieren, 2 literschaal, bakpapier. VULLING: 500 gr. bosbessen, 250 gr. appelen, 2 eetl. rozijnen, 2 eetl. krenten, 50 gr custard, 1 eetl. citroen, 1/2 eetl. kaneel, 40 gr. witte suiker, 4 eetl. paneermeel.
    Bereiding: Verwarm de oven 12 min. voor op 200° C. Bekleed de 2 literschaal met bakpapier. Doe de bloem, margarine, suiker en 1 samen in een beslagkom. Kneed er een soepel deeg van. Leg het deeg in de schaal en druk het met de hand uit. Zorg er voor dat de rand iets oploopt, houdt iets deeg over. Strooi het paneermeel over de deegbodem. Schil de appelen, snijd ze in schijfjes of rasp ze grof. Meng de appelen met kaneel en suiker goed door elkaar. Meng krenten, rozijnen en citroensap door het appelmengsel. Voeg de custard en bosbessen toe en schep alles door elkaar. Stort dit op de bodem. Vorm van de restjes deeg reepjes en leg dit ruitgewijs over de vulling. Bestrijk de bovenkant met het losgeklopt ei. Bak de taart bruin en gaar in 20 min. op 200 ° C en stand ' sudderen '

    Taart (4): Charlotte gebak
    Nodig voor 4 personen: 350 g. bosbessen, Lange vingers, 2 eierdooiers, 7 zakjes vanillesuiker, 17 cl. melk, 2 gelatineblaadjes, 13 cl. room, bosbessensaus, suiker naar smaak, een scheutje rhum
    Bereiding: Klop de eierdooiers met de suiker. Voeg onder voortdurend kloppen de lauwe melk toe. Zet het mengsel op een laag vuurtje en laat roerend aandikken, zonder te koken. Neem van het vuur wanneer de vla goed aan de lepel blijft kleven. Leg de gelatineblaadjes in de vla. Laat afkoelen terwijl u blijft roeren.
    Leg de mooiste vruchten (ongeveer een theekop) opzij, mix de rest.
    Klop de room stijf. Voeg de vruchtenpuree bij de vla, vervolgens de slagroom. Meng goed en voeg tenslotte de gehele vruchten toe.
    Bekleed de charlottevorm met lichtjes in rhum gedrenkte koekjes. Giet de vla in de vorm. Bedek het geheel met een laag koekjes, duw lichtjes aan en laat 3 uur in de koelkast staan.
    Haal het Charlotte-gebak uit de vorm net voor het opdienen.
    Versier met de bosbessensaus en met nog enkele apart gehouden vruchten.

    Broodgerechten met bosbessen

    Vruchten_met_roggebrood (götterspeise)
    Voor 4 personen
    Nodig: 500 gr verse vruchten, 2 tot 3 plakken pompernikkel, lichtgeroosterd en geraspt, 75 gr. suiker, 60 gr. pure geraspte chocolade, 1 theel. vanillesuiker, 1/4 l. slagroom, geklopt met 1 eetl. suiker.
    Bereiding: Doe de bosbessenvruchten op een schaal en bestrooi ze met de suiker. Meng de pompernikkel, de chocolade en vanillesuiker en verdeel dit mengsel over de vruchten. Schep de slagroom er over. Zet de schaal 2 uur in de koelkast en dien op.

    naar menu Naar boven
    LATIJNSE PLANTNAMEN
    Vele mensen lijken het moeilijk te vinden om de correcte Latijnse namen voor hun planten te gebruiken. Toch is en blijft dit zeer belangrijk. Als u een specifieke plant zoekt is het gemakkelijker de correcte naam te weten zodat u niet met uw mond vol tanden op de kwekerij staat: het was een Aster, maar welke?

    De Latijnse namen van planten zijn universeel, u kunt ermee terecht in kwekerijen in Engeland, Amerika, Frankrijk, Nederland, ....kortom : overal. Deze nomenclatuur bestaat sinds 1753 en wordt door alle plantkundigen ter wereld toegepast.

    De Nederlandse namen daarentegen zijn veel beperkter, ze zijn vaak zelfs streekgebonden, dus daar maak je in Antwerpen niet veel mee duidelijk als je uit Nederland komt.
    Veel mensen zien er tegen op omdat het zo ingewikkeld lijkt, toegegeven, het is niet altijd even makkelijk, vooral niet als enkele hoge botanici tot de ontdekking komen dat een heel geslacht ergens anders thuishoort en dan de namen maar weer verandert.

    Maar troost u, als u de moeite wil doen om het te leren, er zit een soort van logica achter. De Latijnse naam zegt in veel gevallen iets over die plant, en als je dat eenmaal door hebt dan kun je het ook veel beter onthouden.

    U heeft waarschijnlijk al gemerkt dat als er ´Alba´ in de naam voorkomt dat het dan altijd om een witte bloem gaat. Zo zijn er veel namen met een specifieke betekenis. De namen van planten bestaan meestal uit 3 delen.

    De eerste naam is de geslachtsnaam, de naam van het geslacht waartoe de plant behoort. Een geslacht bestaat uit een aantal verschillende soorten die veel gemeenschappelijke kenmerken vertonen.

    Verschillende geslachten met gelijkaardige kenmerken worden ook gegroepeerd per familie. Deze hebben ook een Latijnse naam, bv. de familie der Lamiaceae, de lipbloemigen. Hieronder vallen bv. de geslachten Origanum, Calamintha, Salvia, ....

    Wij beperken ons echter tot de geslachtsnaam, deze wordt altijd met een hoofdletter geschreven

    De tweede naam is de soortaanduiding of soort (niet soortnaam)

    Deze geeft meestal een omschrijving van de plant, zijn manier van groeien, of de naam van zijn ontdekker.

    Deze namen worden met een kleine letter geschreven en vaak ook afgekort.

    De derde naam is de naam van de cultivar, deze is dus echt specifiek voor die ene plant, zijn voornaam zullen we maar zeggen. Dit is een soort die door de mens zelf gekweekt is door mutatie of kruising. Cultivar is een samentrekking van Cultivated Variety. De cultivarnaam wordt tussen haakjes geschreven en met een hoofdletter.

    We zullen eens een voorbeeld geven.

    Geranium himalayense ´Plenum´ (van de familie der Geraniaceae)

    Deze geranium is oorspronkelijk gevonden in de Himalaya en daarna doorgekweekt waarna men een dubbele cultivar bekomen heeft. Plenum betekent namelijk dubbel, of gevuld.

    Onder de links die u bij dit blad vindt is er één met Nederlandse namen van planten zoals ze algemeen gebruikt worden. De correcte Latijnse naam geven we erbij.

    Als u een Latijnse naam van een plant heeft en u wilt graag de Nederlandse naam weten dan kunt u dit ook terugzoeken.

    naar menu Naar boven
    LINKS (ANDERE WEBSITES OP TUINGEBIED)
    WWW.HORTUSHAREN.NL
    WWW.ADAHOFMAN.NL
    WWW.FLEURIG.NL
    WWW.KASTEELTUINEN.NL
    WWW.APPELTERN.NL
    WWW.TUINIDEE.NL
    WWW.PALEISHETLOO.NL
    WWW.SCHOVENHORST.NL
    WWW.WISSELZOO.NL
    WWW.PASSIFLORAHOEVE.NL
    WWW.PARKBERGENBOS.NL
    WWW.STAATSBOSBEHEER.NL
    WWW.PALEISSOESTDIJK.NL
    WWW.DIERENPARKAMERSFOORT.NL
    WWW.APENHEUL.NL
    WWW.BURGERSZOO.NL

    naar menu Naar boven
    LINKS VAN STICHTINGEN
    WWW.VILLAPARDOES.NL

    WWW.SCHMINK4KIDS.NL
    "na het schminken komt de lach vanzelf"
    Kruipen uw kinderen wel eens in de huid van een woeste tijger, een mooie prinses of spelen ze de hond van de buren?

    WWW.CLINICLOWNS.NL
    Ons doel is zoveel mogelijk zieke en/of gehandicapte kinderen hun zorgen even te laten vergeten, en voor hen de zon te laten schijnen.

    WWW.HETRAAKTU.NL
    Doelstelling van de stichting is het financieren en organiseren van activiteiten voor kinderen met een beperking om zodoende de leefkwaliteit te verbeteren.

    WWW.STICHTINGHOOGVLIEGERS.NL
    Het vliegen met chronisch en terminaal zieke kinderen.

    naar menu Naar boven
    ONLINE-DIENSTEN
    Offerte

    Een offerte is een formele aanbieding van werkzaamheden. Een offerte wordt over het algemeen opgesteld op verzoek van een potentiële klant.

    Een offerte kan gaan over een dienst (bijv. de aanleg van uw tuin, een grondonderzoek, of een onderhouds contract.

    Veel potentiële klanten zullen offertes aan meerdere bedrijven vragen, om deze te kunnen vergelijken. Daarvoor is het noodzakelijk een eenduidige offerte uitvraag op te stellen.

    Een offerte dient te bevatten:

    Een beschrijving van de werkzaamheden of het geleverde product.

    Een prijs. Dit kan een vaste prijs zijn, maar ook één op nacalculatie. De prijs kan ook een aantal stelposten bevatten en dient te zijn aangegeven of deze incl. of excl. BTW is.

    Een planning van de werkzaamheden, met daarin aangegeven onder welke voorwaarden de planning gehaald wordt, bijvoorbeeld tijdige opdrachtverlening.

    De geldigheidsdatum, dat wil zeggen tot wanneer de offerte geldig is.

    Voorwaarden. Er kan worden verwezen naar algemene voorwaarden, of voorwaarden van organisaties. Ingenieursbureaus gebruiken bijv. vaak de voorwaarden van de ONRI

    Een geldige ondertekening. In Nederland moeten offertes worden ondertekend door een procuratiehouder van het bedrijf, hetgeen te controleren is bij de Kamer van Koophandel.

    naar menu Naar boven
    OPLEIDINGEN
    Helicon is een opleidingscentrum voor Groen Onderwijs. Kom voor VMBO naar een van onze Groenscholen in Eindhoven, 's-Hertogenbosch, Kesteren en Nijmegen. Voor MBO ga je naar Apeldoorn, Boxtel, Deurne, Eindhoven, Geldermalsen, Helmond, 's-Hertogenbosch, Nijmegen en Velp. Hier gaan nieuwe werelden voor je open...!

    naar menu Naar boven
    PADDESTOELEN
    Paddenstoelen kweken :
    (Oester)zwammen kunnen een heel leuk effect geven aan je tuin. Maar om ze zelf te kweken moet je wel over een goede voedingsbodem beschikken. Een goede voedingsbodem vind je bijvoorbeeld in je houten tuinbank of in andere houtstammen in je tuin.

    Voedingsbodem:
    Als je besluit om stammen uit je tuin te gebruiken, laat deze dan eerst minimaal een maand besterven. Op die manier vergroot je de kans dat het broed aanslaat. Als de stam eenmaal in perfecte staat verkeert, zaag 'm dan zonodig in de gewenste lengte. Je wilt 'm namelijk wel nog kunnen verplaatsen.

    Als goede voedingsbodem voor de zwammen, moet de stam wel vochtig genoeg zijn. Dit kun je controleren door een gat in de stam boren, het zaagsel in je hand samen te knijpen en te kijken of het aan elkaar blijft plakken. Is dit niet het geval, besproei de stam dan een dag met water.

    Enten:
    Het kweken van de zwammen doe je door te enten. Boor een gat van ongeveer 3 cm diep met een doorsnee van 10 millimeter. In dit gat duw je een houtdeuvel waarin een zwamvlok zit verwerkt. Belangrijk is dat je die plug volledig in het gat laat verdwijnen zodat er geen randje uitsteekt. Afhankelijk van houtsoort en temperatuur zal de zwamvlok vanuit de deuvels in 6 tot 18 maanden door het hout heen groeien.

    In de tussentijd is het zaak dat je de stam niet laat uitdrogen. Bedek de stam daarom met stro of bladeren. Zorg ervoor dat de stam op een luchtige en donkere plek ligt om het groeiproces te bevorderen.

    Zelf paddestoelen kweken:
    Zelf paddestoelen kweken is nog een relatief onbekende hobby. Maar als je dan eenmaal de smaak van verse paddestoelen in je eten hebt geproefd, ben je verkocht.
    Net als bij zwammen moet je vóórdat je paddestoelen gaat kweken, eerst een goede voedingsbodem maken. Je hebt hiervoor een bak nodig van waterdichte triplexplaten van ongeveer 10 tot 12 centimeter dik. De bak maak je ongeveer 1 meter breed, 60 centimeter breed en 30 centimeter hoog.

    Aan de onderzijde van de bak boor je om de 15 centimeter een gat van ongeveer 8 millimeter doorsnee bestemd voor het doorluchten van de bak en het afwateren van overtollig water. Het triplex hoef je verder niet te bewerken, dit zou alleen maar afdoen aan de kwaliteit van de paddestoelen.

    Stro:
    Zodra de bak klaar is moet deze worden gevuld met de voedingsbodem, stro. Dit stro kun je gewoon kopen bij de verschillende dierenspeciaalzaken. Aan een kilo of vijf heb je ruim voldoende. Voordat je de bak hiermee vult moet je dit stro eerst bewerken. Je knipt het in kleinere stukken en laat het een tijdje weken in een emmer met water (kaken).

    Als dit gebeurd is, giet je het overtollig water weg en kun je de zelfgemaakte bak ermee vullen. Vul de bak tot zo

    naar menu Naar boven
    PASTORIE TUIN
    PASTORIETUINDit hoofdstuk gaat over het gebied rond kerkgebouwen. Deze terreinen worden vaak gezien als een stuk grond dat toevallig bij de kerk hoort. De omgeving rond het kerkgebouw wordt vaak alleen maar functioneel ingericht: een parkeerterrein, fietsenstalling, en voor wat overblijft, groen dat weinig onderhoud nodig heeft.Maar kerktuinen kunnen zoveel meer betekenen! Ze kunnen iets laten zien van de geloofsgemeenschap. Een goed ingerichte kerktuin draagt uit wat geloof betekent. Zij toont dat geloven en respect hebben voor wat leeft met elkaar verbonden zijn. Voor mensen die een dergelijke kerktuin bezoeken, is dat een een plek om op adem te komen en geloofsinspiratie op te doen.

    Van grond tot parochietuin
    Grond wordt steeds schaarser in Nederland.
    Met het bebouwen en asfalteren van steeds meer grond lopen we het gevaar ook de hemel dicht te metselen. Als een parochie grond bezit, dan kan de inrichting en het beheer van die grond de parochie een eigen kleur geven en laten zien wat je belangrijk vindt. De parochietuin kan het hemelse visitekaartje worden, niet alleen voor de eigen gemeenschap, maar ook voor anderen.

    Een paradijs in het dorp.
    Een tuin, een paradijs om in te dromen in alle beslotenheid met geurende bloemen en bomen
    met fluitende vogels en vlinders, met mijmerende ouderen en spelende kinderen.

    In een paradijstuin komt de schepping tot leven. Dieren en planten die er leefden voordat de grond tot bouwgrond werd, krijgen een nieuwe kans. Dit betekent wel dat men iets moet weten van de grondsoort en hoe nat of hoe droog de grond is. Ook kunnen inheemse planten en struiken en bij grotere oppervlakten ook bomen­ opnieuw worden ingeplant. Voor dieren kunnen schuil­ en nestelplaatsen worden gemaakt (takkenbossen, nestkastjes). En uiteraard kan de tuin ook een paradijs voor kinderen en volwassenen worden met bankjes en speel hoekjes. Het onderhoud richt zich in grotere tuinen op het maaien van wandelpaden en het snoeien van struiken en bomen.

    Een paradijstuin kan ook in een dorp gerealiseerd worden door de borders rond de kerk bijvoorbeeld in te planten met inheemse bodembedekkers en andere passende planten en klimmers tegen muren. Een samenwerking met plaatselijke natuurgroepen ligt voor de hand. Het is ook leuk om hen te vragen planten en dieren te inventariseren en jaarlijks te 'tellen' of daarover een verslag te maken. Uiteraard kun je ook besluiten er een speciale vogel- of een vlindertuin van te maken. Die ontsflat, door het aanplanten van voor die diergroepen belangrij­ke struiken en planten.

    Een leertuin
    Soms zegt een beeld meer dan vele woorden. Allerlei planten en struiken hebben in de christelijke traditie een betekenis gekregen. Denk bijvoorbeeld aan de lelies op het veld. Ook zijn er planten die door hun naam of hun volksnaam verwijzen naar een bijbeltekst of daarmee in verband worden gebracht. Zoals de jacobsladder, aronskelk. salomonszegel en judaspenning. Maar wie kent nog de Christusogen en de Cornelisroos? En welke planten kennen we nog met de namen van heiligen? Het Sintjanskruid wellicht, maar er zijn er veel meer zoals het Joris-. Barbara- en Christoffelkruid, teunisbloemen en katrienkes. Het kan zijn dat er planten zijn die door hun naam bij de naam van de parochie passen.

    Ook bijbelse kruiden en planten die ook hier in een tuin geplant kunnen worden zoals bijvoorbeeld dille, anijs, komijn, linze, mosterd, krokus, wijnstok, wonderboom e.d. kunnen spelenderwijs gebruikt worden om verhalen uit de bijbel te vertellen. Aan de hand van bijvoorbeeld kartuizeranjers (Dianthus carthusianorum) kan een begin met de kerkgeschiedenis gemaakt worden. Zo kunnen verhalen letterlijk in geuren en kleuren verteld worden. Ook op een interactieve wijze: kijk maar wat valt je op aan die bloem: de kleur, vorm, groei plaats, tijd van bloei? Ergens ligt verscholen waarom mensen vóór ons speciaal die ene bloem met dat stukje uit de bijbel of met die heilige of orde associeerden.

    Een viertuin: zeg het met bloemen
    Bloemen horen van de wieg tot het graf bij een mensen· leven. Om de kerk 'aan te kleden' worden bloemen ook in de vierruimte gebruikt of krijgen bij het Mariabeeld een plaats. Wat is er mooier (en goedkoper en milieu­vriendelijker ....) dan te kunnen plukken en te versieren uit de eigen parochietuin? En als de ruimte groot genoeg is, dan kunnen er voor alle seizoenen plukstruiken en planten staan en is er genoeg over om ook de zieken en anderen van bloemen te voorzien. Door samenwerking met bijvoorbeeld belangstellenden uit de buurt kan het tuinwerk ook een sociale dimensie krijgen. Samen werken en elkaar en anderen in de bloemetjes zetten ... is dat geen droom? Ook kan het zijn dat er voor gekozen wordt de tuin een functie. voor de buurt als 'stiltetuin' te geven. Dan is het van belang de vormgeving en de beplanting daarop aan te passen zodat er enerzijds een symbolisch ruim centrum is, anderzijds ook gelegenheid om ongestoord te kunnen zitten.

    naar menu Naar boven
    PATIO TUIN
    Het belangrijkste kenmerk van een patiotuin is dat hij, min of meer, ommuurd is. En binnen die muren kan een bijna mediterraan aandoende sfeer worden gecreëerd, doordat de muren voor de nodige beschutting zorgen en bovendien zonnewarmte opslaan, die tijdens koude nachten aan de omgeving wordt afgegeven.
    En omdat ook het oppervlak van de tuin voor een groot deel uit steen in de vorm van tegels en/of grind bestaat, wordt dit effect nog versterkt. Hierdoor gedijen planten zoals lavendel, leifruit en allerlei soorten rotsplanten buitengewoon goed. Belangrijke sfeerelementen zijn aardewerken potten en kruiken, al of niet gevuld met planten, en het tuinmeubilair. Dit type tuin leent zich uitstekend voor een niet te groot oppervlak, vooral in de stad, waar het microklimaat sowieso al geschikter is voor planten uit zuidelijker streken. De patiotuin is een tamelijk onderhoudsvriendelijke tuin, die men gerust ook een paar weken in de steek kan laten.

    naar menu Naar boven
    PERGOLA
    PERGOLAEen pergola is niet zomaar een afdak, maar een prachtig overdekt terras waar men kan genieten van de tuin en de natuur. Zij laat u ten volle genieten van alle seizoenen en beschermt u tegen regen of dauw tijdens één van deze onvergetelijke zomeravonden

    In een tuinhuisje kun je werken, uitrusten en de buitenruimte van een andere kant bekijken. Zorg ervoor dat je tuinhuisje, prieel of paviljoen aansluit bij de algehele sfeer van de tuin, of er juist mee contrasteert om een spannende architectonische blikvanger te realiseren.

    Aan een tuin zonder hoogteverschillen kan toch hoogte worden gegeven door verschillende structuren te plaatsen zoals een pergola’s, bogen, obelisken en tunnels. Deze decoratieve elementen komen al sinds Egyptische en Romeinse tijden in tuinen voor. Zij zorgen voor ruimte voor klimplanten, fruitbomen en groente en voor structuur in de winter zodat de tuin ook dan aantrekkelijk blijft. Een pergola kan gebruikt worden om een gedeelte van een terras te overdekken, als blikvanger in de tuin,om schaduw te geven of, als de staanders ver genoeg uit elkaar staan, om een uitzicht in te lijsten.

    Door verschillende materialen te gebruiken is het mogelijk een pergola te bouwen die zowel bij een tradionele als bij een eigentijdse landelijke tuin past. Een rustieke pergola, staat erg fraai in een tuin met weelderige borders. Zo’n pergola werd gemaakt van staanders van baksteen met kastanjehouten palen zonder bast als dwarsbalken. In een moderne landelijke tuin maakt een rechte houten pergola, of zelfs een pergola gemaakt van metaal, een goede indruk.

    naar menu Naar boven
    PLANTEN
    Een zeer dankbare plant.Bollen en knollen
    De meeste bezitters van tuinen kunnen zich geen tuin voorstellen zonder bollen, juist in het voorjaar, wanner er nog geen blad aan de bomen zit, is er wat kleur nodig in de tuin. Het vervult de meeste mensen met een behaaglijk gevoel als er direct wanneer de sneeuw smelt, al weerleven blijkt in de tuin. De natuur blijkt onder de grond niet stil gezeten te hebben. Over de begrippen bol,knol en wortelstok bestaat nogal wat verwarring en vaak worden, ten onrechte, door elkaar gebruikt. We weten allemaal dat de aardappel een knol is. Ook de dahlia is dit duidelijk, voor de krokus is het lastiger maar ook de krokus is een knol evenals een gladiool. Het verschil tussen een bol en een knol is, dat een bol uit rokken bestaat en een knol een vaste inhoud heeft. De krokus lijkt een bol, maar als u hem doorsnijdt blijkt er slechts een rok aan de buitenkant te zitten. Naast bollen en knollen kennen we nog enkele "bolgewassen"die alleen maar een wortelstok hebben. Bij convalaria majalis spreken we van neuzen, dit zijn uitlopende knoppenwaar wortels aan zitten. Het vroege voorjaar is de tijd dat iedereen snakt naar fris groen en opnieuw kleur in de tuin wil zien, de bloeitijd van de bollen valt in februari tot en met mei,u hebt dus vier maanden om van de bollen te genieten. Bloeiende bolgewassen worden bij uitstek beschouwd als de vertegenwoordigers van de lente, de periode waarin voor de meeste mensen de betere tijden weer aanbreken. De eerste krokussen veroorzaken een zucht van opluchting, de temperatuur gaat omhoog en de avonden worden langer. Bloeiende bollen zijn kleurrijk en vrolijk, althans dat kunnen ze zijn, want er zijn ook prachtige combinatie`s van bollen in alleen wit of zachtgeel denkbaar. En het plezier van bollen beperkt zich gelukkig niet tot de lente, ook in de zomer en in de herfst zijn er allerlei rassen die uitbundig bloeien.

    Een en tweejarige
    Niet iedere tuinbezitter is ook tuinliefhebber, behoort u tot de laatste groep, dan kunt u veel plezier beleven aan het zaaien van een of twee jarige planten. Anderen die bijvoorbeeld minder tijd en zorg te besteden hebben, kunnen we aanbevelen naar een kweker en of tuincentrum te gaan om planten te kopen. Als beginner neemt u zaden die regelrecht op de plaats van bestemming kunnen worden gezaaid. Past u daarbij wel op in april en mei als in de weersverwachting wordt gesproken over schraal weer, eenjarige koopt u in mei of juni.

    Tweejarige maken in het eerste jaar een rozet van bladeren en bloeien pas in het tweede jaar. Het beste moment om tweejarigen te kopen is in augustus en september,helaas komen juist dan niet veel mensen in het tuincentrum,waardoor de tweejarige veelal door de plantsoendiensten worden gebruikt, na de zogenaamde ijsheiligen , die vallen in de tweede week van mei is het veilig eenjarige te planten dan wel te zaaien. Ook al wordt het zachter buiten laat u niet verleiden die mooie kleuren te vroeg in uw tuin aan te planten een dwingende regel voor 15 mei geen eenjarige aan te planten.

    De juiste grond voor potten en bakken planten in bakken hebben een nog betere verzorging nodig dan planten in de grond, neem ieder jaar in ieder geval nieuwe potgrond en vergeet dan niet om in de zomer bij te mesten, gebruik nooit grond uit de tuin, de verleiding is wel groot om dit wel te doen, vooral als u bij de aanschaf van planten vergeten hebt potgrond mee te nemen. Potgrond houdt beter water vasten meststoffen vast, waardoor de planten het goed doen. Maak er een regel van dat u tegelijk met de kamerplanten ook de bloembakken bemest met kamerplantenvoeding. Potgrond bestaat uit een mengsel van tuinturf en turfstrooisel. Op zich zelf is dit kunstmatige substraat te zuur daarvoor is kalktoegevoegd om de juiste pH te verkrijgen die voor de meeste planten geschikt is,de juiste mesttoevoeging zorgt voor een goede plantengroei. Dit grondmengsel houdt ontzettend goed water vast, waardoor het geschikt is voor potten en bloembakken, een extra voordeel is dat er nagenoeg geen onkruidzaad in zit net als bij alle planten hebben een en tweejarige specifieke eigen schappen die u zoveel mogelijk kunt benutten. U kunt met eenjarige bijvoorbeeld gemakkelijk en effectief lege plekken in de tuin opvullen. In een nieuw aangelegde tuin vormen ze een uitstekende tijdelijke oplossing en in de al bestaande tuin kunnen ze de bloeiperiode verlengen en hiaten in de vaste plantenborder vullen. Een van de aardigheden van het toepassen van eenjarige zit hem in de snelheid waarmee alles gebeurt, u kunt zaaien en uitplanten en al na korte tijd staan de planten in bloei, bij de eerste nachtvorst sterven de eenjarige weer af. Voor de tweejarige hebt u wat meer tijd nodig de zaaitijd valt midden in de zomer, als de drukke voorjaarswerken in de tuin achter de rug zijn. In het eerste jaar vormen ze allen blad meestal in de vorm van een rozet, in het tweede jaar beginnen de planten al vroeg in het voorjaar te groeien en bloeien ze vanaf mei, na de bloei en de daarop volgende zaadvorming sterven ze af de uiteindelijke hoogten van vooral vaste planten en eenjarige kunnen sterk afwijken van de hoogte en die u in dit boek vindt of die op de zakjes staan waarin het zaad zit hoogte en forsheid van planten hangen samen met grondsoort en standplaats.
    Op armere gronden zullen altijd planten lager blijven en op rijke gronden zullen de planten altijd hoger worden. Ook hangt hert er sterk vanaf of u de planten bemest en welke mest u toedient. Daarnaast speelt ook de temperatuur een rol een plant aan de zuidkant van het huis zal sneller groeien dan haar zuster aan de noordzijde, houd dus niet alleen rekening met de aangegeven hoogten, maar ook met de omstandigheden in uw eigen tuin.

    Vaste planten
    Slechts enkele vaste planten zijn het hele jaar door mooi, meestal hebben ze een korte bloei perioden. Door een combinatie te maken van verschillende soorten ontstaat er een border of bloemenperk met een langdurende bloemenzee. Het is, voor het zover is , een heel gepuzzel om de juiste plant op de juiste plaats te krijgen neem nooit planten alleen omdat u ze mooi vindt maar kijk eerst zorgvuldig of zonnestand grondsoort overeenkomen met de eisen van de plant. Variatie is ook in de tuin belangrijk, neem daarom in uw overwegingen mee dat vaste planten uitstekend gecombineerd kunnen worden met andere planten zoals bollen, coniferen en rozen. Vaak worden er alleen vaste planten in borders gebruikt. Natuurlijk kunnen ook andere planten als coniferen , rozen, en bollen tussen de vaste planten worden verwerkt. Bollen zijn zeker noodzakelijk om in het voorjaar een bloeiverlenging te krijgen, slechts enkele vaste planten bloeien in de maanden februari en maart. Vaste planten sterven in de herfst af en komen in het voorjaar weer boven de grond.
    De oppervlakte ziet er daar door in de wintermaanden kaal uit. Voorkom dit door de vaste planten pas in het voorjaar af te knippen en pas ook voldoende wintergroene vaste planten toe. In een kleine tuin kunnen ook enige groente gewassen als aardbeien tussen de bloeiende planten worden gezet vindt u het moeilijk een goede keus te maken om de ideale bloeispreiding te krijgen, plant er dan genoeg eenjarige tussen zodat de border zeker de hele zomer bloeit.

    Planttijd
    De beste planttijd voor vaste planten is het voorjaar, dit geldt voor landplanten, planten die dus eigenlijk uit de open grond komen, tegenwoordig worden de meeste planten in potten geteeld ze kunnen de gehel zomer door worden geplant. Extra zorg is dan wel nodig, een aantal vaste planten kan beter niet in de late herfst worden geplant, omdat ze dan onvoldoende tijd hebben om voor de winter aan te slaan, kunnen ze verrotten of bevriezen. Als de vaste planten net boven de grond staan, is het op een kwekerij moeilijk te beoordelen hoe groot de plant zal worden.

    Sterk woekerende planten
    Sterk woekerende plantvaste planten maken ondergrondse uitlopers, waarmee ze snel grote planten worden, die minder snel groeiende planten verdringen, voor speciaal bedoelde bodembedekkers is dit een voordeel, maar in de vaste planten borderkan het soms heel vervelend zijn.

    Geurende vaste planten
    Wordt de tuin regelmatig gebruikt door blinden of slechtzienden, dan is het aan te raden planten met veel geur toe te passen , er bestaan speciale blindentuinen.

    Snijbloemen
    Bij vaste planten denken we ook aan snijbloemen de border kan ook een aparte snijbloementuin vervangen, wat is er plezieriger dan even de tuin in te lopen om bloemen voor de vaas te snijden.

    Vaste planten die vlinders lokken
    Planten die vlinders aantrekken , kortweg vlinderplanten genoemd zet u op warme, beschutte plekken waar ze de meeste vlinders zullen aantrekken, we moeten verschil maken tussen de waardplanten voor de rupsen en de nectar planten voor de vlinders. Waardplanten zijn koolsoorten en andere kruisbloemigen, zoals de pinksterbloem, maar ook de grote en kleine brandnetel en diverse grassoorten soorten. Rupsen zitten zelden op tuinplanten en richten inde siertuin dan ook geen echte grote schade aan, alleen de rupsen van het koolwitje zitten aan de koolsoorten in de moestuin. In de meeste tuinen is geen plaats voor waardplanten richt u zich dus alleen op de nectarplanten voor de vlinders. De meeste vlinders zult u aantreffen op de aster, de kogeldistel, de damastbloem, de vlambloem de sedum soorten.

    Grassen
    Als er een plantengroep is die vaak erg verkeerd wordt beoordeeld, is het juist deze, veel mensen identificeren grassen met onkruid, varens met sombere al te bosrijke plekken waar dan ook niets anders wil groeien of allen met kamer planten en bamboes met grote, onoverzichtelijke bossen die er binnen de kortste keren dor en doods uitzien. Het is jammer dat deze eenzijdige mening zo hardnekkig is ,want zowel voor grassen als voor de varens en de bamboes geldt dat ze een prachtige aanvulling voor uw tuin kunnen betekenen. Grassen zijn veel gevarieerder dan de meeste mensen denken en een tuin zonder een grassoort is vrijwel ondenkbaar, varens kunnen voor rust zorgen tussen allerlei groepen bloeiende planten en bamboes kunnen een heel sierlijke ,soms zelfs ijle, wat mystieke, exotische of zelfs tropische sfeer aan uw tuin toevoegen.

    Waterplanten
    Wie van plan is een vijver of een beekje aan te leggen weet van te voren dat waterrijke tuinen niet bepaald onderhoudsarm zijn. Het vraagt van de leekgeduld en plezier in het werk. Maar die wordt dan ook wel voor alle inspanningen beloond wat is er bijvoorbeeld plezieriger dan zomers genieten op een terras in de directe nabijheid van een vijver of beekje, waarin zowel op flora als op faunagebied van alles gebeurt.
    Wie in alle rust met plezier naar z`n vijver kijkt kan dat goed combineren met een wat kritischer blik,Want voor vijverplanten geldt vooral bij kleine vijvers dat erop gelet moet worden dat ze niet in hoog tempo het water, en daarmee de insecten en de andere dieren die ongetwijfeld op het water afkomen onzichtbaar maken.
    Men kan de water planten onderverdelen in de volgende groepen:

    Onderwater planten
    Aponogeton distachius

    naar menu Naar boven
    SNOEIEN
    De nazomer is bij uitstek het moment om je te bezinnen op eventuele noodzakelijke veranderingen in en aan een border met vaste planten. Een goede tuinier maakt de balans op van het kleurenpalet, de uitval van planten en van de vitaliteit van de verschillende geslachten en variëteiten, zoals die in een afgelopen groei- en bloeiseizoen zich toonden. Half augustus tot en met oktober is het meest geschikte seizoen om vaste planten te hergroeperen, te verjongen of een andere plaats in het schouwtoneel te geven.

    Experimenteren is noodzakelijk.
    Nadat een border is ingeplant met vaste planten kun je niet zonder meer op je lauweren rusten. Tenzij de tuinier een genie op het gebied van de kleurenleer is en bovendien de gebruikte planten als z'n broekzak kent, is genieten van de geschapen pracht wellicht op z'n plaats. Voor de meesten is het eindeloos experimenteren. Vallen en opstaan om ervaringen op te doen met de juiste plant op de juiste plaats. Wat zich bij iemand in Groningen voordoet als een fantastische plant op de kleigrond kan in eigen tuin op het zand een regelrechte mislukking zijn geworden. Ondanks de met mondjesmaat bijgevoegde informatie op het etiket bij een vaste plant kunnen nu net die omstandigheden in uw tuin er niet zijn die het gebruik van een soort haast onmogelijk maken. Telkens proberen en op zoek gaan naar die soorten, kleuren, texturen en wat al niet meer om het door de tuinier gewenste arrangement te bereiken vereist veel geduld, inspanning, inventiviteit, creativiteit en een flink portie geluk.

    Verjongen is noodzakelijk
    De meeste vaste planten moeten toch echt ééns in de 4-5 jaar opgerooid worden om een lang en gezond leven te kunnen leiden. Er bestaan enkele uitzonderingen. Die uitzonderingen zijn op zich al zo uitzonderlijk dat daar in dit verband aan voorbij gegaan wordt. Eén moet toch echt wel vermeld worden en dat is de pioenroos. Het is zo'n oer-Hollandse plant die geregeld in onze tuin opduikt. De pioenroos houdt ervan om juist een zeer lange tijd op één en dezelfde plek door te brengen. De meeste vaste planten groeien vanuit een middelpunt dat na enkele jaren zo is verouderd dat daaruit geen jonge spruiten meer kunnen ontkiemen. De jonge plantkiemen verwijderen zich jaar na jaar verder naar de rand(en) en daarmee dwaalt de plant steeds verder van de plek af waar deze in onze 'view' hoort te schitteren door vooral aanwezigheid. Andere planten lijken zich in de loop der jaren steeds meer van de grond te verheffen. Een bekende soort op dit gebied is bijvoorbeeld de Heuchera en sommige vaste plant geraniums.

    Om de plant weer te verjongen moet deze los gespit worden. Hierna kan de plant worden gedeeld door die met een spade in stukken te verdelen of met de handen uiteen te rijten. Ook kan het met een stevig mes gebeuren
    selecteer bij het delen van de plant alleen die delen die goede scheuten vertonen. Delen van de plant met weinig scheuten op de wortelpruik kun je beter aan de composthoop toevertrouwen. Mogelijke dikke, houtige wortels die aan de gedeelde vaste plant zitten, kunnen nu ook worden verwijderd. De plant zal zolang de grond in de nazomer nog enige warmte heeft, nieuwe wortels aanmaken.
    Nadat de planten gedeeld zijn en de plek in de border is uitgezocht, wordt het te beplanten borderdeel goed diep los gespit, nieuwe grond toegevoegd en vooral veel humusaarde gegeven. Bemesten met oude, verteerde stalmest of gedroogde koemest moet nog even worden uitgesteld tot in het voorjaar. Bij een teveel aan makkelijk opneembare organische mest vormen de planten op het laatst van het jaar te veel sappige scheuten. De kans op invriezen en dus afsterven van de plant in de winter wordt er alleen maar groter door. Het grote voordeel van het verplanten van vaste planten in de nazomer is zonder meer dat de plant een goed wortelgestel zal vormen, terwijl de plant in het voorjaar alles kan richten op de vorming van loof en bloemknoppen.

    struiken & heesters
    Enige kennis van welke struik of heester in de tuin groeit is wel noodzakelijk om op de juiste wijze te snoeien. Doorgaans wordt bij de snoei onderscheid gemaakt tussen vormsnoei en verjongingssnoei. Het gehele jaar door moet worden gelet op beschadigd en dood hout, eventueel zieke scheuten, scheuten die in een ongewenste richting groeien of overlast geven en de bij sommige struiken voorkomende wortelopslag. De hiervoor genoemde onregelmatigheden mogen op elk moment worden verwijderd.
    Primair is het van belang om altijd te streven naar een evenwichtige, gelijkmatige ontwikkeling van de struik. Dit mag nooit ten koste gaan van de natuurlijke groeiwijze. Er kan gesnoeid worden in het najaar en gedurende de winter, maar soms ook is snoeien direct na het uitgebloeid zijn van de struik noodzakelijk. Snoeien van heesters verlengt de levensduur, bevordert de gezondheid èn vooral de bloeirijkheid.

    Vorm snoei
    Vormsnoei heeft te maken met het in evenwicht brengen van de struik op een zodanige wijze dat deze een esthetisch verantwoorde en open vorm krijgt. Door vormsnoei wordt de sierlijke vorm van de struik benadrukt. Deze wijze van snoeien wordt vooral toegepast op groenblijvende struiken. Bij deze struiken wordt vooral gestreefd naar symmetrie van de opbouw van de bovengrondse delen en om een zekere bolvorm te maken en te behouden. Omdat een groenblijvende struik in het algemeen langzaam groeit, is het zaak het vormen vooral geleidelijk te doen. Spreid de snoei over verscheidene jaren en pas alleen zogenaamde correctiesnoei toe.
    Alle bladverliezende heesters hebben veel vaker een vormsnoeibeurt nodig. Het snoeien van dit type heester vereist meer kennis van de struik. Die kennis kan echter door eigen waarneming worden opgedaan. Allereerst is het nodig te weten of de struik op éénjarig hout of op meerjarig hout bloeit.

    Voorbeelden van struiken die bloeien op eenjarig hout, zijn onder andere: Hydrangea arborescens (Amerikaanse hortensia), Buddleja (vlinderstruik), Kerria (ranonkelstruik. Op twee- of meerjarig hout bloeien: Philadelphus boerenjasmijn, Deutzia, Ribes, Forsythia. Bloeien op eenjarig hout zegt eigenlijk al genoeg: er moet voor worden gezorgd, dat ieder jaar nieuwe scheuten worden gevormd. Ieder najaar, wanneer de blaadjes van de struiken zijn afgevallen, wordt een groot deel van de scheuten bij de grond af weggesnoeid. Vanaf het voorjaar ontwikkelen zich nieuwe scheuten, die zullen bloeien. Een voorkeur is om heesters, die op eenjarig hout bloeien, direct ná de bloei te snoeien. Een goed voorbeeld hiervan is Buddleja. Het voordeel van direct snoeien na de bloei is dat er in de zomer direct nieuwe scheuten worden gevormd. De bloemknoppen kunnen al aangelegd worden gedurende de resterende groeitijd van het seizoen. In het voorjaar leidt dit zonder meer tot een betere en vollere bloei van de struik.

    Heesters die op tweejarig hout bloeien moeten ook ieder jaar (bij)gesnoeid worden. Snoeien moet dan gebeuren om nieuwe scheuten tot ontwikkeling te laten komen. De oudere scheuten, waarop het komende jaar bloei is te verwachten, worden hooguit wat uitgedund om toetreding van zonlicht mogelijk te maken. Aan dit type struik zijn altijd één- en overjarige stengels aanwezig. Snoeien vindt dus plaats om de struik telkens te verjongen.

    Basisprincipes
    Voor het snoeien van heesters is in de eerste plaats geëigend tuingereedschap nodig: een scherpe snoeischaar en/of een takkenschaar en soms een korte boomzaag. Scherp gereedschap voorkomt onnodige wonden aan de struik, waardoor er ook minder aanleiding ontstaat voor ziekten.

    Stand knoppen
    Gebruik uw ogen door te kijken. Aan elke stengel zitten knoppen. In de knop is primair in aanleg een nieuwe scheut aanwezig. Deze knoppen liggen meestal plat op of aan de stengel. Bij verkeerd snoeien wordt het tegengestelde bereikt van wat noodzakelijk is, namelijk de nieuwe scheut groeit naar binnen of in het hart van de struik in plaats van naar buiten. Op de afbeelding is de snoeisnede aangegeven boven een naar buiten staande knop. Dit is de juiste plaats. Snoeien op een buitenoog kan dus de vorm van een struik beïnvloeden.

    Het effect van snoeien op een buitenoog is pas het volgende groeiseizoen te zien. Een jonge, nieuwe scheut is te voorschijn gekomen uit het slapende oog dat nog in de herfst of winter aanwezig was. Hoe meer gesnoeid wordt nabij de hoofdscheut, des te meer invloed is er op het 'jong' zijn van een struik. Snoeien op het juiste (buiten)oog en met het juiste oog is bepalend voor het aanzien van een struik!

    Verwijder altijd naar binnen groeiende stengels en scheuten naar binnen groeiende stengels zorgen er niet alleen voor dat de struik een warrige en rommelige aanblik biedt; het is ook nadelig voor de bloeirijkheid, de luchtcirculatie en lichttoetreding. Het hart van een heester moet in principe open zijn. Kruisende scheuten kunnen langs elkaar schuren en verwondingen aanrichten. Gevolg: gevoeligheid voor ziekten wordt groot. Verwijder altijd zulke scheuten. Wacht niet te lang met het wegnemen van 'verkeerd' groeiende scheuten. Dikke takken geven grote wonden. Op de afbeelding is in rood aangegeven waar naar binnen groeiende stengels worden weggesnoeid.

    Verjongingssnoei
    Verjongingssnoei wordt toegepast op alle heesters en struiken. Ondanks regelmatige snoei komt het voor dat stengels verhouten. Het gevolg hiervan is dat er minder zijscheuten worden gevormd en de struik minder gaat bloeien. Ook verschijnselen als vorming van minder en kleiner blad kan hiervan het gevolg zijn. Daarom is het noodzakelijk om bij snoeiwerkzaamheden altijd te kijken of er verjongd moet worden. In zulke gevallen is een takkenschaar of kleine boomzaag een onontbeerlijk instrument. Bij heesters waar aan de basis veel scheuten staan te dringen, is het ook nodig om in te grijpen. Licht- en zonlichttoetreding zijn absolute voorwaarden voor een goede ontwikkeling van een heester. Snoei zodanig dat de stengels op afstand van elkaar komen te staan. Behoud de hoofdvorm van de heester ten allen tijde. Op de afbeelding linksboven is te zien waar door snoeien ingegrepen moet worden. Na de snoei zal het resultaat een open heester zijn die weer een aantal jaren mee kan. Hou bij verjongingssnoei zoveel mogelijk jonge scheuten aan.

    Hebt u te maken met een wel erg uit de kluiten gewassen struik, dan is het raadzaam deze eens volledig terug te snoeien. Bijvoorbeeld een sering en een amandelbloesemboompje willen nog wel eens lange tijd ongesnoeid worden gelaten. Aan de toppen is dan meer loof te zien dan op de lagere stengeldelen.
    Zaag op 30 cm boven de grond de stengels af. Het volgende groeiseizoen komen er talloze nieuwe scheuten te voorschijn op de afgezaagde stengels. Hierna is het een kwestie van de nieuwe scheuten selecteren, die mogen doorgroeien.

    Sierbomen
    Kijkt u wel eens aandachtig omhoog? Naar de bomen in uw tuin? Of geven uw ogen de voorkeur aan het kleurenpalet dat wordt getoverd door bloeiende vaste planten? Schenk dan ook aandacht aan de vorm (habitus) en de kwaliteit van misschien die ene boom of zelfs bomenlaan die u rijk bent. Voor de verzorging van een boom is een visuele beoordeling op conditie en kroonopbouw onontbeerlijk om de juiste maatregelen te treffen. Bij de kroonopbouw moet gelet worden op dood hout, dubbele top, vertakking, kleeftakken, zwamaantastingen, inrotting en torsiescheuren. De stam kan veel informatie opleveren over de algemene gezondheidstoestand van de boom. Zo verraden ingezonken plekken, holten, zwammen en plaatselijk loslatende schors dat de conditie van de boom niet echt goed is. Herfst- en winterseizoen zijn een goed moment om gewapend met snoeischaar, takkenschaar, zaag of snoeimes de boom eens onder handen te nemen, opdat deze een langer leven is beschoren. Wanneer snoeien Snoeien is vaker nodig dan wordt gedacht. Aan een pas geplante boom moet jeugdsnoei plaatsvinden; tijdens de verdere ontwikkeling moet geregeld begeleidingssnoei worden toegepast en op oudere leeftijd van de boom kan uitdunningssnoei nodig zijn.

    Jeugdsnoei
    Het belangrijkste doel bij jeugdsnoei is erop gericht om een boom te krijgen met een enkele top en die tot een rechtstammige en evenwichtig opgebouwde boom te laten uitgroeien. In deze levensfase wordt de boom op de kwekerij meestal met de stam aan een rechte paal vastgebonden. De vorming van zware gesteltakken wordt tegengegaan door middel van het wegsnoeien van zulke takken. De kruin is in feite steeds tijdelijk. Als gevolg van deze maatregelen reageert de boom in de vorm van diktegroei. Kleine loten op de stam worden steeds weggesnoeid.

    Begeleidingssnoei
    De snoei omvat alle ingrepen die vanaf de jeugdfase tot het bereiken van het volwassen boom stadium regelmatig noodzakelijk zijn. Zo wordt tegengegaan dat er zich te veel en te zware gesteltakken ontwikkelen aan de stam, die overlast zullen veroorzaken. Takken die tegen een raam of het dak dreigen te groeien; een tak die tot een dubbele top zal kunnen leiden of een onevenwichtige kroonopbouw zal veroorzaken. Daarbij moet voorkomen worden dat de kruin te dicht gaat worden met als gevolg dat de bladmassa binnen in de kruin zal afsterven. Uiteraard wordt steeds al het dode hout verwijderd.

    Uitdunningssnoei
    De werkzaamheden vinden plaats wanneer de boom zijn maximale grootte heeft bereikt. Deze levensfase van de boom is te herkennen aan uitgezakte gesteltakken, een strakke contour van de kruin met weinig blad en veel jonge twijgen aan de buitenrand van de kruin. Snoeien in deze fase is erop gericht om de "natuurlijke balans" en de vorm van de boom niet te verstoren. Uitdunnen door snoeien gebeurt aan de uiteinden van alle takken, zodanig dat een bladreductie van 30% ontstaat. Afhankelijk van de boomgrootte wordt gesnoeid in de buitenste 2 tot 5 meter van de kruinomvang. Door deze wijze van onderhouden kan worden bereikt dat de boom een zeer hoge leeftijd haalt zonder een risico voor z'n omgeving te vormen. Bladreductie leidt ertoe dat ook oude bomen telkenjare voldoende nieuwe wortels aanmaken. De verankering in de bodem blijft zodoende goed gewaarborgd. Naast snoei van takuiteinden die wortelgroei stimuleert, kan bodemverbetering rondom de boom ook wortelgroei bevorderen.
    Wanneer een al oude en hoge boom in uw tuin staat, kan het uitdunnen beter overgelaten worden aan een vakkundige boomverzorger. Veilige klimtechnieken stellen een boomverzorger in staat om vanuit een boom te bepalen hoe en waar uigedund mag worden. U kunt dus maar beter niet uit een boom vallen nadat u die boom hebt misvormd...
    Als reactie op het wegnemen van kroontakken vormt de boom vaak jonge loten of scheuten op de stam ter compensatie van het energieverlies door een verminderde bladmassa. Soms ook komen er spontaan grondscheuten te voorschijn vanuit de wortelvoet. In principe worden al deze scheuten verwijderd.

    Kijkinspectie
    Aan de hand van de hierna volgende - veelvuldig voorkomende - voorbeelden kunt u zelf globaal nagaan of onderhoud in de vorm van snoei noodzakelijk is. Soms kan en moet met behulp van een snoeischaar, takken-, boom- of zelfs met een kettingzaag te werk worden gegaan om een afwijking te corrigeren.
    Zichtbare holten, zwammen en diepe scheuren worden bewerkt met een scherp snoeimes. Holten en scheuren moeten worden uitgekrabd tot op het levende hout (pericambium). Hierna de wonden afsmeren met een wondbalsem. Na verloop van enige tijd zal de wond overgroeien met nieuw weefsel (callus). Ook de grote zaag- en snoeiwonden moeten worden behandeld met wondbalsem.Een "meerkronige boom" brengt de boom in onbalans. Verwijderen van de in alle richtingen groeiende takken is noodzakelijk om het evenwicht te herstellen. De meest rechtopgaande tak moet worden aangehouden. Hieraan groeien uiteindelijk weer nieuwe zijtakken, zodat een goede kroonopbouw tot stand kan komen."Kleeftakken" als gevolg van niet op tijd ingrijpen in de vorming van een stam of door verkeerd snoeien. De boomvorm (habitus) is misvormd. Door het teveel aan 'armen' te verwijderen èn met veel geduld kan er nog veel gered worden en zal de boom nog een redelijke vorm kunnen krijgen."Schuurtak". De zichtbaar scheef groeiende tak had in het jonge stadium al moeten worden verwijderd.
    Deze tak groeit niet zoals normaal uit de boom, maar als het ware door het midden van de boom heen naar buiten toe. Bij storm kan de tak letterlijk langs de goede gesteltak schuren en wonden veroorzaken. Wegzagen is de enige remedie."Codominantie", een term die staat voor twee- of meerstammigheid. In sommige gevallen is meerstammigheid acceptabel. Te denken valt bijvoorbeeld aan een meerstammige berk. In andere gevallen is het pure concurrentie. Meerstammigheid leidt in zulke gevallen tot misvormde bomen. Verkleving van beide stammen nabij de basis kan bij zware storm leiden tot uiteenscheuren van de stammen. Als voorzorgsmaatregel is wegzagen van een stam gewenst."Plakoksel", een zijtak die vrijwel parallel gegroeid is met de (hoofd)stam. Door het gewicht van de zijtak en zwiepen oefent de tak een voortdurende torsiekracht uit op de 'aanhechtingsplaats' met de stam. Het gevolg hiervan is zichtbaar: een callusweefsel dat de scheurende kracht min of meer niet kan bijhouden. Uiteindelijk gaat dit rotten en verziekt de boom. Uitzagen en afsmeren met wondbalsem.Een grondboring kan gegevens opleveren over de opbouw van de bodem nabij de boom. Nadere analyse in het laboratorium verschaft gegevens over de voedselvoorraad in de grond. Een juist bemestingsadvies zal bijdragen aan een aanvullende bemesting, waardoor de boom beter zal groeien. Eventuele storende lagen in de bodem en bodemverdichting kunnen hiermee worden opgespoord.

    klein fruit
    Onder klein of zacht fruit wordt al het fruit verstaan dat in struikvorm of als laag bij de grond groeiend gewas wordt geteeld. Klein fruit is bij uitstek geschikt om in middelgrote tuinen of speciaal daarvoor aangelegde moestuinen te worden geteeld. Klein fruit vermeerdert zich onder meer door worteluitlopers, is gemakkelijk te stekken of wordt door afleggen vermenigvuldigd. Bij aanschaf van een besdragende struik is het raadzaam een 'virusvrijcertificaat' te vragen. Bessen zijn erg gevoelig voor bepaalde virussen.
    Besdragende struiken kunnen in het najaar vanaf oktober tot de eerste matige nachtvorst worden geplant. De vruchten komen alleen in landen met gematigde klimaten tot ontwikkeling. Koele zomers met liefst weinig neerslag zijn ideaal om goed en mooi fruit voort te brengen. Klein fruit is goed op z'n plaats in het Nederlandse klimaat. Vruchtzetting komt tot stand door middel van zelfbestuiving. In dit artikel wordt het snoeien van in struikvorm groeiende gewassen behandeld zoals rode bes, zwarte bes, witte bes, kruisbes en aan scheuten groeiende vruchten als braam en framboos. Over de Japanse wijnbes verscheen al eerder een artikel. Dit laatste gewas brengt ook vruchten voort aan scheuten.

    Waarom snoeien?
    Door elk jaar te snoeien wordt een gezonde, goed gevormde en productieve struik in stand gehouden. Oud hout wordt ieder jaar zoveel mogelijk verwijderd om een teruglopende opbrengst en het kleiner in omvang worden van de vruchten tegen te gaan. Al het klein fruit brengt vruchten voort op hout dat ten minste één jaar oud is.
    Op oud hout worden ook wel vruchten gevormd, maar beduidend minder in aantal en omvang. Naast snoei die gericht is op veel opbrengst, is snoei om een vorm tot stand te brengen ook nodig. Vormsnoei gebeurt hoofdzakelijk aan struiken. Scheutvormers worden voornamelijk geleid door aanbinden aan gespannen draden. Snoei is er altijd op gericht om zoveel mogelijk (zon)licht en luchttoetreding in de stuik te bevorderen. In een te dichte struik zullen bladeren en vruchten sneller beschimmelen en verrotten. Extra snoeien buiten de normale snoeiperiode, die in oktober tot en met januari valt, is soms nodig om door ziekte aangedane takken en bladeren te verwijderen.

    De struik vormen door vormsnoei
    De vorm van de struik die het meest voorkomt bij rode, zwarte en witte bes is de meerstammige struik. Kenmerkend hiervoor zijn de vele stengels die uit de grond komen. Er zijn veel meer vormen mogelijk. De vorm heeft echter meer te maken met de situatie waarin de struik in een tuinconcept is/wordt toegepast of de persoonlijke voorkeur van de eigenaar. Op zich doet de vorm niet zoveel toe of af aan de opbrengst van de struik.

    meerstammige struikvorm
    een bolvormige struikvorm
    enkel snoer

    Op de bovenstaande hoofdvormen komen variaties voor. Zo is het mogelijk dat de meerstammige en bolvorm, die zich als een brede waaier tentoonspreiden, op een lage of hoge stam geplaatst, hetzelfde effect geven. Op het enkel snoer komt de variatie met drie of vier snoeren voor. Alle struikvormen kunnen rondom breed uitgroeiend zijn of worden plat gesnoeid. In het laatste geval groeien de struiken dan meestal tegen een muur. Op de muur gespannen draden (dik nylon of gegalvaniseerd draad) vergemakkelijken het in vorm brengen. Let er bij aankoop van een struik op of deze meerstammig is of op een stam staat en ook op de hoofdvorm. Bedenk voorafgaand aan het snoeien welke vorm de struik later moet bereiken.
    Bessen snoeien

    letten op een bloemknop en een bladknop
    Snoeien is niet zomaar wat takjes wegknippen, die in de weg zitten of de struik fatsoeneren om er een leuke vorm aan te geven. Daar komt wat meer bij kijken. In ieder geval: gebruik goed en scherp gereedschap. Snoeischaar en boomzaag behoren tot de basisuitrusting. Daarna komt de techniek van het snoeien. Maak voorafgaand aan het snoeien het gereedschap schoon met huishoudzeep. Nadat elke struik is gesnoeid moet het gereedschap opnieuw worden schoongemaakt. Dit voorkomt verspreiding van een virus of virussen. Wees daarin nauwgezet!
    Er zijn twee belangrijke snoeiperioden: winter en zomer. In de winter wordt het (te) oude hout weggenomen als jongere takken ze kunnen vervangen. Snoei zodanig dat de struik open is en/of wordt. Geef vorm aan de struik door die takken te verwijderen, die het gekozen model zouden verstoren.
    Is de vorm eenmaal bereikt, dan moet gezorgd worden voor de vorming van sporendragers. Bij de rode, witte en kruisbes en in zekere mate bij de zwarte bes worden sporendragers gevormd door het inkorten van alle zijscheutjes op een hoofdstengel. De zijscheutjes worden tot op 3-4 knoppen teruggeknipt. De hoofdscheut, waaraan deze zijscheuten zitten, wordt met ongeveer eenderde deel ingekort. Deze wijze van snoeien bevordert vorming van nieuwe scheuten waaraan de vruchten zullen verschijnen. Na enkele jaren moeten deze (oude) hoofdscheuten worden vervangen door jongere scheuten.
    Let tijdens het snoeien wel op blad- en bloemknoppen. Takjes met veel bloemknoppen kunnen worden behouden; bloemknoppen zijn dikker dan bladknoppen en zijn afstaand ten opzichte van de stengel. De jonge scheuten hebben in hoofdzaak bladknoppen; die liggen aan/op de stengel en zijn veel kleiner en spitser van vorm dan de bloemknoppen.
    Snoei een stengel niet schuin langs een oog. Snoei er altijd boven en schuinaf op de stengel. Te dicht op de knop snoeien betekent meestal dat de knop afsterft.

    Snoeien en sporen van kruisbessen
    Inkorten scheuten van kruisbes
    Ook kruisbessenstruiken worden in vele vorm gesnoeide modellen te koop aangeboden. Zo komt de kruisbes op (een hoge) stam voor, bestaan er kruisbessensnoeren en waaiervormen. Voor de vormgeving aan de struik is hetzelfde van toepassing als bij de rode bes etc. Het meest voorkomende type is de kruisbes op stam. De struik kan tot 2 m hoog worden. Zorg altijd voor een open struikvorm. 6-8 gesteltakken zijn ruim voldoende voor een rijke oogst. De jonge scheuten zijn licht breekbaar. Hierop moet u vooral letten bij het plukken, want dan is de kans op beschadiging en afbreken van de jonge scheuten het grootst. De beste snoeiperiode voor kruisbessen ligt aan het einde van de winter, maar wel voordat de ogen uitlopen. Vogels zijn gek op de jonge knoppen. Vandaar dat kruisbessen later gesnoeid worden dan bijvoorbeeld aalbessen.

    Vormen van sporen aan kruisbes
    Wanneer de struik zijn hoofdvorm heeft gekregen, moet er telkens voor worden gezorgd dat er sporen worden gevormd. De wijze van snoeien is gelijk aan die van de andere besdragende soorten.
    De later aan de sporen komende vruchten zijn vooral groot. Wenst u een grote hoeveelheid vruchten , die weliswaar wat klein zullen zijn, dan kunt u er beter voor zorgen dat de nieuwe takken worden aangehouden en dat de oude en afgedragen takken telkens worden weggesnoeid. Knip wel de nieuwe takken op tweederde van hun lengte af.

    Leivormen voor scheutdragers
    De meeste scheuten vormende besdragers zijn oorspronkelijke afstammelingen van bosplanten. De bekendste gecultiveerde soorten zijn de braam, de framboos, de Japanse wijnbes, de boysen-, tay- en loganbessen.
    Om mooie en rijpe vruchten te krijgen worden deze soorten vooral uitgebonden. Door ze uit te binden kunnen licht en lucht goed toetreden en verrotten ze niet op de grond. Deze scheutvormers worden vrijwel altijd geleverd zonder virusvrijcertificaat. Al naar gelang uw smaak kunnen de planten op verschillende manieren worden geleid. Geleiding gebeurt door het aanbinden van jonge, buigzame scheuten aan gespannen draden. Het aanbinden op de draad kan met raffia of met speciaal verkrijgbare (plastic) aanbinders. Door het uitbuigen van de scheuten vindt een krachtige groei plaats en worden veel nieuwe scheuten gevormd. Juist door aanbinden worden in het seizoen van groei en vruchtzetting de vruchtdragende scheuten gescheiden van de nieuw gegroeide scheuten. Als u uitbinden gaat gebruiken, dan moeten draden gespannen worden langs en aan muren. Of moeten er palen worden geslagen. Gebruik rondhout rond 7 of vierkante palen van 7x7 cm. De palen moeten minstens 60 cm diep geslagen worden. Wanneer het gewas vol in blad staat en er bovendien nog vruchten aanhangen, dan is dit bij elkaar een reusachtig gewicht dat de palen met draden moeten torsen.

    Snoeien van scheutdragers
    De vorm waarin wordt aangebonden, heeft bij scheutvormers effect op de opbrengst. Naar mate de scheuten meer horizontaal worden gebogen (recht of gegolfd) wordt de opbrengst in principe meer. Gedurende het hele groeiseizoen vormen scheutdragers nieuwe (grond)scheuten. Na de laatste oogst mogen de oude afgedragen scheuten bij de grond af worden weggeknipt. De jonge scheuten kunnen naar gelang de aanbindvorm worden bevestigd op de draden. Zwakke scheuten worden verwijderd; alleen de sterkste scheuten worden aangehouden. Uitlopers die te ver van de stellage met draden af staan, worden weggehaald door ze af te steken met een spade.
    Controleer aan het einde van de winter de planten op vorstschade. De ingevroren scheutdelen wegknippen. Alle scheuten worden met ongeveer 20 cm bekort. Scheutdragers kunnen tegen vorst worden beschermd door ze in het najaar aan te aarden met grove compost. De compost kan in het voorjaar tussen de planten worden uitgespreid. Dit werkt dan meteen als bemesting. Geef nooit te veel stikstofrijke voedingsstoffen. Dit leidt alleen maar tot veel scheuten die weinig tot geen vruchten geven.

    Boom- en struikvormen
    Het is belangrijk voor het aanschaffen een fruitboom een idee te hebben waar deze in de tuin moet komen te staan. Moet het een solitair staande boom worden en hoe hoog mag hij dan worden? Gaat de belangstelling uit naar een struikvorm, moet er een muur mee worden bedekt of wilt u er een soort haag van maken? In principe kan aan al dit soort wensen worden voldaan. In alle gevallen is dan de onderstam waarop het fruitras is geënt belangrijk èn de wijze van snoeien om de uiteindelijk gewenste vorm te bereiken en te behouden. Bedenk wel dat specifieke vormen bewerkelijker in onderhoud zijn dan bijvoorbeeld een in struikvorm groeiend gewas.

    De bekendste boom- en struikvormen van appels en peren zijn:

    Struik:
    Van deze vorm is het kenmerkend dat er geen doorgaande harttak aanwezig is. De gesteltakken (waaraan het fruit komt) beginnen op eenderde van de stamhoogte. De totale hoogte van een struik kan goed in de hand worden gehouden door middel van snoeien. Maximaal wordt een struik op een hoogte gehouden van 1 - 2 meter. De fruitopbrengst van een struik is hoog.

    Piramide:
    Deze vorm kan zowel op boom- en struikvormen worden toegepast. Door middel van snoeien wordt een cilindrische kegelvorm nagestreefd. De vorm is dus taps toelopend naar boven. Het grote voordeel van deze vorm is, dat alle takken goed het zonlicht kunnen opvangen. De hoogte varieert van 2 - 3,50 meter. Dwergvormen hiervan zijn ook mogelijk. Een hoogte van 1,5 - 2 meter wordt dan aangehouden.

    Spil:
    De meest voorkomende vorm in de comerciële fruitteelt. De hoofdvorm is een onregelmatige kegelvorm. Aan de duidelijk aanwezige harttak waaieren rondom van onderen tot boven lange gesteltakken uit. Hoogte 2 - 3 meter. Gesteltakken worden meestal langs gespannen draden aangebonden. De spil is buitengewoon productief in opbrengst en moet daarom alleen al worden aangebonden aan een steunpaal. Dit laatste is meestal geen fraai gezicht in een tuin, tenzij er een aparte 'oofttuin' is aangelegd.

    Hoogstam:
    Zoals de naam al aangeeft, groeien de gesteltakken op een stam. De hoogte hiervan bedraagt 2 - 3 meter. Daarboven begint pas de kruin van de boom die ook nog eens 2 - 5 meter hoog kan worden. Begrijpelijk is dat voor het snoeien en plukken later een ladder moet worden gebruikt. Er zijn nog steeds veel hoogstamfruitbomen in boomgaarden en tuinen aanwezig. Vanwege de vele tijd die nodig is voor plukken en snoeien, raken veel bomen verwaarloosd en uiteindelijk in onbruik of worden ten slotte omgezaagd. Langzamerhand krijgen hoogstamvormen een museale waarde.

    Spalier:
    Een veel gebruikte vorm bij appels en peren en andere steenvruchten, zoals perzik en pruim. De gesteltakken staan op een lage stam van 50 - 60 cm hoog. De gesteltakken worden langs gespannen draden horizontaal geleid. Kenmerkend is de symmetrie: alle takken even lang. Het is een fraaie vorm om 'lijnen' en 'gangen' in de (moes)tuin te maken. De hoogte bedraagt 2 - 2,5 meter. Een variatie op de spalier is de palmet. De gesteltakken groeien bij deze vorm niet zuiver horizontaal, maar staan onder een lichte hoek ten opzichte van de stam.

    Snoer:
    Een fraaie vorm om fruitbomen decoratief te laten zijn. Veel variaties hierop zijn mogelijk. Zo kunnen snoeren bestaan uit één tot wel vier verticale armen op één enkele stam. Een snoer kan ook horizontaal worden geleid. Het is een al oude wijze van vormgeven aan fruit, die in tuinen bij kastelen en landgoederen in zwang was.

    Waaier:
    Een heel geschikte vorm voor in de particuliere tuin om tegen een muur te plaatsen. Niet alleen appels en peren kunnen deze vorm krijgen, maar ook een geschikte vorm voor pruimen en perziken. Vanuit een lage stam groeien in principe twee schuin op de stam staande gesteltakken omhoog. Hieraan zitten dan weer kleinere gesteltakken met vruchtlotjes. De hoogte bedraagt 2,5 - 3,5 meter. Deze vorm is decoratief en productief. Het is een niet erg bewerkelijke vorm, neemt weinig ruimte in de tuin in en is daarom heel geschikt voor particuliere toepassing.

    Het vormen van sporen
    Het vormen van sporen aan scheuten is essentieel om bloemknoppen te laten ontwikkelen, waaraan later appels of peren zullen groeien. De boom aanzetten tot vorming van bloemknoppen bestaat uit het inkorten van zijscheuten, die aan de gesteltak groeien. Door deze vorm van snoeien ontstaan veel zogenoemde kortlotjes. Sommige rassen dragen hun vruchten voornamelijk aan de top van een scheut, terwijl andere rassen verspreid over de lengte van de scheut vruchten dragen. De wijze van snoeien is eenvoudig. Kijk altijd goed naar zo'n gesteltak met scheuten. Let met name op zwak gegroeide, korte scheuten en lange, sterk gegroeide scheuten. Korte en zwakke scheuten moeten flink worden ingesnoeid tot op 2 - 4 ogen op de scheut. De lange, sterk gegroeide scheuten worden minder ingesnoeid. Snoei deze scheuten tot op 3 - 6 ogen terug. Eind- of topscheuten worden tot op een kwart tot eenderde deel van de lengte teruggezet. Herhaal ieder jaar deze wijze van snoeien.Er zullen zich veel sporen ontwikkelen. Sporen zijn te herkennen aan dicht bijeenstaande korte takjes met veel knoppen. Het heeft een wat knoestig uiterlijk. Veel knoppen bij elkaar betekent ook dat zich daar veel bloemen en later vruchten zullen ontwikkelen. Bij rassen die grote en zware appels en peren produceren, is het raadzaam de sporen te dunnen. Gebruik hiervoor een scherpe en goed snijdende snoeischaar.Dun de sporen zo dat het beeld van zo'n takje open van structuur wordt. Licht en lucht moeten goed bij een takje kunnen komen. Bij rassen die vruchten aan de toppen van scheuten dragen, worden geen sporen gedund. Voor die rassen is het beter om jaarlijks de afgedragen vruchttakjes terug te snoeien op 2 - 3 ogen. De jonge nieuwe scheuten worden met maximaal eenderde deel ingekort. Aan die scheuten komen dan in een volgend jaar vruchten. Probeer elk jaar de boom te verjongen door oude takken weg te nemen. Aan nieuw schot worden gemakkelijker nieuwe sporen gevormd dan aan oude scheuten.

    Pruimen & Kersen
    Net zoals bij appels en peren worden ook pruimen op een onderstam geënt. Dit maakt ook de pruim een ideaal gewas voor de tuin. Zwakke groei geven de onderstammen 'Pixy' en 'St. Julien A'. Op deze onderstammen geënte pruimen krijgen een stuikvorm met een hoogte van ongeveer 2,50 - 3 meter. Pruimen kunnen worden geleid. De waaiervorm (platgroeiend geleid) is naast de struikvorm het meest voorkomende type. Omdat pruimen zeer gemakkelijk geïnfecteerd raken door de loodglansziekte en kanker moet er altijd zo min mogelijk worden gesnoeid. Loodglans uit zich op het blad in de vorm van een grijze gloed. Voor een rijke oogst is het aan te bevelen verscheidene pruimen aan te planten, omdat pruimen kruisbestuivers zijn. Een probleem bij pruimen is nog wel eens hun vroege bloei in maart - april. In die tijd kan nachtvorst aan de in bloei staande pruimenboom schade veroorzaken door bevriezing van de bloemen. De oogstopbrengst kan hierdoor behoorlijk worden beïnvloed.
    Jonge leivormpruimen worden in het vroege voorjaar gesnoeid, wanneer de knoppen gaan zwellen. Kort de lengtescheuten met tweederde in en snoei op een naar buiten staande knop. Bij leivormen wordt de harttak consequent verwijderd. Slecht of naar binnen groeiende scheuten en lot op de stam worden in hun geheel weggesnoeid.
    Oudere pruimenbomen of struiken worden midden zomer gesnoeid. De meeste pruimen dragen hun vruchten aan de basis van eenjarige scheuten en langs twijgen van twee jaar en ouder. In de zomer wordt een teveel aan zich ontwikkelende scheuten handmatig verwijderd door de zachte scheuten tussen duim en wijsvinger te nijpen. De overblijvende scheuten worden direct getopt door ze tot de helft van de lengte te nijpen. Onderhoudssnoei aan pruimen moet altijd gericht zijn op het openhouden van de kroon. Vooral in het hart van de boom/struik heeft een pruim de neiging veel scheuten te produceren. Deze dus geregeld weghalen.

    Kersen snoeien
    Ook de kers wordt in een breed scala aan vormen geleverd. Struikvorm, leivorm (waaier), half- en hoogstamvormen zijn leverbaar. Zwakke groei leveren de onderstammen 'Canil', 'Colt' en 'Inmil'. De hierop geënte kersen zijn geschikt voor de (kleine) tuin. Net zoals bij de pruim worden jonge kersen pas in het voorjaar gesnoeid als de knoppen zwellen. Ook de kers is gevoelig voor kanker en loodglansziekte. Oudere kersen worden in najaar en winter in vorm gesnoeid. Haal beschadigde en zieke scheuten en takken wel altijd direct weg. In de zomer na de oogst moet opnieuw worden gesnoeid (zie onder pruimen). Nieuwe scheuten aan takken, waaraan vruchten hebben gehangen, worden het liefst aangehouden, terwijl de afgedragen scheut zo ver mogelijk wordt verwijderd. De jonge scheuten met eenkwart van de lengte innemen.
    In het vroege voorjaar worden zo mogelijk enkele oudere gesteltakken verwijderd. Kersen hebben de eigenschap vooral aan de toppen vruchten te leveren. Door het wegnemen van twee tot drie gesteltakken per jaar kunnen zich nieuwe scheuten aan de boom/struik ontwikkelen, waaruit later de gesteltakken worden gevormd. Het euvel van vruchtvorming uitsluitend aan het uiteinde van gesteltakken met scheuten wordt daarmee voorkomen.

    Perziken snoeien
    De perzik is niet erg populair in de Nederlandse tuin. De perzik verlangt veel warmte een beschutting tegen vorst en regen. Uitsluitend een standpaats tegen een muur op het zuiden en dan nog het liefst omgeven met een muurkas levert veel vruchten op. Een in bloei staande perzikenstruik is wonderschoon. De bloeikleur is zachtrose. De perzik is een vroegbloeier: maart - april. Om vruchtzetting te krijgen is bestuiving door insecten nodig. Dat lukt maar weinig in die periode in ons klimaat. Handmatige bestuiving is dan de oplossing. Handmatig bestuiven door middel van trillen van de bloemen zorgt voor vruchtzetting. Perziken worden in de noordelijke streken voornamelijk in waaiervorm gehouden. In zuidelijke klimaten meestal in struikvorm. De waaiervorm kenmerkt zich door een korte stam van 1 - 2 meter hoog. Daaraan zitten 6 - 8 gesteltakken in een halve cirkelvorm. Aan tweejarige scheuten vindt bloei en de vorming van vruchten plaats. Het snoeien is gericht op de vorming van jonge scheuten op de gesteltakken. Vorm- en onderhoudssnoei kan alleen als de gesteltakken vervangen kunnen worden door jongere scheuten, waaruit gesteltakken kunnen worden gevormd. Snoei net voordat de ogen beginnen uit te lopen. Werk met goed schoongemaakt Let erop dat op een spits toelopende naar buiten gerichte knop wordt gesnoeid. De bolle knoppen zijn de bloemknoppen. Bij snoeien in het voorjaar gaat het dus met name om verjonging van de perzik. De scheuten worden met eennderde van hun lengte ingesnoeid. Zomersnoei moet altijd uitgevoerd worden, waarbij jonge scheuten tot op vier bladparen worden teruggezet door deze tussen duim en wijsvinger te nijpen. De scheuten die zich lenen om een gesteltak te vervangen of een geschikte plaats op de gesteltak hebben om over een jaar vruchten voort te brengen, worden aangehouden en niet genijpt. Blijf telkens alert op de hoofdvorm, waarin de perzik moet groeien.
    Een volgroeide perzik wordt na de oogst gesnoeid. De nieuwe scheuten en vervangende gesteltakken worden als ze minimaal 40 cm lang zijn getopt onder het laatste bladpaar. Zijscheuten aan deze scheuten worden teruggeknipt tot op 1 - 2 bladparen. De zijscheuten moeten een onderlinge afstand hebben van 10 - 15 cm. De jonge (hoofd)scheuten moeten worden aangebonden. Bind deze scheuten aan op bamboestengels en bevestig vervolgens de bamboestegels op/aan horizontaal gespannen draden.

    DE DRUIVENSTRUIK
    De druif is in Nederland niet inheems. Daarmee wordt bedoeld dat deze plant niet van nature in Nederland voorkomt. Toch komt de druif als vrucht en als plant dikwijls voor op oude schilderijen en tekeningen uit de 17de en 18de eeuw. De bakermat van de druif moeten we zoeken in het oude Perzië. Op geweven wandtapijten, vooral uit de 15de en 16de eeuw, komen tuinmotieven voor. De liefde voor het gebruik van afbeeldingen van tuinen heeft alles te maken met het islamitische geloof. In de Koran wordt veelvuldig gesproken over bepaalde bomen en planten. Ook heden ten dage spelen met name bloeiende bomen en struiken een rol in het islamitische geloof.

    Nog steeds worden wijnstokmotieven in de tapijtkunst van het Midden-Oosten verwerkt. Overigens is het aardig om te vermelden dat de indeling van de vroegere Perzische tuinen later in de barokperiode in Frankrijk, Duitsland en Nederland opnieuw in de tuinkunst werd gebruikt. De parterres en broderies, zoals die te bewonderen zijn in Versailles, zijn daar rechtstreeks van afgeleid.

    In Nederland groeien druiven in hoofdzaak in een kas. De druivenstok (Latijnse naam: Vitis vinifera) is een in Nederland ingevoerde plant. De verspreiding ervan is hier beperkt vanwege het weinig geschikte klimaat. Voor de productie van druiven wordt het gewas in hoofdzaak in kassen geteeld. Het Westland was tot voor enkele jaren geleden het belangrijkste teeltgebied. Vooral het ras Frankenthaler (blauwe druif) werd het meeste geteeld. De prachtige, grote trossen sierden vooral de 'schaal'.
    Door import op grote schaal van consumptiedruiven uit Frankrijk, Spanje, Griekenland, Italië; en Turkije (maar ook steeds meer uit Californië, Mexico en Zuid-Afrikaanse landen) is zo langzamerhand de teelt in het Westland aan het verdwijnen.
    Franse wijngaard in het district Châlon
    De hoge productiekosten van in kassen geteelde druiven (stookkosten, kosten arbeid) zijn hieraan debet. In Zuid-Limburg zijn kleine percelen grond wel als wijngaard aangeplant. De teelt vindt plaats op de zuidhellingen van het krijtplateau. De productie van wijn is echter onbelangrijk.

    Rassen:
    Voor de tuinliefhebber zijn in de Nederlandse tuincentra wel druivenrassen te koop. De belangrijkste soorten zijn: Vitis 'Boskoop Glory' (blauw) en Vitis coignetae. Daarnaast zijn de echte (oude) rassen te koop, zoals: Muskaat van Alexandrië, Witte Van der Laan en de Golden Champion (witte druivenrassen), 'Chasselas' (gele druif), 'Foster's Seedling' en 'Brant'. Blauwe druivenrassen zijn onder meer: Frankenthaler, Gros Maroc en Black Alicante.

    In Frankrijk worden voor de productie van wijnen andere rassen gebruikt dan hier kunnen groeien. De belangrijkste rassen zijn: Pinôt Noir, Chardonnay, Sauvignon Blanc, Chenin Blanc, Gamay, Cabernet Sauvignon en de Merlot.
    De naam Pinot is afgeleid van pin dat zoveel betekent als pijnboom. De druiventros van de Pinot Noir lijkt in vorm op een denappel. Deze druif bevat veel sap en suiker; het sap van de vruchten is kleurloos. Vandaar dat de Pinot Noir ook gebruikt wordt voor de productie van champagne. De Chardonnay-druif wordt ook gebruikt om champagne van te maken, maar voornamelijk worden er stevige en goede Bourgogne-wijnen van gemaakt. Een wijn waarin de Chardonnay is gebruikt, is droog en vol van smaak.
    Uit de Sauvignon Blanc komen de witte Bordeaux-wijnen voort. De smaak is fruitig fris en licht zuur. Chenin Blanc groeit in het Loire-gebied. Hieruit worden delicate Loire-wijnen gemaakt die fruitig of licht droog zijn. De meest klassieke druif is de Cabernet Sauvignon. De druif is heel donker van kleur en bevat veel kruidige tannine. Grote Bordeaux- en Médoc-wijnen worden hiervan gemaakt. De Merlot-druif wordt vooral in Pommerol en in de omgeving van Saint Emillion geteeld. Deze druif heeft een fijn aroma en zachte smaak.

    Bodemeisen
    Druivenstokken houden absoluut niet van zure (veenachtige) gronden. Het beste resultaat wordt bereikt op kalkrijke, kleiachtige grond, alhoewel de druif ook op humushoudende zandgrond aangeplant kan worden. Zorg ervoor dat in het vroege voorjaar (maart - april) de druif bemest wordt. Het eenvoudigste kan dit uitgevoerd worden met kunstmest, dat rijk is aan calcium of kalium. De zogenaamde mengmeststoffen zijn verkrijgbaar in verschillende hoeveelheden, meestal in N + P + K-combinaties: stikstof + fosfor + kalium.
    Calciumsulfaat (CaSo4) is ook een zeer bruikbare meststof. Let erop, dat u bij aanschaf een zo hoog mogelijk K- of Ca-getal krijgt! Naarmate de grond lichter van samenstelling is (zandgronden) of armer aan kalk, neemt de smaakkwaliteit en de bewaarbaarheid van de druif af. Alleen goede, warme zomers met veel zonneschijnuren heffen de verschillen een beetje op. De in de grond aanwezige en noodzakelijke voedingszoutenconcentraties en ook de vochtigheid van de grond bepalen tevens de ontwikkeling. Bij een lage concentratie aan voedingsstoffen groeit het gewas welig, dat wil zeggen: ontwikkelt veel stengels, stelen en bladeren.
    De druif steekt zijn energie dus te veel in de ontwikkeling van loof. Te veel blad is uiterst nadelig voor de ontwikkeling en de groei van de vrucht(en). Er is minder vruchtzetting, de druiven blijven ook langer vochtig en schimmelen sneller. Bovendien neemt ook het aantal afwijkingen aan de vrucht toe.

    Standplaats
    De druif houdt absoluut van een warme en zonnige standplaats. Aanplant tegen gevelmuren op het zuiden is een prima plaats. Bij de huidige woningen zijn de gesloten gevelwanden naast of tussen de raampartijen veelal (uiteindelijk) te klein om er een druif tegenaan te planten. Een andere mogelijkheid is dan een schutting. Beschikt u hier niet over, dan is het zaak zelf iets te maken waarop de druif kan steunen. Een dak van druiven als zonnescherm bijvoorbeeld. Voorwaarde is en blijft een standplaats die maximaal en langdurig door de zon wordt beschenen!

    Verzorging in de zomer
    Druiven moeten worden geleid. Op muren en schuttingen kunt u het beste horizontale draden spannen. Gegalvaniseerd draad (ca drie mm dik) is uitstekend geschikt. Eventueel kan een constructie met regels (latten) ook goed dienst doen. Bedenk wel dat druivenstokken tientallen jaren productief kunnen zijn. Duurzaam materiaal verdient daarom de voorkeur. De onderlinge afstand tussen de draden moet ongeveer veertig tot vijftig cm bedragen. Aan de draden of regels - de leggers - worden de scheuten van de wijnstok gebonden.
    Hiervoor zijn verstelbare plastic binders in tuincentra te koop. Het aanbinden van de scheuten langs de draden gebeurt door het uitbuigen van de dichtst bij de draad aanwezige scheut vanuit de hoofdspil van de plant. Dit uitbuigen gebeurt zowel naar links als naar rechts als de druif in het midden van de draden is geplant. Eenzijdig aanbinden kan uiteraard ook. Hoe hoger de druivenstok is of mettertijd wordt, des te meer 'leggers' er moeten zijn of komen.
    De scheuten die tussen de aangebonden 'leggers' zitten, worden op de spil weggesnoeid. In de zomer moeten regelmatig (!) nieuwe scheuten tussen de 'leggers' worden afgesnoeid: tot op een blad van de scheut. Ten minste elke 2 - 3 weken moet deze bewerking worden uitgevoerd. Te laat verwijderen van de overtollige scheuten kan ertoe leiden dat de bessen in de tros bruin worden en verschrompelen. De oorzaak ligt in de wateronttrekking door de overtollige scheuten en de weelderige groei ervan. Het aanhouden van deze overtollige 'groeisels' zorgt ervoor dat de bessen aan de tros slecht zullen kleuren en dat de bessen zuur blijven. Deze aantasting heet lamsteligheid.
    Zorg ervoor dat in de zomer de grond rondom de druivenstok steeds vochtig is, zodat voldoende water kan verdampen voor een voldoende microklimaat.

    Reguleren van de druiventros
    Begin juni bloeien de druivenstokken. De bloei is niet erg opvallend. Voor de vruchtzetting door middel van bestuiving is bezoek van bijen belangrijk. In juli verschijnen duidelijke trosjes met reeksen bessen eraan. Voor een deel vallen na verloop van tijd spontaan besjes af. Dit is een natuurlijke 'rui', waarover u zich geen zorgen moet maken. Toch is deze rui niet voldoende om later mooie trossen met dikke druiven te oogsten! Tenzij u er genoegen mee neemt kriekdikke bessen te eten!
    Dikke bessen aan de tros ontstaan na ingrijpen van de wijnstokbezitter. Er moet 'gekrent' worden. Met engelengeduld moet elke tros en elk steeltje met bessen daaraan bekeken worden op 'overtollige' bessen. Op elk steeltje moeten bessen worden weggeknipt worden: ca 9 bessen per steeltje is ruim genoeg. Zijn er bovendien te veel trossen, dan is het ook beter een aantal daarvan weg te halen. Resultaat: zware en volwaardige trossen, die kunnen wedijveren met wat zoal op dit gebied in de winkel wordt aangeboden.
    Voor de kleuring en het verbeteren van de bewaarbaarheid is de ogenaamde 'rijpingssnoei' van betekenis. Hierbij worden de scheuten met daaraan de druiventrossen met ongeveer 20 tot 30 cm ingenomen. Deze snoei mag pas gebeuren, nadat de bessen aan de tros volledig zijn gekleurd! De betere toetreding van zonlicht zorgt voor een snellere rijping en stijging van het suikerpercentage in de druif. Het maximale suikerpercentage bij oogst van de trossen bedraagt zelden meer dan 16%.
    Druivenoogst kan in het Nederlandse klimaat beginnen vanaf ongeveer half september en kan doorlopen tot de eerste (lichte) nachtvorsten. Niet alle druiventrossen hoeven in één keer geoogst te worden. Hebt u meer wijnstokken en bent u van plan zelf wijn te maken, dan zult u uiteraard in één keer moeten oogsten.

    Wat er zoal aan voedingsstoffen in druiven zit:

    Voedingsstoffen en calorieën per 100 gram:
    Kcal.: 66
    Eiwit: 0,5 mg
    Vet: geen
    Koolhydraten: 16 mg Mineralen per 100 gram:
    Calcium: 20 mg
    Fosfor: 30 mg
    IJzer: 0,2 mg Vitamines per 100 gram:
    Vitamine A: geen
    Caroteen: geen
    Thiamine (B1): 0,01 mg
    Nicotinezuur: 0,1 mg
    Ascorbinezuur:
    Gekookt: geen
    Rauw: 3 mg Water per 100 gram:
    Water: 82 gram

    Snoeien in de winter
    Direct nadat de laatste bladeren zijn afgevallen, kan worden gesnoeid. Meestal is dit het geval na een eerste lichte tot matige vorst. In principe kan de snoei uitgesteld worden tot maximaal half maart. Snoei nooit bij matige tot strenge vorst! In de aangegeven snoeiperiode verkeert de druivenstok in 'rust', dat wil zeggen dat de sapstroom in alle levende delen van de plant minimaal is. De wijze waarop gesnoeid moet worden, is afhankelijk van het druivenras. Als vuistregel kan gehanteerd worden, dat voor de 'witte rassen' de stengel teruggesnoeid moet worden tot op 4 - 5 ogen of knoppen; de 'blauwe rassen' worden teruggezet tot op 2 -3 ogen.
    Deze vuistregel geldt uitsluitend voor de 'leggers'. Alle andere stengels die tussen de 'leggers' gegroeid zijn, kunnen volledig bij de spil worden weggesnoeid. Let erop, dat u ook de nieuw te vormen 'leggers' selecteert, zodat de omvang of hoogte van de wijnstok kan toenemen! Is er echt geen plaats meer voor nieuwe 'leggers' of wordt de wijnstok te hoog, dan kunnen de stengels aan de 'kop' worden weggesnoeid.
    In de loop der jaren zult u merken dat de 'leggers' verhouten en hun typische gedraaide vorm verkrijgen. Toch zullen er steeds voldoende nieuwe, 'slapende' ogen zijn om het beschreven proces van jaarlijkse snoei uit te voeren.

    Er is maar weinig verschil tussen cordon- en Guyotsnoei

    Stiftsnoei
    Deze snoeivorm is algemeen toepasbaar op druiven. Uitgangspunt bij deze manier van snoeien is dat er al 'leggers' bestaan. Deze leggers zijn verhout en bruin van kleur. Hierop groeien jonge scheuten, die vrucht hebben gedragen. Bij de snoei in de winter worden al deze stengels nauwkeurig bekeken: welke worden aangehouden voor het volgende jaar en welke worden weggesnoeid. Alleen de dikste en sterkste stengel(s) worden aangehouden. Zorg voor een voldoende, onderlinge afstand. Vervolgens worden de geselecteerde stengels ingekort, zodat er 2 - 3 ogen op het overblijvende stengeldeel staan. Dit noemt men snoeien op stiften.

    Guyotsnoei
    Bij deze manier van snoeien worden ieder jaar, aan het begin van de winter, één of twee eenjarige takken geselecteerd. De rest wordt radicaal weggeknipt. De aan te houden tak(ken) worden ingenomen tot een lengte overblijft van 80 - 100 cm. Deze takken worden horizontaal aangebonden. De lengte van de takken bepaalt het aantal uitlopende scheuten in het voorjaar en dus ook de opbrengst. Deze manier van snoeien is vooral bedoeld voor rassen die minder vruchtbaar zijn. Voor rassen die slappe stengels maken, bent u hierop aangewezen. De aan te houden takken moeten zo dicht mogelijk bij de stam zitten. Door het aanbinden van de nieuwe ligger ontstaat het zg. cordon. Een cordon kan bestaan uit een enkel en een dubbel snoer, al of niet in één of twee etages opgebouwd.

    Zelf snoeien
    Wilt u toch wat eenvoudig snoeiwerk zelf verrichten, dan volgen hier een aantal tips:

    Koop bij een specialist een goede snoeischaar.
    De schaar moet altijd scherp geslepen en geolied zijn.

    Snoei regelmatig en tijdig zodat er zelden of nooit een snoeizaag aan te pas hoeft te komen. Het snoeisel moet zodanig worden verknipt of versnipperd, dat het gemakkelijk verwerkt kan worden als voedsel voor de beplanting. Het is beter om een aantal te dicht op elkaar staande struiken geheel weg te halen, dan ze door snoeiwerk te verkleinen. Houtige gewassen die bloemen en/of vruchten dragen op het hout dat in het vorige jaar gevormd is, moeten direct na de bloei of na de dracht worden gesnoeid. Tot deze gewassen behoren bijvoorbeeld: Forsythia, Weigelia, Framboos, Zwarte bes en Ribes.

    Houtige gewassen die nieuwe takken krijgen waaraan nog in het zelfde seizoen bloemen komen, moeten meestal in het zeer vroege voorjaar worden gesnoeid. Tot deze gewassen behoren struikrozen, stamrozen, klimrozen en Buddleia (Herfstsering).

    Houtige gewassen met steenvruchten, zoals de Pruimenboom (Prunus domestica), kunnen het veiligst in september worden gesnoeid om de kans op loodglans tot een minimum te beperken. Houtige gewassen die na het snoeien nogal erg

    naar menu Naar boven
    SPAANSE TUIN
    SPAANSE TUINPalmen en palmachtigen zijn er te kust en te keur. Er zijn steeds meer (2002) palmen te koop, zowel voor de huiskamer en kantoren en als voor de tuin. We staan wat sceptisch tegenover het gebruik van palmen in de tuin. Onze associatie met palmen en warme gebieden is zo sterk, dat we niet snel geneigd zijn om eens uit te proberen of een bepaalde palm niet in de tuin zou kunnen worden geplant. De voorzichtigen onder ons kunnen eens proberen een palm in de zomer buiten in een kuip te houden. Een stapje verder gaan door de palm ook in de winter buiten in de volle grond te houden is de moeite van het proberen waard. Met enige bescherming tegen vorst kun je er een betoverende tuin aan overhouden.

    Als u uw vakantie in Zuid-Frankrijk, Spanje, Italië, Griekenland of Turkije wel eens doorbrengt, dan zult u ongetwijfeld hebben gezien, dat daar andere planten, bomen en struiken groeien. Daaronder zijn ook veel palmsoorten. Wat men zich niet zo snel realiseert, is het feit, dat ook in die landen de winter guur en koud kan zijn. Soms bereiken ons via de tv beelden van sneeuwlandschappen uit die landen, waar we hier jaloers op kunnen zijn. Toegegeven, in die landen vriest het niet zo streng en langdurig als het bij ons wel voorkomt in goede winterjaren. Maar bedenk wel, dat zelfs in hete woestijngebieden de temperatuur in de nacht vaak tot enkele graden onder nul daalt. De conclusie kan worden getrokken, dat er palmsoorten bestaan die wel een paar graden kou kunnen verdragen. Daar ligt dan een goede uitdaging om in de tuin eens met palmen te gaan experimenteren.

    Beschermen
    Jonge palmen moeten in ons klimaat beschermd worden tegen felle wind. Geef een palm een beschutte plaats. Felle wind zorgt voor snelle verdamping van vocht en beschadigingen van blad en groeipunt of 'speer'. Sommige palmsoorten wortelen oppervlakkig, waardoor kans op omwaaien aanwezig is. Een palm die al geruime tijd in de tuin staat, is op den duur beter opgewassen tegen wind. Aan het begin van de winter is het nodig om de palm(en) in te pakken tegen vrieskou. Gebruik van stro of dennentakken in combinatie met rietmatten is dan een geëigend middel. Vooral de kop moet goed worden afgeschermd tegen invallende regen. Immers, bij een lage temperatuur kan dit vocht overgaan in ijs. Tegen sneeuw is een zelfde bescherming nodig. Al die maatregelen moeten vooral gericht zijn op het beschermen van het groeipunt. Pas in het voorjaar, als de kans op vorst nihil, is kan de winterverpakking worden verwijderd.

    Grond en bemesten
    Palmen groeien in humusrijke grond die verschraald is met zand. Zand zorgt voor een goede doorlatendheid van water. Blijft water rond de wortels lange tijd aanwezig, dan is de kans op verrotten groot. Onder humusrijke grond wordt verstaan: een mengsel van goed verteerde bladaarde, oude koemest en verteerde houtsnippers of boomschors. In plaats van zand zijn styroporkorrels, hygromul of perlite heel goed te gebruiken. Er is speciale palmengrond te koop. Zonder zelf te hoeven experimenteren vergemakkelijkt dit het planten. Palmen hebben voor hun groei veel water nodig. Hoe meer doornen een palm heeft, des te groter is de behoefte aan water. Sommige palmen hebben voor hun groei vloeibare mest nodig. Deze mest kan het beste in het voorjaar worden gegeven; voor de rest van het seizoen is bemesten uit den boze. In plaats van vloeibare mest is een kleine gift oude, verteerde koemest erg goed.

    Temperatuur
    Naar gelang het geslacht stellen palmen eisen aan de standplaats. Er zijn palmsoorten, die redelijk goed tegen kou kunnen (Chamaerops excelsa, Corypha australis, Phoenix canariensis, Areca sapida, Areca baueri, Seaforthia elegans, Jubaea chilensis, Nannorrhops ritchiana, Rhapidiophyllum histrix, Sabal minor, Sabal x texensis, Serenoa repens, Trachycarpus fortunei, Trachycarpus fortunei 'Charlotte', Trachycarpus fortunei 'Queensboro', Trachycarpus nanus, Trachycarpus takii) en Trachycarpus wagnerianus. Palmen die in de winter wel warmte moeten hebben, zijn onder andere Brahea armata, Butia capitata, Chamaerops humilis, Livistonia chinensis, Sabal mexicana, Cocos weddelliana, Cocos flexuosa en Cocos nucifera. Deze laatste palmensoorten moeten in de winter absoluut worden ingepakt.
    Vertrouw er niet op, dat palmen goed winterhard zijn; pak ze dus altijd in. Behalve het inpakken van een palm is het nodig de grond rondom de voet goed te bedekken met een dikke laag blad.

    Ziekten en gebreksverschijnselen
    Het groeipunt van een palm is is gevoelig voor bacterie- en schimmelaantastingen. Schimmels krijgen een kans als het groeipunt beschadigd raakt. Daarom is beschermen en droog houden van het groeipunt gedurende de winter van buitengewoon belang. Het is aan te raden, uit voorzorg, aan het begin van lente het groeipunt te bespuiten met een middel tegen schimmel, zoals Sulphon of Baycor. Bladen die tijdens de winter afsterven, worden in het voorjaar verwijderd. Al bevriezen alle bladen, dan nog is er geen sprake van verlies van een palm. Zolang het groeipunt niet beschadigd is, kan een palm weer uitlopen en nieuwe bladen maken. Natuurlijk moet er wel naar worden gestreefd om de bladen gezond en wel door de winter te helpen. De bladen van palmen kunnen lichtgeel worden, terwijl de bladaanzet langs de stengel wel groen is. Dit verschijnsel is een gevolg van ijzergebrek. IJzergebrek (chlorose) treedt vooral op als de grond kalkrijk is of een hoge pH (zuurgraad) heeft. Een gift ijzer is dan op zijn plaats. Op gronden die juist lichtzuur tot zuur zijn (lage pH), kan een palm magnesiumgebrek vertonen. Ook in dit geval wordt de bladkleur lichtgroen tot gelig groen. Een bemesting met magnesium is dan nodig.

    Vermeerderen
    Het vermeerderen van een palm is niet eenvoudig. In de meeste gevallen wordt een palm gezaaid. De moeilijkheid begint al bij het verkrijgen van zaden. Vervolgens kom je erachter, dat er grote verschillen zijn in kiemkracht, zelfs als het zaden betreffen van een en dezelfde palm. De keiharde zaden moeten worden voorgeweekt in water. Of - liever - wikkel ze in vochtige watten en plaats ze op een warme ondergrond. Het water/vocht moet warm blijven. Weken gedurende vierentwintig uur.
    Hierna worden de zaden in een luchtig grondmengsel gestoken. Voor een goede kieming is een bodemtemperatuur tussen de twintig en dertig graden nodig. Steek elk van de zaden in een aparte, diepe en grote pot. Zijn de kiemen eenmaal opgekomen, dan moeten de jonge planten drie tot vijf jaar in een kas of warme serre verder groeien. Met een enkele palmsoort is delen mogelijk: Chamaerops en Rhapidophyllum laten zich vrij gemakkelijk delen.

    naar menu Naar boven
    SPEELTOESTELLEN
    Speeltoestellen en attractietoestellen moeten veilig zijn en aan de wettelijke eisen voldoen. Dit draagt bij aan het voorkomen van ongelukken. Kinderen kunnen bekneld raken, er kan verstikkingsgevaar optreden of er kunnen ongelukken gebeuren door een te harde ondergrond of achterstallig onderhoud. Daarom stelt het Warenwetbesluit veiligheid attractie- en speeltoestellen eisen aan speeltoestellen. Deze eisen zijn niet van toepassing op speeltoestellen die bij mensen thuis staan. Voor die speeltoestellen, activity toys genoemd, gelden aparte eisen, vastgelegd in het Warenwetbesluit speelgoed. De VWA houdt toezicht op de naleving van deze wetgeving.

    Tips voor het veilig spelen:
    Laat kinderen afstand houden tot bewegende toestellen waarop andere kinderen al spelen (schommels, draaimolen, wip).
    Als gevolg van vasthaken van bijvoorbeeld een kledingstuk of een koord kunnen kinderen verstrikt raken bij sommige speeltoestellen, met in het ergste geval verstikking tot gevolg. Vermijd daarom loszittende koorden, capuchontouwtjes, key-cords, hangers e.d. als kinderen gaan spelen.
    Laat kinderen geen schoenen dragen in ballenbakken en springkussens.

    naar menu Naar boven
    TAXUS & KANKERBESTRIJDING
    In het éénjarig snoeisel van Taxus baccata (venijnboom) zit baccatine.
    Deze stof is de basis voor een geneesmiddel dat van groot belang is voor de bestrijding van enkele vormen van kanker.
    Vanwege de grote hoeveelheden die benodigd zijn wordt er vooral een beroep gedaan op gemeenten, begraafplaatsen, instellingen en landgoederen die over grote taxushagen beschikken. Ook hoveniers, groenvoorzieners en kwekers spelen bij de inzameling een belangrijke rol.

    Zelf snoeien:
    Het snoeisel van taxushagen is waardevol. Bezitters van langere hagen kunnen het laten ophalen indien het om meer dan 200 kg gaat.
    Of ze kunnen het bij een inzamelpunt afgeven.

    Gezien het doel van het snoeisel is het wel gebonden aan een aantal kwaliteitseisen:

    - De betreffende hagen moeten jaarlijks gesnoeid zijn.
    - Het snoeien moet plaatsvinden in de periode juli t/m september.
    - Het snoeisel moet op een zeil of kleed worden opgevangen, zodat het niet vervuilt.
    - Er mag niet in de regen worden gesnoeid.
    - Het gaat om de frisgroene éénjarige twijgen.
    - Het éénjarig snoeisel moet overdag geknipt worden en moet binnen 12 uur opgehaald dan wel bij het inzamelpunt gebracht worden. In het weekend kan bij wijze van uitzondering alleen opgehaald en of ingeleverd worden nadat hiervoor een afspraak is gemaakt. Het materiaal dat anders in het weekend geknipt wordt, kan helaas niet verwerkt worden.
    Meer info: www.stolkboskoop.nl

    naar menu Naar boven
    TEAK TUIN MEUBELEN
    Tuinmeubels in teak.
    Het harde teakhout komt uit de loofbossen van Zuid Azië en het is niet afkomstig uit de tropische regenwouden. Houtsoorten die met zekerheid afkomstig zijn uit duurzaam beheerde bossen zijn te herkennen aan het FSC-keurmerk. Teakhout wordt geprezen wegens zijn hardheid, zijn weerstand tegen alle weersinvloeden en zijn gemakkelijke verwerking. Zijn hoge weerstand tegen water heeft het hout te danken aan zijn van nature hoog oliegehalte. Door deze speciale eigenschappen wordt teakhout al verscheidene eeuwen gebruikt in de scheepsbouw. Tegenwoordig wordt teak dan ook gezien als kwaliteitshout voor de buitenmeubelen.
    Een jaarlijkse grondige reinigingsbeurt is nodig bij teak tuinmeubels omdat alle vuil verwijderd wordt.
    Wanneer teakhout in de open lucht na een tijd verweert tot zilvergrijs, zal de kleur terug herleven door een jaarlijkse schoonmaakbeurt met een zeepsopje in het voorjaar om het vuil te verwijderen. U kunt ook een hogedrukspuit gebruiken, let dan op dat je genoeg afstand bewaart. De krachtige waterstraal zou anders wel eens het hout kunnen beschadigen waardoor juist versnelde algengroei optreedt. Voor het verwijderen van vetvlekken gebruik je het best een ontvettingsmiddel en een zachte borstel. Daarna afspoelen met schoon water.
    Onbehandeld teak zal in de open lucht op den duur verweren tot zilvergrijs. Hoe lang het duurt totdat deze kleurverandering optreedt hangt af van de mate van blootstelling aan verschillende klimaatomstandigheden. Om hun originele staat te bewaren, volstaat het om ze af en toe eens in te strijken met een teakolie die je kan vinden in doe-het-zelfzaken. Volg steeds de gebruiksaanwijzingen van de fabrikant.

    Behandelen met allerlei conserveringmiddelen is niet nodig om de levensduur van uw tuinmeubel te verlengen. Het gebruik ervan is enkel cosmetisch. Wenst u de originele kleur van uw teak-tuinmeubel te behouden, dan kunt u een teak-olie of een impregneermiddel gebruiken en dan wel als de tuinmeubels nog nieuw zijn. Volg de aanwijzingen van de fabrikant en let erop dat u geen oliedoekje op het tuinmeubel laat liggen want dat kan voor blijvende vlekken zorgen.
    Voor de winter ingaat kunt u uw tuinmeubelen het beste opslaan in een droge, niet-verwarmde ruimte. Heeft u hiervoor geen ruimte en moet u ze laten buiten staan dan kunt u ze best beschermen met een stoffen doek waardoor luchtcirculatie mogelijk blijft.

    naar menu Naar boven
    TEEK
    De TeekHet is goed oppassen. Op de meest geliefde plekjes, daar waar we zo graag onze vrije tijd én vakantie doorbrengen, loeren parasieten naar ons. De teek is er één van! Bovendien is het een levensgevaarlijke parasiet! Veelal zonder dat we het weten én merken, lopen we door een tekenbeet het risico besmet te raken met bacteriën en virussen, waarvan de Lyme ziekte wel de meest bekende is. Dan maar niet de natuur in? Blijf natuurlijk niet thuiszitten, maar ga, wel extra goed voorbereid op pad. Slim de natuur in zogezegd. Bedek zoveel mogelijk de huid (ook het hoofd) en controleer uzelf (en ook uw huisdier) altijd na terugkomst van een wandeling. De kans op besmetting kan voor een mens en dier bovendien minimaal blijven als u teek binnen 24 uur op de juiste manier verwijdert en het wondje ontsmet met 70% alcohol. Met de speciale tekenverwijderset voorkomt u onnodig leed. Mensen en huisdieren zien de parasieten niet. Met 1,5 mm zijn ze er te klein voor. Andersom reageren teken wel op wat de mens en dier doen én veroorzaken, zoals ademuitstoot, verspreiding van geuren en verandering van lichtinval, of een combinatie ervan. Teken komen uitsluitend bij mensen in actie als ze onbedekte huid signaleren. Waarom? Ze leven van opgezogen bloed en zijn 24 uur per dag op zoek naar

    naar menu Naar boven
    TUINONDERHOUD
    Engelse tuinTuinonderhoud, is een van de meest voorkomende activiteiten die er aan het tuinieren te pas komen, het betekent snoeien op de juiste manier, en op het juiste tijdstip, maar het betekent ook bemesting geven, waarvoor u moet weten, met welke grondsoorten u te maken heeft.

    En zeker de onkruidbestrijding mogen we niet vergeten. Het onderhoud bevat ook het zaaien, en vermeerderen van planten, en het herkennen van ziektes en plagen, met daarop volgend de juiste bestrijding daarvan, dat kunt u niet allemaal met uw handen, u heeft er gereedschap voor nodig, de keuze van het juiste gereedschap is van groot belang.

    Als u wenst kunnen wij naar uw tuin komen kijken, wij kunnen u dan adviseren wat er gedaan kan worden. U bent er dan van verzekerd dat u geen fouten maakt met uw tuin, en u kunt meteen aan de vakman alle tuinproblemen van de afgelopen periode voorleggen. U kunt die werkzaamheden zelf uitvoeren of het ons laten doen. Wij kunnen natuurlijk ook het gehele jaar door uw tuin onderhouden, lekker makkelijk u hebt altijd een verzorgde tuin.

    Denkt u er wel eens aan om tijdens uw vakantie een hovenier in te schakelen voor het onderhoud, als u dan terug komt staan de borders er keurig bij en het gazon is gemaaid, uw huis blijft er tevens bewoont uitzien. Traditioneel ingerichte tuinen vragen intensief en steeds weer terug kerend onderhoud. Het is vaak vechten tegen de natuur, dat gevecht verliest u, en dan grijpt u naar middelen, die ook naar uw idee eigenlijk niet kunnen. Maar ja wat wilt u, u moet niets maar u kunt uw tuin laten afstemmen op de natuur, niet tegen maar met de natuur mee tuinieren, dan kan !!!

    Wij kunnen u adviseren welke natuurvriendelijke methode er in uw tuin kunnen worden toegepast, zodat het er natuurlijker, en gezonder wordt en veel onderhoudsvriendelijker. Een natuurlijke tuin bekent zeker geen verwilderde tuin.
    Alles wat u aan planten en vormgeving mooi vindt kan worden toegepast.

    Het betekent wel dat we rekening houden met de nauurlijke processen die ook in een tuin plaats vinden en daar dan op inspelen. Dan krijgt u een tuin die niet alleen mooi is maar die ook gezond leeft, waar vlinders, egels en kikkers graag komen en waarin uw kinderen zonder gevaar voor vergiftiging kunnen spelen. Onkruid bestrijdingsmiddelen zijn niet meer nodig en het onderhoud zal steeds verder afnemen, wat u meer tijd geeft om echt van uw tuin te genieten.

    De laatste decennia zijn de theorieèn over de behandeling van bomen en het snoeien in het bezonder nogal gewijzigd. Gebruik van beton in een holle boom is alweer vele jaren uit den boze en de wond afdekkende middelen zijn ook al geen voorschrift meer, het gebruik van groene balsem is nog aan te raden voor de zaagwonde. Wat heel belangrijk is dat de wonden op de juiste manier gesnoeid met snoeigereedschap dat niet alleen schoon is maar ook vlijmscherp is.

    Gebruik uitsluitend gereedschap dat ook werkelijk voor de snoei bedoeld is, een timmermanszaag mag u dus niet gebruiken dat is niet goed voor de boom. Bij zware takken, kunt u het beste de tak eerst een halve meter van de boom afzagen, daarna verwijderd u de stomp van de boom. We maken verschil tussen de wintersnoei en de zomersnoei, behalve in het late voorjaar waarneer er sappige sappen door de plant gaan, mag u het hele jaar snoeien. Over ziekte van de planten, hoeven we niet uivoerig te zijn, voor we ziekte bestrijden kunnen we beter de zieke plant verwijderen en goed nadenken over de oorzaak. beschouw de ziekte wel als een waarschuwing, de oorzaak zit in de leefomgeving van de plant.

    U kunt zelf een aantal vragen stellen waarmee de mogelijke ookzaak van de ziekte kan worden opgespoord. Denk voor de aanschaf van een plant aan de eisen die ze aan haar omgeving stelt, een goede standplaats is de basis voor een goede gezonde groei. Elementen die ogenschijnlijk niets met ziekten te maken hebben, verdienen meer zorg dan ziekte aan de plant zelf, we kunnen hierbij denken aan het voeren van wormen, zij zetten de grond om, waardoor er een betere structuur onstaat en de wortels van de plant meer ruimte krijgen. Bestrijd mieren evenmin zij bestrijden ook de bladluizen en kleine rupsen.

    PRAKTISCHE TUIN TIPS:

    Aanslag op tegels en paden
    U kunt aanslag op de tegels van uw tuinpad verwijderen door te schrobben met water en bezem. U moet de paden wel goed bij houden en liefst elke week een keer behandelen. De hoge druk reiniger verwijderd de aanslag snel en de tegels en de paden blijven lange tijd schoon. Bij erg veel aanslag kunt u een beetje formaline gebruiken.

    Schoffelen en wieden
    Voor het verwijderen van onkruid moet u een scherpe schoffel gebruiken. De beste tijd om te schoffelen en te wieden is in de ochtend. Het onkruid komt dan los en heeft de hele dag om te verdrogen, zodat het `s avonds gemakkelijk te verwijderen is.

    Onkruid
    Regelmatig schoffelen is de beste manier om onkruidverspreiding in de hand te houden. De schoffel kunt u gebruiken op stukken waar planten de planten en bloemen niet te dicht op elkaar staan. Maar op stukken waar dit wel het geval is, is wieden de enige oplossing. Alles kan verwijderd worden met goed gereedschap.

    Kleefkruid
    Het lastige en sterk woekerende kleefkruid is makkelijk te verwijderen met een gewone hark. Zelfs als de plant tussen een andere plant groeit doe dit werk voor de zaadvorming om uitbreiding te voorkomen.

    De vorm van potten
    Zet kuipplanten nooit in potten of vazen die aan de bovenzijde nauw zijn. Het verpotten van een volwassen plant is niet meer mogelijk doordat de wortel kluit er niet meer uit kan.

    Bollen planten
    Wanneer u bollen hebt geplant kunt u er het beste kuikengaas overheen leggen. Vogels en katten en konijnen er dan niet bij en de planten kunnen gewoon door het gaas heen groeien

    De bloeitijd verlengen van vaste planten
    U kunt de bloeitijd verlengen door enkele bloemstengels af te knippen. Snijd de bloemstengelsonregelmatig verdeeld over deplanten af, de afgeknipte stengels zullen zich vertakkenen nieuwe bloemknoppen vormen.

    Hagen knippen
    Bijna iedereen heeft de neiging hagen aan de onderkant verder te knippen dan aan de bovenzijde, tooch moet dat eigen;lijk niet gebeuren, laat de bassis altijd iets breder.

    Rozen snoeien
    De beste perioden om de rozen te snoeien, is maart. Snoei niet eerder, want dan bestaat de kans op bevriezing. Vergeet zeker de bemesting niet.

    Heide planten
    Plant de heide niet te ondiep, u kunt de planten nog beter te diep planten dan te ondiep want als ze niet diep genoeg staan, blijven ze los zitten.

    Heide snoeien
    Heide moet ieder jaar worden gesnoeid, heide die in de zomer of herfst bloeit, wordt in maart april gesnoeid heide die in de herfst en winter bloeit moet onmiddellijk na de bloei worden gesnoeid.

    Een fonteintje
    Een fonteintje in de vijver is niet alleen leuk, maar ook nuttig. Het brengt zuurstof in het water. Voor drijvende planten is stromend water niet goed.

    Biologisch evenwicht
    Een juist biologisch evenwicht in een vijver is moeilijk te krijgen, de belangrijkste elementen zijn het water de diepte van de vijver en het type planten.

    Het gazon
    Een mooi gazon is een prachtig gezicht, maar het vergt wel wat onderhoud, wordt het gazon geel dan kan dit een teken zijn van emelten of een aantasting van schimmelziekten, paarden bloemen zullen op den duurdiep wortelen en zullen dan een lastig onkruid zijn , het beste is om de planten uit te steken

    Last van vliegen
    Plant een notenboom naast het gazon, onder de boom zult u er weinig last van hebben van vliegen.

    Vogelnetten
    Controleer dagelijks of er vogels in uw vogelnetten verstrikt zijn geraakt, neem bijvoorkeur witte netten die de vogels kunnen zien, een goed alternatief is de fruitkooi, die zo hoog moet zijn zodat u er in kan staan.

    De moestuin
    Groenten hebben veel zonlicht nodig, leg dus geen moestuin in de schaduw aan ,bekijkt u goed hoeveel u in een keermoet zaaien en wanneer.

    Eenjarigen en vaste planten (ook die in potten), laat ik gewoon staan na de winter is het grootste deel (onder de grond, hopelijk) verdwenen en is het in het voorjaar alleen nog maar een kwestie van de restanten op de composthoop doen belanden.

    Laat bewust wat tuinafval (in hoeken) liggen, zodat padden en egels er in de winter een schuilplaats kunnen vinden. Een los stapeltje stenen, takken en bladafval kunnen hun een prima overwinteringsplek bieden.

    De kerstboom
    Gooi de kerstboom niet weg na gebruik, plant 'm ook niet in de tuin, maar snij er takken vanaf en gebruik deze om vorstgevoelige planten mee te beschermen. Steek hiertoe de takken als een wigwam om de planten. Ook planten in potten kunnen op deze manier worden beschermd.
    Over kerstbomen gesproken. Wanneer je een kerstboom zonder kluit wilt behoeden voor voortijdige naalduitval meng je op iedere twee delen (giet)water een deel glycerine (verkrijgbaar bij de drogist).

    Zet gevulde potten niet rechtstreeks op de grond. Gebruik pootjes of eenvoudige houten klosjes om de bodem (en het bodemgat) vrij te houden.

    Sneeuw isoleert en is prima op potten en planten. Haal het wel weg als het gaat smelten, zodat de potgrond niet te nat en koud wordt.

    Verminder het vorstgevaar door goed doorlatende grond te gebruiken. Normale potgrond maak je doorlatend door er grof zand doorheen te mengen.

    Zet de potten op beschutte plaatsen, tegen een droge huismuur of onder een afdakje, zoveel mogelijk uit de wind.

    Zet de potten bij strenge vorst dicht tegen elkaar aan, vul de tussenliggende ruimten met riet of stro, omwikkel het geheel met noppenfolie.

    Kleinere potten kan je in grotere plaatsen, de tussenruimte vul je op met stro of riet.

    Zet potten met bladhoudende planten niet op het oosten. Een felle ochtendzon in de winter kan het blad aanzetten tot verdamping, terwijl de wortels geen vocht kunnen opnemen (a.g.v. de bevroren potgrond).

    Zet lege potten op hun kop weg, zodat er geen water in kan staan.

    Voorjaar
    zaaien en kweken
    bodembewerking
    'voorjaarsschoonmaak'
    bemesten
    steunmateriaal aanbrengen
    genieten

    Zomer
    bodem onkruidvrij houden
    potten van voldoende water en mest voorzien
    uitgebloeide bloemen regelmatig verwijderen
    planten steunen
    genieten

    Herfst
    bollen planten
    stekken en zaad verzamelen
    gereedschap schoonmaken
    beschermmateriaal verzamelen
    'winterklaar' maken, níet alles snoeien en weghalen, maar planten opbinden en beschermen tegen wind en vorst
    vijvernet aanbrengen of regelmatig bladafval uit vijver verwijderen
    genieten

    Winter
    catalogi opvragen
    plannen maken
    kuipplanten verzorgen
    bollen nakijken
    zaden bestellen
    bollen bestellen
    (tuin)boeken en tijdschriften lezen ter inspiratie
    bij strenge vorst bescherming aanbrengen
    composthoop afdekken
    vijver open houden (niet hakken!).

    naar menu Naar boven
    VERHARDING
    BESTRATINGEenvoud is nog steeds kenmerk van het ware. Was jaren geleden de grindtegel al een hele vooruitgang in het assortiment verhardingsmaterialen; vandaag de dag is er zoveel meer keuze uit nog betere en mooiere tegels en stenen. Aan die ontwikkeling schijnt geen einde te komen. Import uit andere Europese landen van natuurstenen tegels maakt toepassing ervan, ook in de gewone tuin, tegen een aanvaardbaar kostenplaatje steeds meer mogelijk. Steeds nadrukkelijker komen huis en tuin wat verharding betreft meer in elkaars verlengde te liggen. Kleurnuances van de huiskamervloer lopen even gemakkelijk over in de kleur van het buitenterras als van de overgordijnen.

    De veelheid van combinatiemogelijkheden van tegels en stenen verleidt gemakkelijk tot een ongebreidelde experimenteerlust. Toch is een waarschuwing op z'n plaats: in de tuin moet juist de nadruk liggen op het spel van bloemen en planten en hun kleuren en texturen. Net zo goed als het gazon een 'rustgevend' component in de tuin vormt, zo moet ook de verharding van paden en terras een rustgevende sfeer ademen. Beperken van de veelheid van verhardingsmaterialen is op z'n plaats.

    wat te kiezen: tegels of stenen
    Als simpele stelregel geldt dat een groot formaat minder ongelijk verzakt dan een klein formaat. Met andere woorden: ongelijkmatige verzakking is eerder te zien aan een verharding met stenen dan met tegels. Daartegenover staat dat tegels zwaarder zijn om te tillen, waardoor een oneffenheidje niet even één twee drie weg te werken is. Een klinkerverharding kan makkelijker plaatselijk worden losgehaald om een verzakking te herstellen.

    Aanleg van een tegelpad gaat wat sneller. Als je snel resultaat wilt hebben, moet je dat vooral doen. Doorslaggevend in de keuze van een tegel of een verharding van losse stenen is vooral waar de verharding voor dient. Op een terras verhard door tegels verschuif je gemakkelijker een tafel of stoel dan op een klinkerverharding. Een vooral praktisch argument dus. Zoals gezegd zijn er tegels te kust en keur. Allerlei kleuren, kleur- en lijnpatronen en texturen zijn mogelijk. Let niet alleen op de in uw ogen fraaie kleur. Veel belangrijker is de zogenaamde stroefheid van de tegel. Een gepolijste tegel kan in het interieur heel fraai zijn; in de buitenkamer kan die veel narigheid veroorzaken. Glad worden van zo'n tegel door regen leidt gemakkelijk tot uitglijden. Wanneer u een tegel uitzoekt, waarvan u vermoedt dat die wel eens glad zou kunnen worden, test dat dan door er een emmer water overheen te (laten) gooien. Voor de rest van de test hebt u schoenen met leren zolen aangetrokken...

    Veel tegels hebben een vellingkant. Het staande en horizontale vlak is daarbij aan de hoek afgeschuind of afgerond. Het effect hiervan op een tegelverharding is dat zowel de lengte als de breedte van de verharding prominent in lijnen zichtbaar is. Andere tegels daarentegen hebben geen vellingkanten. Een vlak met tegels zonder vellingkant werkt ruimtelijk echt als een egale vloer. Voor het terras zijn tegels zonder vellingkant aan te raden. De begaanbaarheid van zo'n verharding is gemakkelijker.

    Grote vlakken verharding zoals een terras of een lang en breed (voet)pad, worden zoals dat heet onder afschot gelegd. Simpel gezegd komt het erop neer dat een geleidelijk hoogteverschil van hoog naar laag wordt aangelegd. Dit wordt gedaan om de afwatering van een verhard vlak sneller te laten verlopen of om het regenwater door zo'n hoogteverschil naar een afvoerput te leiden. Als stelregel wordt gehanteerd: 1 centimeter afschot (hoogteverschil) op 3 meter lengte van de verharding. Bij gebruik van kleinschalig materiaal, zoals een verharding met klinkers, moet u zich maar niet al te druk maken over de afwatering. Het regenwater sijpelt heus wel weg tussen alle naden langs de stenen.

    mooie steenverbanden strelen het oog
    Stenen zijn er in soorten en maten. Zo is er de gebakken en betonnen steen. De gebakken steen is poreuzer van samenstelling naarmate deze minder hard gebakken is. De licht gebakken steen is geschikt als gevelsteen, maar niet voor in de tuin. Voor de tuin zijn de Waal- en smalformaten eleganter dan de kei- en dikformaten. Een en ander is wel afhankelijk van de grootte van de tuin.
    Een ruime tuin kan een forser formaat steen beter verdragen dan de gemiddelde stadstuin. Allereerste punt van aandacht bij gebruik van een verharding bestaande uit stenen is zonder meer: 'waar dient deze verharding voor?' Met een auto (of vrachtwagen) over een verharding rijden stelt zo z'n eisen. In zo'n geval wordt de steen nooit op de dunne kant gelegd en is het zaak de langste 'voegen' altijd loodrecht op de rijrichting te plaatsen. Wordt er frequent heen en weer gereden, dan is het elleboog- of keperverband dè verharding die het beste op z'n plaats blijft liggen.

    Het steenverband voor een tuinpaadje is vooral een kwestie van eigen smaak. Ook hier geldt: hoe eenvoudiger het verband des te prettiger het oogt. Wanneer de verharding het centrum van de tuin bepaalt (zoals de piste in een circus), dan verdienen het verband en de kleurstelling bijzondere aandacht. Een bijzonder verband en gebruik van kleur kan bijdragen aan de verlevendiging van de plek. Overschat die werking niet te veel; naderhand krijgt bestrating veelal een zelfde 'grauw-toon' en het is en blijft een spel in het platte vlak.
    Een met zorg gelegde bestrating oogst meer lof dan een ingewikkelde verzameling steenverbanden en kleurpatronen.
    paden in andere materialen zijn natuurlijk ook mogelijk. In sommige situaties zijn niet met stenen of tegels belegde paden meer te verkiezen. In een landschappelijk aangelegde tuin, een weidetuin, een moestuin, een kruidentuintje etc. past soms beter een uitgeschoren graspad of een pad gemaakt van schelpen of grind. Soms ook wordt de voorkeur gegeven aan houten tegels, houten planken of bielzen. De eigenschappen van het materiaal bepalen in belangrijke mate hoe het kan worden toegepast. Losse materialen lenen zich nu eenmaal beter om er een vrije (pad)vorm mee te maken. De kantopsluiting van paden gemaakt van grind, leemgrind of schelpen kan eenvoudigweg bestaan uit een kopse rollaag van klinkers. Nog mooier is het vloeiende verloop vorm te geven met 4 mm dikke, harde kunststof-folie of - zoals het in de baroktuin gebeurde - met metalen singels. Budgettaire overwegingen kunnen er ook toe leiden om voor goedkoop en los materiaal te kiezen. Houtsnippers bijvoorbeeld zijn goed toe te passen in een bostuin. In een stadstuin is dit materiaal minder geschikt: veel te stoffig.

    naar menu Naar boven
    VERLICHTING
    De LantaarnVeel tuinen zijn in de avonduren een 'black spot'. Wanneer de tuin wordt gezien als een verlengstuk van het wonen en die buitenruimte ook goed aansluit op de woonkamer, is er reden te meer om met buitenverlichting die ruimte erbij te betrekken. Het tegenargument kan niet meer zijn dan de kosten van het stroomverbruik. Moderne tuinverlichting werkt op 12 volt laagspanning of werkt op zonne-energie die opgeslagen wordt in een accu. Het is ook niet meer nodig om een lichtschakelaar te bedienen; een tijdklok of sensor regelt alles feilloos. De nieuwe generatie tuinverlichting is bovenal veilig. Kortsluiting kan nauwelijks meer optreden.
    Functionele verlichting is de tuin ontgroeid: de tuin is ook 's avonds een woondecor.
    Er is een aantal redenen waarom je verlichting kunt aanbrengen. Maar het is niet zo dat daarmee ooit daglicht kan worden bereikt. Juist het verschil tussen dag en avond, met z'n eigen sfeer om beelden van de tuin te benadrukken, verlengt het plezier.

    Zowel functioneel als esthetisch
    Functioneel is een verlichting waar je wat aan hebt. Je wilt niet op de tast de voordeur, de garage of het schuurtje vinden: je moet het kunnen zien. Functioneel is ook verlichting boven de tafel op het terras, wanneer je in de zomer 's avonds buiten zit. Verlichting van een (buiten)zwembad maakt ook dat je er vaker een verfrissende duik neemt.
    Om te voorkomen dat je bezoek, gestruikeld over het tuintrapje, zomaar binnenvalt, is verlichting van zo'n 'fenomeen' ook heel erg aan te bevelen...
    Kortom, er zijn nogal wat situaties denkbaar waar verlichting niet alleen functioneel, maar ook een teken van gastvrijheid en zorgzaamheid is.

    Verlichting die een esthetisch genoegen schept, is geen pure onzin of luxe. Waarom zou je je alleen in huis omringen met dingen die mooi zijn? Een fraai aangelegde tuin hoort evenzeer tot het woongenot. Mooie dingen in de tuin - of het nu een karaktervolle boom of struik is of een ornament - verdienen het ook om in de schijnwerpers te worden gezet. Waarom zou je 's avonds vanuit de huiskamer in een donker gat willen kijken? Is de tuin het aanzien overdag waard, dan geldt dat ook wanneer het donker is. Het maanschijnsel is ontoereikend om alles wat de moeite waard is te accentueren. Verlichten dus.

    Het verschil in functionele verlichting ten opzichte van esthetisch zit 'm in raffinement. Bij functionele verlichting gaat het om puntverlichting met een hoge mate van verstrooiing van de lichtbundel. Een esthetische verlichting legt nadruk op zaken die de moeite waard zijn om gezien te worden; het schept een bijzondere illusie en heeft een hoog betoveringsgehalte.

    Kies beproefde en veilige verlichtingsarmaturen
    Er zijn veel buitenverlichtingsartikelen te koop. Het behoeft geen betoog dat ze aan strenge veiligheidseisen moeten voldoen. Vocht en regen stelen eisen aan zowel het water- en spatwaterdicht zijn van armaturen en aan een zorgvuldige aansluiting ervan. Met elektriciteit kan niet worden geknoeid. Ten behoeve van de consument zijn keurmerken aangebracht op alle armaturen, waardoor in een oogopslag de mate van veiligheid kan worden afgelezen:

    Redenen voor tuinverlichting zijn o.m.:
    * Verlichting werkt als gids om je weg te vinden.
    * Verlengt het plezier in het kijken naar de tuin.
    * Zorgt voor een bijzondere sfeer van de tuin in de donkere uurtjes.
    * Geeft een meerwaarde aan de tuin door verlenging van het gebruik ervan.
    * Creëert een esthetisch licht- en schaduwspel.
    * Weerhoudt inbrekers.

    naar menu Naar boven
    VIJVER
    We zien altijd weer dat mensen geboeid blijven door water, en het is ook een bijzondere ervaring om te zien welke planten zich prachtig in het water weerspiegelen en welke vaak schitterende insecten door deze omgeving worden aangetrokken. Bovendien is een vijver pas compleet wanneer er kikkers en vissen in leven en ook die dieren vormen een plezier op zich, al verreist ook de fauna een zekere mate van onderhoud. Voor kinderen is het natuurlijk heel leuk om te zien wat er gebeurt met kikkerdril, hoe bepaalde insecten over water lopen en hoe vissen zich gedragen, en behalve dat een vijver leuk is, kunnen vooral kinderen er nog veel van leren.

    De aanleg
    Water in de tuin is haast onmisbaar, waarbij een klaterende erbron prettig is om naar te luisteren, maar klaterend water neemt geroezemoes uit de omgeving weg. Wat een vijver in een lawaaierige omgeving niet alleen mooi, maar ook functioneel maakt. En hoe vreemd het ook klinkt, denk goed na over een vijver het heeft zeker een keerzijde als u niet van regen houdt kunt u beter geen vijver aanlegen nabij het huis, op een regenachtige dag wordt u er constant aan herinnerd dat het regent als u de druppels in het water ziet vallen, met hele kleine kinderen onder de drie jaar, is ook een vijver niet van gevaar ontbloot. Een peuter sluit zijn longen niet automatisch af in het water, waardoor zelfs ondiep water een gevaar kan inhouden. Een ander element dat de moeite waard is, is dat een vijver in onderhoud redelijk veel tijd vraagt. Maar dan hebben we ook alle negatieve eigenschappen van vijvers gehad, want voor het overige zorgen ze voor veel en lang tuinplezier.

    De materialen
    Van groot bellang voor de aanleg is het materiaal dat u gebruikt. U kunt kiezen uit allerlei verschillende materialen, die onderling grote kwaliteitsverschillen laten zien, Vijver folie, kunststof bakken, beton, mastiek, klei, en zink.
    Als de grondwaterstand niet te veel wisselt verdient een natuurlijke vijver de voorkeur. Daarbij is een min of meer gelijkblijvende waterstand essentieel Een drooggevallen vijver ziet er niet aantrekkelijk uit. De keuze van de soort vijver hangt ondermeer af van de randafwerking die u denkt toe te passen.
    Het is moeilijk een tegelrand te leggen rond een folie vijver als de kanten niet eerst met hout of beton zijn verstevigd.
    Een vijver ligt als een waterpas, ligt deze scheef dan zult u dit altijd blijven zien. Van te voren kunt u buizen leggen voor elektriciteit en voor slangen. Vijvers lenen zich ertoe om re een kunstwerk midden in te zetten, ze zijn zelfs de ideale plek om voor een breekbaar kunstwerk, omdat kinderen er niet bij kunnen, belangrijk is wel dat de kunstwerken stormvast geplaatst worden. Een folie vijver is meestal niet geschikt voor het plaatsen van een beeld, omdat er een harde bodem voor nodig is, ook voor stap stenen is een harde bodem een vereiste.
    Dit zijn elementen die een grote invloed hebben op uw materiaal keuze voor de vijver die u wilt maken. Denk er bij een vijverfolie aan, dat er onder het midden van de vijver onder de folie een paar grote tegels worden gelegd.
    De keuze van het materiaal is niet alleen van invloed op mogelijkheden voor stapstenen en dergelijke, maar ook op de soort planten die u naast of in de vijver wilt plaatsen.
    Riet en bamboe zijn gewassen die plastic folie kunnen beschadigen.

    De juiste plaats
    Bepaal eerst de juiste plaats voor de vijver in uw tuin, voor een natuurlijk lijkende begroeiing moet de plaats van de vijver licht zijn maar mag de zon er niet de hele dag schijnen in een nieuwe tuin is het echter niet altijd mogelijk een beschaduwde plek voor de vijver te creëren, de nieuwe beplanting zal snel groeien en dan is dit probleem opgelost. Er gaat toch enige tijd voorbij voor er een natuurlijk evenwicht ontstaat, dit evenwicht kunt u een handje helpen door een emmer water van een boerensloot toe te voegen aan uw vijver.

    Vijver aarde
    De aarde bestaat voornamelijk uit zware klei, waardoor het water niet vervuilt gebruik daarom nooit potaarde voor de vijver, die gaat drijven en vervuilt de vijver direct.
    Teveel organisch materiaal geeft te veel voeding in het water waardoor algengroei ontstaat. Zorg ervoor dat er nooit kunstmest in de vijver terecht komt.

    Waterplanten
    Waterplanten beginnen weer te groeien als het water door de krachtig wordende zon wordt opgewarmd. Zo omstreeks de tweede week van mei zien de planten er weer groen uit en dan begint ook de levering in de tuincentra goed op gang te komen. Als de eenjarige worden verkocht is het ook de tijd om waterplanten te zetten in uw vijver. Aanleg en onderhoud van een 'natuurlijke' vijver De vijver mag niet dieper zijn dan 1 meter en zuurstofplanten dienen op ongeveer 80 cm diep te staan. Per 1000 liter 1 mandje met 4 zuurstofplantjes. Vergeet niet de wintergroene zuurstofplanten voor assimilatie in de winter. Kies bv. 50% glanzend fontuinkruid (ivm warm weer in de zomer) en 30% aarvederkruid (ivm winter) en 20% naar keuze (naaldkruid bijv en 1 waterpest).
    Nieuwe vijver Eerst zuurstofplanten plaatsen daarna vullen met leidingwater. Water kan nooit meer groene erwtensoep worden tenzij mest e.d. in de vijver kan komen. Liefst de vijver zodanig plaatsen dat de zon zo lang mogelijk op de vijver kan schijnen (bladeren van de waterlelie zorgen in de zomer voor schaduw in de vijver).

    Vissen
    Geen karpers en goudvisachtigen in de vijver, zij vertroebelen het water en woelen de zuurstofplanten uit de bakken, resultaat: binnen enkele weken groen water. 1 zonnebaars (niet meer) ivm bepaalde larven die deze zonnebaars dan opeet. Als het kan, koop een mannetje deze is in de paaitijd zeer mooi van kleur.

    Pomp
    Geen pomp in de vijver (want doodt de watervlooien). Watervlooien eten (groene) algen, dus zoveel mogelijk vlooien in de vijver (zelf kweken in een aparte bak zonder vissen).

    Winter
    In de winter de vijver dicht laten vriezen de zuurstofplanten blijven assimileren (daarom dus ook zuurstofplanten die in de winter groen blijven en niet afsterven). Wel sneeuw op het ijs verwijderen, dit omdat ook de zuurstofplanten in de winter licht nodig hebben. Hakken in het ijs is dus niet nodig. (Zeker niet doen, want hakken is zelfs schadelijk voor de vissen. Mocht je toch graag een wak maken, plaats dan voor een vorstperiode bossen riet in het water of maak een wak m.b.v. een pan of ketel met kokend water. Zet deze op het ijs tot het voldoende gesmolten is. In de handel zijn er speciale ijsvrijhouders, deze zijn mbv piepschuim ook zelf te maken.

    Onderhoud
    Zorg dat er zo min mogelijk blad zand e.d. in de vijver komt. Geen chemische troep nodig (spaart geld uit) wel maerl en elk jaar 1 eetlepel zout met jodium in de vijver toevoegen (eerst oplossen in lauw kraanwater). Dit zuivert de vissen en planten.

    Folie
    Als vijverfolie niet goed is verwerkt bestaat de kans dat ultraviolet stralen het folie kort maken. In folie zit een weekmaker die verharden en scheuren voorkomt, door het zonlicht wordt deze weekmaker afgebroken en veroorzaakt een lek.

    Beginnen met een vijver
    Als u een vijver wilt aanleggen is het erg belangrijk dat u eens nadenkt wat u eigenlijk wilt. Wilt u een natuurlijke siervijver of een (koi) karpervijver? De (koi) karpervijver wordt op deze site verder niet behandeld. Win goede informatie in over de aanleg bij de specialisten . Wij gaan nu verder met de natuurlijke siervijver, dat is de meest voorkomende in ons land, een vijver waarin planten het water gezond houden zonder toevoeging van chemische middelen of gebruik van filters.

    Tips voor de aanleg
    Gebruik een goede kwaliteit vijverfolie, meestal is 0,5 mm voldoende dik. De prijzen hiervan liggen rond de 2,75 per m2. Dit is de meest door Ada Hofman toegepaste folie. Rubber folie is veel duurder en biedt eigenlijk weinig voordelen. Een scherp voorwerp gaat ook door rubber folie. Voor alle folies geldt, dat een beschermlaag onder de folie dient te worden aangebracht. Gebruik nooit rubberfolie dat wordt gebruikt voor dakbedekking. Hieruit komen na enige tijd giftige stoffen. Maak een vijver nooit dieper dan 80 cm. en zorg dat er drie niveaus komen. Waterdieptes van de niveaus zijn: 15 tot 20 cm., 35 tot 40 cm. en een diepste van 80 cm. U kunt nu alle voor de vijver aangeboden waterplanten kwijt. Maak een vijver nooit schuin of komvormig. Graaf altijd recht naar beneden. Op een schuine wand kunt u nooit iets zetten, omdat de folie glad wordt zal alles naar beneden zakken. Een vijver hoeft niet groot te zijn, ook in een kleine vijver kan alles goed functioneren. De kleinste vijver in de vijvertuin van Ada Hofman bevat 160 liter water, de grootste vijver 3,5 miljoen liter. Alle andere vijvers zijn hier tussen in en de vijvers zijn glashelder door de toepassing van planten. Zorg ervoor dat de vijver tenminste voor 3/4 in de zon ligt, volledig in de zon is ook prima.

    Vullen van de vijver
    Puur regenwater is veel te zuur. Gebruik dit dus nooit en zet ook niet de dakgoot op uw vijver. In grondwater zit vaak oer (ijzer). U krijgt dan bruin water. Altijd geschikt is leidingwater. Laat u niet bang maken voor verhalen dat in leidingwater zware metalen en chloor zit. Als u het mag drinken is het zeker goed voor de vijver. Een bijkomend voordeel is dat u altijd weet met welke hardheid (DH) u begint.
    Gebruik nooit substraat in uw vijver, dit heeft meestal een negatieve werking op de groei van de (zuurstof)planten. Het verhaal dat het goed is voor de bacteriën is onzin. Ook allerlei middeltjes en poedertjes om bacteriën in de vijver te brengen zijn niet nodig en werken soms zelfs negatief op de planten. U kunt beter een emmertje water uit een andere gezonde heldere vijver toevoegen aan uw nieuwe vijverwater, dan weet u tenminste zeker dat er micro-organismen in zitten.

    Helder water
    Als u binnen 24 uren na het vullen voldoende (4 bosjes of 1 mandje per m3) goede zuurstofplanten in het water zet, zal het vijverwater helder blijven. De beste zuurstofplant is glanzend fonteinkruid (Potamogeton Lucens). Let er op dat er wortels aan de plant zitten en verwijder het loodbandje (lood is giftig in water). Tenminste 75% van de zuurstofplanten dient te bestaan uit glanzend fonteinkruid. U kunt dit aanvullen met o.a. hoornblad, waterpest, waterranonkel, aarvederkruid, waterviolier en andere fonteinkruid soorten.
    Zuurstofplanten dienen in een mandje te worden gepoot behalve hoornblad. Dit kan los in het water drijven.

    Geen filter en UV lamp
    Gebruik in een natuurlijke siervijver nooit een filter of UV lamp. Het micro organisme zal grondig worden verwijderd en uw biologische evenwicht wordt totaal verstoord. En dat in een donkere filterbak nieuwe goede bacteriën voor uw vijver worden gemaakt is lariekoek. Waarom zou u trouwens eerst uw bacteriën uit het water filteren en daarna weer nieuwe moeten inbrengen? De zuurstofplanten houden het water helder en een filter is dus totaal overbodig. Als u een (koi) karpervijver wilt dan is een filter een absolute noodzaak maar in dat soort vijvers komen geen planten.

    Algen
    Groen water, ik noem dit vaak erwtensoep, wordt veroorzaakt door zweefalgen, dit zijn microscopisch kleine eencellige plantjes. Deze algen komen van nature in water voor, dus regenwater, grondwater en ook in leidingwater. Omdat de algen kleurloos zijn lijkt dit water helder. Als er licht in het water komt en de temperatuur stijgt boven de 8 graden C., dan gaat dit kleine algje groeien, als het volgroeid is kleurt het groen. Omdat er ontzettend veel algen in het water zitten wordt het water soepgroen. Als het water in de vijver weer kouder wordt sterven de algen en wordt het water weer helder. Dit is de oorzaak dat veel groene vijvers in de winter weer helder worden.

    Algen bestrijden
    We hebben gezien dat de groene kleur van water wordt veroorzaakt door het kleuren van de algen. Om het water helder te houden moeten we dus iets bedenken om dit te voorkomen. Ik heb reeds veertig jaren geleden de oplossing gevonden. Als de vijver wordt gevuld met water (bij voorkeur leidingwater) en er worden direct (binnen 24 uren) voldoende en goede zuurstofplanten in het water gedaan dan zal het water helder blijven. Voldoende betekent 4 bosjes of 1 mandje per 1000 liter water. Glanzend fonteinkruid (Potamogeton lucens) is de belangrijkste zuurstofplant, 3/4 van de benodigde hoeveelheid gebruik ik als basisbeplanting, vul dit aan met andere soorten. De meeste zuurstofplanten kunnen niet tegen verzuring van het water. Zorg er dus voor dat u geen materialen of producten gebruikt die het water verzuren.

    Wieren
    Wieren worden vaak in de volksmond draadalgen of flap genoemd. Ze kunnen alleen in helder water leven en komen altijd van buiten in het water, doordat kiempjes in stof en grond zitten dat in het vijverwater komt. Er is een grote verwarring rond algen en wieren omdat ze in het spraakgebruik door elkaar worden gehaald. Wieren kunnen explosief groeien en de andere planten overwoekeren. Als er wieren komen, kunnen ze handmatig worden verwijderd. Ga wieren nooit met middeltjes bestrijden, want dan gaan uw zuurstofplanten dood.

    Wat doen zuurstofplanten
    Zuurstofplanten hebben drie hoofdtaken: 1. ze halen voedingsstoffen uit het water, daar groeien ze van. 2. Door middel van het assimilatieproces produceren ze zuurstof, van levensbelang voor het onderwaterleven en 3. ze produceren een "remstof" die er voor zorgt dat algen niet kunnen groeien (allelopathie). Vooral de laatste functie is van belang voor het helder houden van het water. Als de algen niet kunnen groeien, kunnen ze ook niet groenkleuren en blijft het water dus helder. Zuurstofplanten dienen binnen 24 uur na het vullen van de vijver in het water te worden gezet.

    Voedingsstoffen
    De hoeveelheid voedingsstoffen in het water drukken we uit met het begrip DH (Duitse hardheid of algemene hardheid). Vraag even bij uw waterleverancier de DH in uw leidingwater. Als de DH hoger is dan 12 hoeft u nooit bij te mesten, is de DH lager dan 12 dan kunt u bijmesten met vijverschoon. Op de bus staat hoeveel u dient te gebruiken. Dit mag maar één maal per jaar, het liefst in het voorjaar.

    Vissen
    Zuurstofplanten zijn van levensbelang, koop dus geen vissen die de planten opeten. Wilt u dus karperachtigen in uw vijver, dan zult u een heel ander type vijver moeten maken. De meest ideale vijvervis is nog steeds de goudwinde. Doe niet te veel vissen in de vijver en wacht vier weken voor u ze uitzet.

    Hoe krijg ik mijn vijver weer goed
    Als het water in uw vijver groen is of het was vorig jaar groen, zult u helemaal opnieuw moeten beginnen. Wacht tot eind april, informeer of de goede zuurstofplanten verkrijgbaar zijn en ga dan pas aan de slag. Alles zal uit de vijver moeten, zowel het water als de blubber. Mandjes met zuurstofplanten en waterlelies die nog goed zijn kunt u weer gebruiken. Zorg er tijdens het schoonmaken voor dat ze niet uitdrogen. U kunt er een krant omdoen en dan plastic zodat de planten niet verdrogen. Dweil de vijver uit, zodat alle water en modder eruit zijn. Vul de vijver weer met leidingwater en zet zo snel mogelijk de goede zuurstofplanten in het water. Omdat in leidingwater niet het noodzakelijke micro-organisme aanwezig is dient u een enting toe te voegen. Een enting is een zak water uit een andere gezonde helder vijver. Als de DH lager is dan 12 kunt u nu ook vijverschoon en zout toevoegen.

    Draad- en slijmalgen
    Draad- en/of slijmalgen kunnen zich onder bepaalde omstandigheden in de vijver explosief ontwikkelen. Daarbij is er altijd sprake van min of meer helder water waarbij het opvallend is dat de pH-waarde hoog is (8.5 - 9.5) en de karbonaathardheid (KH-waarde) laag. Verder laat de groei van zuurstofplanten te wensen over en is de hoeveelheid planten ten opzichte van de waterinhoud doorgaans te gering. De oplossing van het draadalgprobleem omvat een aantal maatregelen :

    Breng Vijversubstraat aan, indien nog niet aanwezig. Tenminste 80% van het bodemoppervlak moet bedekt zijn. Meng door het Vijversubstraat een verpakking Bacterial. Zorg ervoor dat de totale hardheid van het water (GH-waarde) tenminste 8°DH is (eventueel verhogen met GH-plus ). Breng meer vijverplanten aan. Goede soorten in deze fase zijn: drijfplanten en waterlelies . De hier genoemde maatregelen beogen langs biologische weg de draadalggroei te verminderen en uiteindelijk op te heffen. Ze versterken het bacteriële afbraakvermogen Vijversubstraat, optimaliseren de groei van de waterplanten (hardheid tenminste 8°DH ), terwijl door het aanbrengen van meer vijverplanten de voedselrijkdom van het water verminderd. Naast deze maatregelen is het verstandig om voortdurend handmatig de draadalgen te verwijderen . Wanneer na verloop van tijd de alggroei zichtbaar verminderd, kunnen zuurstofplanten worden aangebracht. De gehele cyclus zal een aantal maanden in beslag nemen. Deze periode kan worden verkort door, voor het nemen van de genoemde maatregelen, een kuur te volgen met het algenbestrijdingsprodukt All Clear. Bedenk wel dat All Clear het symptoom alg bestrijdt, de oorzaak echter niet wegneemt.

    Te hoog CO2 gehalte
    Hoewel CO2 een belangrijke groeifaktor is in het vijvermilieu kan onder bepaalde omstandigheden het CO2 gehalte in het water ook te hoog oplopen. Er ontstaat dan zuurstofgebrek voor de vissen en micro-organismen, terwijl het milieu daarbij dreigt te verzuren. Goede gemiddelde CO2 waarden liggen tussen de 5 en 15 mg per liter water. Daar het CO2 gehalte van Uw vijverwater te hoog is , dient U maatregelen te nemen om hier verandering in te brengen.
    Verwijder organische substanties (bladval of afgestorven planten) uit de vijver. Verhoog de totale hardheid van het water met GH+ tot tenminste 8°DH . Breng de Velda beluchtingsset aan om CO2 uit het water te verdrijven en zuurstof toe te voegen.

    Te laag CO2 gehalte
    Voor de groei en het assimilatieproces, hebben vijverplanten en speciaal de zuurstofplanten (oa waterpest, hoornblad en fonteinkruid) koolzuur (CO2) nodig. In goed florerende vijvers wordt dit CO2 voor ca 90% verzorgd door de micro-organismen in het bodem-milieu. s' Nachts stijgt het CO2 gehalte, terwijl overdag onder invloed van licht, de waterplanten het CO2 absorberen. Gebrek aan CO2 uit zich onmiddellijk in groei stagnatie . Goede gemiddelde CO2 waarden voor
    tuinvijvers liggen tussen 5 en 15 mg per liter water. Daar de CO2 waarde te herleiden is uit de hoogte van pH en KH , konkluderen wij, dat het CO2 gehalte in Uw vijverwater veel te laag is . In dit water is groei van zuurstofplanten haast niet mogelijk. Wij adviseren U een aantal maatregelen te nemen. 1. Zorg ervoor dat tenminste 80% van het bodemoppervlak bedekt is met Vijversubstraat en voeg een verpakking Bacterial toe om de aktiviteit van de micro-organismen op te starten. 2. Breng met GH+ , de totale hardheid van het water naar tenminste 8°DH. Bedenk dat deze maatregelen pas op langere termijn effekt hebben (ca. 3 maanden). Om de groei van zuurstofplanten te stimuleren, kunt U met behulp van de Velda CO2 tabs direkt CO2 aan het vijverwater toevoegen.

    GH waarde hoger dan 12
    De meeste soorten zuurstofplanten, waterlelies en moerasplanten groeien in de vijver optimaal als de gezamenlijke hardheid (GH waarde) ligt tussen GH 8 en GH 2 . Hogere waarden (vooral meer dan GH 14 ) veroorzaken groeiproblemen. Het water van Uw vijver is te hard . U kunt de hardheid verlagen door 1/3 deel te vervangen door regenwater. Voeg verder per 3000 liter water 1 net verpakking
    turfgranulaat toe. Regelmatige kontrole (3 x per jaar) op de GH waarde is gewenst. Gunstige waarden liggen tussen GH 8 en GH 12 .

    GH waarde lager dan 8
    Om een goed florerende vijver met helder water en een gezonde plantengroei te bewerkstelligen dient U aan 3 faktoren te voldoen. Naast aktieve mikro-organismen en voldoende planten, is dat een zekere water hardheid . De gezamenlijke hardheid (GH waarde) moet tenminste 8°DH zijn. Bij deze waterhardheid kunnen de mikro-organismen en de meeste soorten vijverplanten zich goed ontwikkelen. De GH waarde van Uw vijverwater ligt onder de kritische grens
    van 8°DH . Wij adviseren U met Velda GH+ deze waarde te verhogen. Door weersinvloeden en biologische processen, kan de hardheid terug lopen. Regelmatige kontrole is dus gewenst. Kontroleer in ieder geval de GH waarde in het najaar , en verhoog deze zo nodig.

    pH-waarde 7 tot 7,9
    Wanneer de pH-waarde van het water zich tussen pH 7 en 7,9 bevindt, spreken wij in het algemeen van een gunstige waarde. Meestal zal de plantengroei dan niet te wensen overlaten en is er sprake van helder water. Deze voor vijverwater relatief lage pH-waarden geven aan dat het water voldoende Co2 bevat, waardoor de groei van zuurstofplanten mogelijk is. Regelmatige kontrole is echter vereist. Overigens moet U de hoogte van de pH altijd in verhouding zien tot de totale hardheid van het water. pH-waarden tussen pH 7 en pH 7,9 zijn gunstig,indien de totale hardheid tenminste 6°DH is.

    pH-waarde 8 tot 8,5
    Wanneer de pH-waarde van het vijverwater zich bevindt tussen pH 8 en pH 8,5 kunnen we in het algemeen nog van een gunstige pH-waarde spreken. Dit is zeker het geval indien de KH waarde tenminste 7°KDH bedraagt. Deze 2 waarden geven namelijk aan dat het Co2 gehalte in het vijverwater voldoende is om een goede groei van de zuurstofplanten te waarborgen. Mocht de karbonaathardheid te laag zijn en dus ook het Co2 gehalte (zie onder Co2-waarde) dient U de KH waarde te verhogen met KH+ . Welliswaar zal hierdoor ook de pH waarde iets oplopen, U bereikt er echter mee dat het Co2 gehalte toeneemt.

    Het nitrietgehalte (NO2) hoger dan 0,2
    Nitriet is een zeer giftige stikstofverbinding welke in koncentraties boven de 0.2 mg per liter vijverwater, dodelijk kan zijn voor vissen en andere waterbewoners. Nitriet ophoping kan zich vooral voordoen wanneer het nitrificerende afbraak proces gestoord of in nieuwe vijvers nog niet op gang gekomen is. Alvorens de eerste vissen in nieuwe vijvers uit te zetten, dient daarom het nitriet gehalte te worden opgemeten. Het nitrietgehalte van Uw vijverwater is te hoog Indien in de vijver reeds vissen aanwezig zijn, moet U direkt 50% van het water verversen. Als U daarna een dosis Bacterial aan het water toevoegt zal na enkele dagen het nitriet verdwenen zijn. Indien de vijver nog geen vissen bevat kunt U volstaan met het toevoegen van een dosis Bacterial . Zorg er wel voor dat tenminste 80% van de vijverbodem bedekt is met 06 . Na 1 week zal het nitriet dan verdwenen zijn.

    Hoewel sporadisch, kan nitriet ook optreden in sterk vervuilde vijvers. Bijvoorbeeld wanneer er veel organische vuil op de bodem ligt (afgestorven waterplanten, bladval, etc.). Verwijder zorgvuldig dit bodemvuil en ververs een deel water. Alvorens met deze schoonmaak te beginnen verdient het de aanbeveling de vissen in een quarantaine bak onder te brengen. Breng na het verwijderen van het bodemvuil een laag Velda Vijversubstraat aan en een dosis Bacterial . Kontroleer de eerste weken hierna regelmatig het nitriet (NO2) gehalte.

    naar menu Naar boven
    VLAG EN WIMPEL
    Vlaggen met oranje wimpel:

    Koninginnedag 30 april (29 april)
    Verjaardagen van:
    Koningin Beatrix 31 januari (1 februari)
    Prins Willem Alexander 27 april (28 april)
    Prins Claus 6 september (7 september)
    Andere verjaardagen van leden van de Koninklijke Familie
    Feestelijkheden m.b.t. leden van de Koninklijke Familie: bijv. huwelijk, jubileum, bezoek.
    (Indien een datum op een zondag of op een algemeen erkende christelijke feestdag valt, mag op de tussen haakjes vermelde alternatieve datum worden gevlagd)

    Vlaggen zonder oranje wimpel:
    Nationale Bevrijdingsdag 5 mei
    Opening Staten generaal: derde dinsdag in september, in Den Haag
    Bevrijdingsdag Nederlands Oost-Indië 15 augustus (16 augustus)
    Koninkrijksdag 15 december (16 december)
    In het algemeen als uiting van vreugde van de gebruiker: bijv. jubileum, behalen diploma.
    Op verzoek van de gemeentelijke overheid.

    (Indien een datum op een zondag of op een algemeen erkende christelijke feestdag valt, mag op de tussen haakjes vermelde alternatieve datum worden gevlagd)

    Halfstok vlaggen (altijd zonder oranje wimpel):
    Dodenherdenking 4 mei 18.00 tot ca. 21.10uur
    Dodenherdenking 14 augustus 18.00 tot ca. 21.10uur
    Indien bij de dodenherdenking met halfstok vlag een ceremonie plaatsvindt, werd na het klinken van het volkslied de vlag meestal in top gehesen. Volgens het nieuwste protocol (2001) wordt de vlag ook na het klinken van het volkslied halfstok gelaten.
    Bij het overlijden van een lid van de Koninklijke Familie.
    In het algemeen als teken van rouw van de gebruiker.
    Bij het halfstok hijsen in een verticale vlaggenmast wordt de vlag eerst tot de top gehesen waarna deze langzaam wordt neergehaald totdat de onderzijde van de broeking op de helft van de masthoogte is gekomen.
    Bij het neerhalen van de halfstok vlag uit een verticale vlaggenmast wordt deze eerst langzaam naar de top gebracht en daarna op dezelfde wijze omlaag gebracht.
    Bij schuine vlaggenstokken van 2 tot 3 meter wordt de bovenzijde van de vlag 25 tot 50cm onder de knop bevestigd.

    Vaste vlaggendagen voor de Nederlandse driekleur
    Vlaggendag Alternatieve
    vlaggendag Algemeen Koninklijke Familie Oranje wimpel?
    19 januari Prinses Margriet met
    27 januari Prins Carlos met
    31 januari (1 februari) Koningin Beatrix met
    4 februari Prinses Marilène met
    18 februari Prinses Christina met
    22 maart Prins Pieter-Christiaan met
    10 april Prins Floris met
    15 april Anna met
    17 april Prins Maurits met
    18 april Prinses Annette met
    27 april (28 april) Prins Willem-Alexander met
    30 april (29 april) Nationale feestdag
    Koninginnedag met
    30 april Prinses Juliana met
    30 april Mr.Pieter van Vollenhoven met
    4 mei
    18.00-21.10h
    halfstok Nationale
    Dodenherdenking zonder
    5 mei Nationale
    Bevrijdingsdag zonder
    17 mei Prinses Máxima met
    25 mei Prinses Laurentien met
    17 juni Bernardo met
    23 juni Prinses Maria met
    29 juni Prins Bernhard met
    6 juli Nicolas met
    5 augustus Prinses Irene met
    14 augustus
    18.00-21.10h
    halfstok Dodenherdenking
    Ned. Oost-Indië zonder
    15 augustus (16 augustus) Viering einde WO II in
    Ned. Oost-Indië zonder
    6 september (7 september) Prins Claus met
    3e dinsdag
    in september Opening
    Staten Generaal zonder
    25 september Prins Johan Friso met
    8 oktober Juliana met
    11 oktober Prins Constantijn met
    13 oktober Prinses Margarita met
    13 oktober Prins Jaime met
    15 december (16 december) Koninkrijksdag zonder
    25 december Prins Bernhard Jr met

    (Indien een datum op een zondag of op een algemeen erkende christelijke feestdag valt, mag op de tussen haakjes vermelde alternatieve datum worden gevlagd)

    naar menu Naar boven
    VLINDERS IN UW TUIN
    VLINDERS IN UW TUINDe natuur in Nederland staat onder druk. De leefgebieden van vlinders en veel andere dieren zijn steeds kleiner geworden en zijn ook steeds verder uit elkaar komen te liggen. Niet alle soorten vlinders zijn goede vliegers die zomaar over akkers of industrieterreinen kunnen vliegen. Zij hebben bloemrijke bermen, houtwallen en natuurvriendelijk openbaar groen nodig om van het ene gebied naar het andere te gaan.

    Tuinen kunnen een schakel vormen tussen leefgebieden: een plek waar ze kunnen uitrusten en aansterken op weg naar elders. Maar een tuin kan ook zo worden ingericht, dat deze een woonplaats voor vlinders vormt. Met een vlindervriendelijke tuin helpt u niet alleen de vlinders, ook veel andere insecten vinden er een plek om te leven.

    En daarmee doet u ook uzelf een plezier, want met al deze dieren zal er veel te beleven zijn in uw tuin. Overigens is het niet zo dat een vlindervriendelijke tuin per definitie een rommelige tuin is. Zowel een traditioneel ingerichte tuin als een wilde plantentuin kunnen een functie hebben voor vlinders. Onze boodschap is als volgt: start met een vlinderstruik, dat helpt een beetje. Meer doen kan natuurlijk ook.

    naar menu Naar boven
    VOGELS VOEREN
    Tijdens een strenge vorst periode met temperaturen die langdurig dalen tot onder het vriespunt kunnen vogels het zwaar te verduren krijgen. Normaal gezien sterven vogels in onze streken niet van de kou, maar een langdurige voedselschaarste verzwakt hen en verstoort de stofwisseling.

    Zij lopen dan meer kans op allerlei ziekten. Dit is vooral tijdens langdurige vorstperiodes en sneeuwval. De dagen zijn kort en daardoor ook de beschikbare tijd om het nodige voedsel bijeen te zoeken. Bovendien hebben vogels ook nog een hoger calorieënverbruik, zodat hun vetreserves sneller uitgeput raken. De vogels moeten genoeg energiereserve hebben om gedurende de koude nachten hun temperatuur op peil te houden. Zo omstreeks de kerst begint de tijd van wintervoeding van de vogels. Tot die tijd zijn er nog genoeg bessen, insecten, larven enz. in de vrije natuur te vinden voor de vogels en het is juist wel goed dat veel schadelijke insecten op die manier worden opgeruimd. Na die tijd, en vooral bij strenge vorst, moet er gevoederd worden. Gooi geen massa`s voedsel tegelijk neer, het trekt muizen, ratten en katten aan, precies dat gene wat we nou juist niet willen. Te vroeg voeren heeft dus geen zin, ook al omdat de vogels verleid worden om niet naar het zuiden te trekken. Voederplanken kunnen het best worden overdekt zodat het voer droog blijft, de bodem voorzien van een opstaande rand, zodat het voer er niet af kan waaien met gaten op de hoeken, zodat eventueel regenwater weg kan stromen. Voer met mate en borstel regelmatig de voederplank met heet water schoon. Ook 's winters hebben vogels vocht nodig. Ververs het water in de vogeldrinkbak dagelijks. Geef de vogels ten tijde van droge vorst (zonder sneeuw) geen lauw water, maar fijn vergruisd ijs.

    Boomkruiper
    Beetje vet of pindakaas op boomstammen, maar verkiest indien mogelijk zijn eigen natuurlijk dieet.

    Heggenmus
    Vogelvoer, meelwormen en ongekookte havermout.
    Plaats: zeer beschut onder heggen en struiken.

    Koperwiek
    Gewelde rozijnen, oud fruit, klokhuizen en bessen.
    Plaats: open, sneeuwvrije plek op de grond.

    Kramsvogel
    Gewelde rozijnen, oud fruit, klokhuizen en bessen.
    Plaats: open, sneeuwvrije plek op de grond.

    Mees
    Vetbollen, (halve) kokosnoten, ongebrande pinda's, vogelzaad, kaasresten (niet de plastic korst) en zonnepitten.
    Plaats: voedertafel of - huisje in bomen.

    Merel
    Brood, gewelde rozijnen, oud fruit, klokhuizen, en bessen.
    Plaats: open, sneeuwvrije plek op de grond.

    Roodborst
    Hele fijne zaden, ongekookte havermout, beschuitkruimels, fijne broodkruimels.
    Plaats: zeer beschut onder heggen of struiken.

    Spreeuw
    Brood, kaasresten (zonder korst), oud fruit en aardappelen.
    Plaats: open sneeuwvrije plek op de grond.

    Turkse tortel
    Gemengd (strooi)zaad en maïskorrels.
    Plaats: grond of open voedertafel.

    Vink
    Onkruidzaden, gemengd (strooi)zaad en zonnepitten.
    Plaats: op de grond of op de voedertafel.

    Winterkoning
    Vogelvoer, meelwormen, maden, larven en ongekookte havermout.
    Plaats: zeer beschut onder heggen of struiken (op meerdere plaatsen).

    Zaadeters
    Over het algemeen kan je zaadeters (huismus, ringmus, vink, keep, groenling, putter, goudvink, appelvink: forse kegelvormige snavel) verwennen met: granen, maïs, zonnepitten, onkruidzaden, bruin brood, etensresten (pas op met zout!).
    Plaats: op de grond of op de voedertafel.

    Insecteneters
    Over het algemeen kan je insecteneters (heggemus, roodborst, winterkoning, boomkruiper: fijne priemsnavel) verwennen met: fijn vogelvoer, meelwormen, maden, larven en ongekookte havermout. Voer regelmatig, met kleine beetjes tegelijk.
    Plaats: beschut onder heggen of struiken, voer op meerdere plekken tegelijk, het zijn scharrelaars.

    Vetbollen maken
    Smelt 1 kilo ongezouten rundvet en smelt dit langzaam in een niet te hete pan.
    Voeg al roerend 2 ons zonnepitten en een mengsel van 4 ons maan- en hennepzaad toe.
    Giet het mengsel in bloempotjes (zonder gat) of halve melkpakken.
    Leg een stukje (vlieger)touw in de nog niet gestolde brij.
    Houd de vorm na afkoelen (en stollen) in warm water en haal de vetbol uit zijn vorm.
    Tenslotte: je kan het mengsel ook in andere vormen gieten , zoals lege halve kokosnosnoten, en deze ophangen.
    Waarschuwing: Voer geen pinda's in het voorjaar!
    Als ze de kans krijgen stoppen oudervogels hun jongen vol met pinda's. De jongen kunnen deze niet verteren, maar hebben geen hongergevoel meer. Ze stoppen dan, tot groot genoegen van hun ouders, met bedelen. Echter als gevolg van een ontregelde verbrandingsmotor koelen ze af en sterven ze binnen een halve dag. Pas dus op met pinda's!

    Vogeldrinkschalen
    Schalen zijn er in vele modellen, zowel op een voet als in een platte vorm, die op de grond wordt geplaatst. Vogels zien het verschil niet tussen een speciale vogel drinkbak of een bloemschotel.

    Enkele voedertips
    Voederen mag op bescheiden schaal vanaf november (bijvoorbeeld met zaden), maar het is pas echt nodig als het langdurig vriest en/of sneeuwt Voer niet meer in Maart (bouw het voeren wel gelijkmatig af) Haal pinda's pindabollen en zaden tijdig weg. U voorkomt zo dat vogelouders dit aan hun jongen voeren: de jongen zullen pinda's en zaden niet kunnen verteren en daardoor overlijden. Ook zal dit voer voor jonge vogels te eenzijdig uitpakken Strooi het voer op een voedertafel maar strooi ook op de grond voor vogels als mus, winterkoning en roodborst. Voeder niet teveel tegelijk en liefst 's ochtends (na een lange, koude nacht hebben vogels behoefte aan een stevig ontbijt) en tegen het einde van de middag (zo kunnen ze de nacht doorkomen). Overdadig voederen kan muizen en ratten aantrekken. Probeer als het vriest ook water aan te bieden (is even belangrijk als voedsel !), maar zorg er voor dat u het regelmatig ververst. Wanneer het gesneeuwd heeft, is het niet nodig voor water te zorgen. De vogels komen dan aan vocht door van de sneeuw te pikken.
    LET OP dat vogels niet in het drinkbakje kunnen badderen, hun natte verenpak zal bevriezen en de vogel sterft aan onderkoeling/bevriezing. Geef geen lauw water en voeg geen suiker of zout toe! Voorkom bevriezing van vogels in drinkwater door: Drinkbakjes af te dekken met gaasDrinken te verstrekken door met een hamer vergruisde ijsblokjes te serveren. Het water NIET verstrekken in metalen of ijzeren drinkbakjes : vogels vriezen daaraan vast!! Het drinkbakje op een windvrije plek neer te zetten. Voeder geen margarine of boter, die werken als laxeermiddel. Geef nooit zoutjes, voer met smaakstoffen, ongekookte rijst, spekrandjes of droge kokosnoot. Dit kan gevaarlijk zijn voor vogels. Plaats het voer ver genoeg van plaatsen waar katten kunnen opduiken. Voedsel dat makkelijk bevriest, zoals appels, voedert u best als geheel en niet in kleine stukjes. Voeder vooral "natuurlijk" met zonnebloempitten, zaadjes, noten en dergelijke. Vermijd "chemische" producten zoals margarine.

    Vogelvoer

    In de meeste stadstuinen zullen we geen roofvogels, watervogels, reigers e.d. aantreffen. Hier gaat dus voornamelijk om zaad- en insecteneters zoals mussen, vinken, mezen, merels, zanglijsters e.d. Sommige mensen leggen een pakje margarine op de voedertafel, dit is echter fout!, de vogels pikken het graag op maar, te veel vet werkt laxerend en is dus heel slecht.

    Blauwe reiger
    Vlees, vis (afval)

    Boomkruiper
    Beetje vet of pindakaas op boomstammen, maar verkiest indien mogelijk zijn eigen natuurlijk dieet.

    Buizerd
    Vlees (afval, slachtafval), Karkassen van kip, konijn

    naar menu Naar boven
    WATER
    Voor elke boom, struik en of vaste plant geld dat deze nooit te droog of te nat mag komen te staan. Met name bomen, aangeplant in grond met een hele vaste structuur zoals nieuwbouw wijken, zij hebben vaak veel last van te veel water in het najaar en de winterperiode. Als de wortels gedurende een langere periode onderwater komen te staan gaan rotten omdat er weinig zuurstof bij de wortels kan.

    Te droog staan van planten gebeurt meestal in het voorjaar en de zomer. Als de planten in het voorjaar gaan uitlopen is er in een korte tijd veel vocht nodig. In het najaar verliezen de bomen veel blad en groeien ze niet meer, ze gaan in rust totdat de temperatuur weer aangenaam wordt om weer te gaan uitlopen als er op het moment van uitlopen weinig regen valt is het zinvol om de planten extra water te geven. Planten die in deze perioden worden geplant staan nog niet met hun wortels vast in de grond waardoor ze moeten wortelen en tegelijk gaan uitlopen met hun blad s de planten eenmaal zijn uitgelopen en zijn vast geworteld in de grond kan er een vocht tekort ontstaan in de zomer met warm weer met hoge temperaturen.

    Vergeet ook niet dat een paar dagen droog weer en wind behoorlijk kan uitdrogen. Van een regenbui neemt een plant vaak maar weinig op omdat de grond erg droog is werkt deze als een spons en zal de regen wel in de grond trekken maar niet erdoorheen zaken naar de wortels. Dit gebeurt pas bij langdurige regen. Ook de bomen en struiken die volop in blad zitten werken vaak als een paraplu voor hun eigen wortels waardoor het waterwel in hun omgeving terecht komt maar niet bij hun wortels. Dus met droog zonnig en winderig weer kunnen planten best wat extra water gebruiken, Met name hagen en grote bomen zijn hele fabrieken die op een zomerdag heel wat water verdampen. Na een warme zomerdag een uurtje sproeien en de coniferen van boven af nat te spuiten zodat er water bij de wortels terecht komt. Een andere groep planten die bijna altijd te droog staan zijn planten die langs bestrating en muren staan. Bijvoorbeeld een coniferenhaag die tussen de stoep en een randje sierbestrating staat van 50 cm breed.

    In de smalle geul kunnen de bomen wel groeien maar krijgen zal van nature weinig water komen. Het meeste water valt op de bestrating die het afvoert naar een put, ook planten langs muren van een huis of schuur staan vaak te droog, de dakgoot vangt het meeste water weg en tegen het huis aan regent het altijd minder, om planten op deze plekken toch goed te laten groeien kan er tuinturf aan de grond worden toegevoegd voor planten die in turf dienen te staan. Hierdoor houd de grond op deze plekken meer vocht vast.

    De scheikunde van water.
    Water speelt in de tuin een enorm belangrijke rol, dat we in de tuin niet zonder water kunnen blijkt onder andere uit de volgende functie`s. Water is een oplosmiddel voor vele stoffen, en een bouwsteen voor de levende materie, tevens is water een koelmiddel voor mens plant en dier,water maakt het ontstaan van druk in levende cellen mogelijk. Zoet water is water dat schone rivieren aanvoeren, het bestaat uit gesmolten ijs en grondwater, zoetwater bevat bijna geen zout het is geschikt beregening. Leidingwater is of opgepompt grondwater en gezuiverd oppervlaktewater, de hoeveelheid zouten per liter is gering. Micro organismen zijn verwijderd, zuurstofarm grondwater wordt intensief belucht door trapsgewijze watervallen. Regen water ontstaat door condensatie van verdampt water, bij het verdampen blijven de opgeloste stoffen achter als de lucht niet sterk vervuilt is, is het regenwaterschoon. Regenwater is dan geschikt als waswater of als gietwater. Putwater of grondwater is regenwater dat door de grond is gesijpeld. Het grondwater is een voorraadvat dat de grote verschillen in rivierafvoer buffert.

    Komt grondwater in contact met zoutwater dan wordt het brak
    Conclusie

    naar menu Naar boven
    WIE ZIJN WIJ ???
    Boorsma Tuinen is al sinds 1999 een begrip in het aanleggen en onderhouden van tuinen.

    Van wat vroeger een kleine hobby was, is Boorsma Tuinen in de loop van der jaren uitgegroeid tot een bedrijf met een grootschalig assortiment van diensten.

    Van ontwerp tot het realiseren van uw droomtuin en van onderhoud tot gespecialiseerde boomverzorging, Boorsma Tuinen verzorgt het voor u.

    Boorsma tuinen heeft de volgende opleidingen gevolgd:

    L.A.S. LAGERE AGRARISCHE SCHOOL. TE DEURNE
    M.Tu.S. MIDDELBARE TUINBOUW SCHOOL. TE VENLO
    K.M.A.O. KORT. MIDD. AGRARISCH ONDERWIJS. TE VENLO.
    TUINBOUWVAKSCHOOL. TE VUGHT.
    HELICON CURSUS V.C.A. VEILIG WERKEN. TE EIDHOVEN.
    EQUOR ERKEND OPLEIDINGS BEDRIJF.

    naar menu Naar boven
    WILDE FLORA
    EREPRIJSVelen zullen bij het begrip 'flora' denken aan een bekende bloemententoonstelling in Noord-Brabant. In biologi­sche kring wordt de flora gezien als de opgestelde lijst van wilde plan­ten­soorten in een bepaald ge­bied. We spreken dus van de flora van Neder­land. Het gaat dan om planten die zich spontaan, dus op natuurlijke wijze, gevestigd hebben. Soms worden ver­wilderde cultuurplanten en niet inheemse soor­ten ook tot de flora gerekend, zeker als die verwildering in de vrije natuur al wat langer gaande is.

    De flora van Nederland is onder andere te vinden in onze tuinen, straten en cultuurgronden. We hebben het dan over 'onkruid'. In natuurterreinen wordt de begroeiing eerbiedig gekoesterd als de 'wilde flora'. De flora is een uiting van de omstandig­he­den op de groeiplek. Zo hoort Melde in de moestuin, Heide hoort op schrale zandgrond en Schorrekruid op het zoute schor. De flora van onze provincie is uniek, maar dat geldt ook voor die van de andere provincies.

    Parels van de flora zijn te vinden in de droge en natte duin­gebieden. De natte delen zijn bijvoorbeeld rijk aan orchi­deeën.

    Dan zijn er tenslotte nog de paradepaardjes van de bloemdij­ken. Op de zuidhellingen van de dijken staat een bijzondere flora met overwegend warmteminnende soor­ten. Deze bloemrijke begroeiingen zijn elders in Nederland alleen te vinden op dijkhellingen langs de grote rivieren en in Zuid-Limburg.

    In het cultuurland zijn de planten van de zoute weilanden nog te noemen. Vaak zijn die gronden al geclaimd door de natuurbe­scher­ming. De karakteristieke soortenrijke akkerflora is helaas verdwenen. Er worden door de natuurbeschermers nu pogingen gedaan om de akkerflora nieuw leven in te blazen.

    De bescherming van de flora is vanouds meegenomen bij het beheer van natuurterreinen. De laatste decennia is duidelijk geworden dat de voorheen gangbare soorten van het agrarische gebied ook bescherming behoeven. De 'middengroep' tussen vuulte en wilde flora legt anders het loodje. De overheden nemen dit al voortvarend op. We zien de eenzijdig groene grasbermen van wegen dan ook steeds bloemrij­ker worden. Zo ook is er een begin gemaakt met natuurvriendelijk oeverbeheer bij water­gan­gen.

    naar menu Naar boven
    WINTER WERKZAAMHEDEN
    Winter werkzaamheden:

    In ons vak kennen wij drukke en rustige perioden. Onder de rustige perioden verstaan wij de maanden januari en februari. Tijdens deze winterperiode, die vaak gepaard gaat met vorst, liggen de werkzaamheden op het gebied van aanleg en onderhoud vrijwel stil. Het snoeien en kappen van bomen is dan een van de weinige activiteiten die wel door kunnen gaan.
    Tijdens deze periode werken wij tegen een gelijk tarief. U moet hierbij denken aan werkzaamheden, zoals het kappen of snoeien van bomen en het uitdunnen van boswallen.
    Wij denken hierbij vooral aan;

    - particulieren
    - bedrijven
    - instellingen
    - gemeenten
    - campings
    - agrariërs


    Wij bieden in alle gevallen een vrijblijvend gesprek, advies en offerte. Wilt u ook weten wat wij voor u kunnen betekenen? Bel dan nu met Boorsma Tuinen voor meer informatie.

    naar menu Naar boven
    ZAAIEN
    ZAAIEN VAN GAZON:
    Zelf een grasperk aanleggen? Niet moeilijk hoor, als maar bepaalde zaken gerespecteerd worden, vooral de grondvoorbereidingen die het zaaien voorafgaan zijn van het grootste belang om een goed resultaat te bekomen.

    Zaaiperiode:
    Ongeacht de te kiezen zaaiperiode is het toch best vooraf eens te zien hoe het zit met weersverwachtingen, ideaal is dat er regen volgt na het zaaien. Zaaien met een droogteperiode in het vooruitzicht is geld en arbeid verloren.

    Voorjaar:
    Men zaait bij vochtig en groeizaam weer vanaf half april tot eind mei. Vooral de nachttemperaturen zijn van groot belang voor een goed resultaat.

    Het voordeel van gras zaaien in deze periode is dat men vlugger resultaat heeft.

    De nadelen zijn enerzijds dat men slechte kieming kan hebben door koude nachten en vooral door de schrale en vooral droge oostenwinden, anderzijds kan het jonge gras verstikt worden door overmatige onkruidgroei want voor vele éénjarige onkruiden is dit ook de optimale groeiperiode. Daarbij kiemen ze meestal vlugger, ze worden ook groter en verstikken zo de jonge grassprietjes.

    Nazomer:
    Dit is de beste periode om een grasperk aan te leggen. Zaaien bij vochtig en groeizaam weer vanaf 15 augustus tot eind oktober.

    Belangrijk voordeel: minder last van onkruid en door de langere, vochtige en warme nachten kiemt het graszaad snel en gelijkmatig.

    De meeste éénjarige onkruiden bevriezen bij de eerste nachtvorst.

    Soorten grasperken:
    Het soort gazon en de keuze van het type graszaad zal afhangen van het gebruik erna. De zaden van alle gazontypes bestaan uit een mengeling van verschillende grassoorten. Hoe fijner het graszaadmengsel hoe duurder de kostprijs.

    siergazon:
    Deze gazons hebben eerder een decoratieve functie en dienen niet om op te spelen of druk te belopen. Deze gazonmengeling bestaat uit fijne grassoorten.

    Sportveldgazon:
    Dit gazontype verdraagt zeer goed zwaar beloop en intensieve sportactiviteiten zoals voetbal. Hier bestaat de grasmengeling hoofdzakelijk uit grovere grassoorten (raaigras en timotee).

    Veel minder gekend is dat er ook grassoorten bestaan die goed gedijen in de schaduw en bestand zijn tegen droogte; er wordt dan vooral bosbeemdgras gebruikt.

    Ook voor vochtige plaatsen en zware gronden is er een alternatief: hiervoor wordt meestal ruwbeemdgras aangewend.

    De materialen:
    Een spade om de grond om te spitten of indien het om grotere oppervlakten gaat ploegen.
    De grond goed fijnmalen en de meststoffen ondermengen kan met een motorfrees.

    De grond goed aandrukken gebeurt met een rol.
    Om de grond effen te leggen en om het graszaad in te werken hebben we een grashark nodig.

    Om meststoffen te strooien en tevens het zaad op regelmatige afstand te zaaien hebben we tenslotte een meststoffenwagentje nodig.

    Werkwijze:
    Zoals al eerder gemeld zijn de grondbewerkingen die het zaaien vooraf gaan van groot belang.

    Eerst wordt de plaats waar het gazon moet komen vrij gemaakt van eventuele struiken of bomen, stenen en ander niet verteerbaar materiaal en worden zoveel mogelijk boomwortels verwijderd en putten geëffend.

    Men gaat nu het perceel een spadensteek diep omspitten, het spitten gebeurt met een voor. Bij het omspitten worden boomwortels, stenen, plastiek, blikjes,... verwijderd.

    De meststoffen worden nu via het meststoffenwagentje of uit de volle hand op het gespitte veld gestrooid.

    Men kan hier zowel organische als scheikundige meststoffen gebruiken. Blauwe korrels (12-12-17) komen hier zeker in aanmerking. Men gebruikt 3 à 4 kg per are. In tegenstelling tot wat men zou denken hebben deze edele grassoorten evenveel voedsel nodig als de meeste groenten. Alleen wilde grassoorten kunnen zonder en die zouden de gekweekte soorten bij voedselarmoede onderdrukken. Het best is de meststoffen een week vóór het zaaien in te werken wil men daarna geen kiemverbranding van het gras hebben.

    De grond wordt na de bemesting goed fijn gemaakt door hem te frezen. Zo worden de meststoffen er onder gemengd en de aardkluiten fijn gemalen. Indien er geen frees voorhanden is kan men de grond fijn maken met een cultivator of een mesthaak.

    De fijngemalen grond wordt nu met een rol goed aangedrukt en meteen worden de aardkluiten verpulverd. Hoe lichter de grond, hoe zwaarder de rol moet zijn of wel meerdere malen rollen. Het is van groot belang dat de grond van het grasperk goed vast gereden wordt wil men geen grondverzakkingen krijgen bij het latere grasmaaien.

    De grond wordt met de grashark geëffend of genivelleerd. Deze handeling dient met de nodige vakkennis uitgevoerd wil men een mooi, vlak en egaal grasperk bekomen. Bij lichtere gronden kan men eventueel nogmaals rollen en effenen wanneer de ondergrond niet vast genoeg is. Met de grashark worden tijdens het effenen stenen en aardkluiten samen geharkt en verwijderd.

    Het zaaien zelf komt nu aan de beurt. Men gebruikt ongeveer 3 kg graszaad per are. Het zaad kan men zaaien uit de volle hand (bij windstil weer), wat wel vakmanschap vraagt, eenvoudiger kan met het meststoffenwagentje. Men zaait de helft van het zaad overlangs en de andere helft dwars. Op die manier is het zaad regelmatig verdeeld over het veld.

    Na het zaaien wordt met de grashark het graszaad ingewerkt en harkt men het zaad 1,5 cm diep in. Inharken gebeurt ook in beide richtingen om het zaad regelmatig te verdelen. Rollen kan men eventueel het best na de kieming doen wanneer het gras goed ontwikkeld is of na het zaaien bij komende droogte.

    TIP: om de kieming bij droogte te ondersteunen kan men natuurlijk het gezaaide grasperk besproeien tot de zaden gekiemd zijn, ook geperforeerde plastiekfolie op een pas gezaaid grasperk leggen is een goed alternatief, bovendien is het zaad dan ook veilig voor hongerlijdende vogels en ook katten kunnen zo geen putten maken.

    Bij een eerste maaibeurt het jonge gras afrijden op de hoogste maaistand, om het jonge gras de kans te geven mooi te struiken en om het hartje ervan niet te beschadigen, (vele hoge onkruiden krijgen nu al een stevige deuk).

    naar menu Naar boven
    ZWEMVIJVER
    ZWEMVIJVEREen vijver waarin gezwommen kan worden.....
    of een zwembad met de uitstraling van een vijver?

    De hybride-vorm van een zwembad en een vijver wint steeds meer terrein ten opzichte van de natuurvijver en het zwembad. Dat is niet zo verwonderlijk, want wie wil er nou niet even lekker zwemmen in zijn eigen tuin.
    Dit is nu mogelijk zonder er een blauwe bak voor te laten plaatsen.

    Zwemvijvers zijn vijvers welke op een esthetisch verantwoorde manier geïntegreerd kunnen worden in een nieuwe of bestaande tuin. Zwemvijvers combineren het goede van twee werelden, namelijk het mooie van een tuinvijver en het gebruik van een zwembad.
    Hierdoor ontstaat er een waardevolle toevoeging aan uw buitenbelevenis.

    Zwemvijvers worden in tegenstelling van een zwembad, door een natuurlijke plantenfilter gezuiverd. Deze techniek heeft inmiddels bewezen dat hij, indien hij goed is toegepast jarenlang zorgt voor een kraakheldere zwemgelegenheid. Dit zonder er al teveel onderhoud of energie in te steken. Er wordt ook geen gebruik gemaakt van chloor of andere irriterende toevoegingen.

    De natuur zuivert het water zelf.

    De mogelijkheden zijn enorm!
    Wilt u een zwemvijver waarbij de uitstraling veel weg heeft van een natuurvijver of toch meer van een zwembad zonder de, niet zo fraaie, blauwe kleur.

    Een ecologische zwemvijver, dat wil zeggen een zwemvijver welke met behulp van de natuur schoon en helder gehouden wordt, neemt gemiddeld genomen 25% meer ruimte in beslag dan de mechanisch gefilterde variant.
    De onderhoudskosten zijn bij een mechanisch gefilterde zwemvijver echter veel hoger.
    Te denken valt aan een hoger stroomverbruik en aan de tijd die u er wekelijks aan dient te besteden. De mogelijkheden hebben wél te maken met met de beschikbare ruimte.

    Als u voldoende ruimte tot uw beschikking heeft en de natuur een warm hart toe draagt is de keuze dus snel gemaakt. Veel mensen gingen u al voor en hebben gekozen voor

    naar menu Naar boven
     
    Deze prachtTUIN website is al 121371 keer bekeken. site aanpassen